Jezus was ook maar een rare kwast

Nicolaas Matsier herlas voor zijn versie van het evangelie het Nieuwe Testament, het boek waarvan hij zich ooit afkeerde. Dat belaste verleden is voelbaar onder zijn enthousiasme voor de materie.

Met het klimmen der jaren ontwikkelen de meeste mensen de behoefte om normen en waarden uit hun jeugd te herijken. Voor velen is dat niet de eerste keer, want bij het volwassen worden hebben zij het normenstelsel van hun ouders al eens verworpen. Maar op latere leeftijd, geconfronteerd met de dood van diezelfde ouders, is daar plotseling nieuwsgierigheid naar de standaard van vroeger.

Ongeveer zo moet het ook bij Nicolaas Matsier zijn gegaan. Hij groeide op in een protestants gezin waar nog uit de Bijbel werd voorgelezen. Zoals zovelen in zijn situatie kreeg hij een afkeer van de morele druk. Hij werd een afvallige en sloot het boek der boeken voor vele jaren. Tot hij voorzichtig besloot het weer eens open te slaan, en toen was hij verkocht. Uit die fascinatie ontstond de essaybundel De bijbel volgens Nicolaas Matsier (2003), die wegens algeheel succes nu een vervolg heeft gekregen: Het evangelie volgens Nicolaas Matsier.

“Bij deze onderneming,” schreef Matsier in den beginne, “heb ik geen religieuze oogmerken gehad. Ik zou werkelijk niet weten hoe dat zou moeten, geloven.” Waaraan hij toevoegt: “In een andere zin dan het geloof dat elke toegewijde lezer van literatuur altijd weer voor elkaar pleegt te krijgen, de bereidheid om mee te gaan in een voorgestelde werkelijkheid”.

Bij dat uitgangspunt zou ik de volgende tegenwerping willen maken. Zoals ik het zie, is eigenlijk niets zo gemakkelijk als geloven. Man, vrouw, dik, dun, mooi, lelijk, dom of intelligent, enzovoort: iedereen kan het. In feite is geloven niets anders dan het volgen van een orthopraxis, een stelsel van rituelen dat je precies vertelt wat je moet doen. Bij de ene stam loop je links om de totempaal, bij de andere juist rechtsom. Bij de ene god eet je geen varkens, bij de andere juist geen runderen. Inhoudelijk zijn die rituelen toevallig en leeg. Daarom krijg je ook altijd vage en halfslachtige antwoorden als je aan een gelovige vraagt wat hij (of zij) echt gelooft. Herman Finkers heeft eens opgemerkt dat ieder mens van binnen eigenlijk gelooft, maar ik denk dat eerder het tegenovergestelde het geval is: dat geen enkel mens eigenlijk gelooft, maar dat iedereen behoefte heeft aan rituelen.


Die gedachte brengt ons van het begin van Matsiers eerste bijbelboek, dat gaat over het Oude Testament, naar het einde van Matsiers tweede bijbelboek, over het Nieuwe Testament. Of wij het nu willen of niet, luidt de conclusie van Matsier, het christendom ‘maakt domweg deel uit van onze bloedsomloop’. Internationale gerechtshoven, de Grondwet, Artsen zonder Grenzen, de Verklaring van de rechten van de mens, en nog meer moreel verheven instituties hebben wij aan het christendom te danken.

Maar wat dat christendom nu eigenlijk inhoudt, wat de kern is, daarover is Matsier kort. In nog geen acht pagina’s komt hij uit op: “Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet.” Of in de positieve variant (Lucas 6:31): “Behandel anderen zoals je wilt dat ze jullie behandelen.” Het is een mooi credo, maar het past op een postzegel. En uniek is het christendom in dit opzicht bepaald niet. Bij Lao Tse, grondlegger van het taoïsme, vind je zoiets al terug en Matsier wijst erop dat wij deze Gulden Regel ook in enigerlei vorm tegenkomen in het oude India, Egypte en Griekenland.

Hoe deze in diepste wezen pacifistische houding zich laat rijmen met Jezus’ uitspraak (Mattheus 10:34) dat hij niet op aarde is gekomen om vrede te brengen maar een zwaard, is mij nooit duidelijk geworden. “Ik ben gekomen om een wig te drijven tussen zoon en vader, tussen dochter en moeder, tussen schoonmoeder en schoondochter,” voegt Jezus er nog aan toe, zodat je moeilijk kunt volhouden dat Jezus uitsluitend iemand was van het harmoniemodel. Dat het christendom in hoge mate verantwoordelijk is voor het antisemitisme en dat de Holocaust zonder het christendom ondenkbaar was, stipt Matsier hoogstens aan op een fluistertoon. Liever gaat hij gedachten daarover uit de weg.


Het is evenwel niet mijn bedoeling te polemiseren over de aard en impact van het christendom. Veeleer wil ik de lezer ertoe aanzetten om de twee bijbeldelen van Matsier aan te schaffen en te ervaren dat deze boeken je aan het denken zetten. Niet het rotsvaste geloof telt uiteindelijk, maar de bereidheid om de bijbel boven alles te beschouwen als pure literatuur, die van ons de bereidheid vraagt om mee te gaan in een voorgestelde werkelijkheid.

In de inleiding van De bijbel volgens schrijft Matsier dat het hem ‘is begonnen om het oudste, omvangrijkste en wat mij betreft ook interessantste deel van de bijbel: het Oude Testament, ofwel de Hebreeuwse bijbel’. Ik weet niet of Matsier inmiddels van gedachten is veranderd, maar dat betekent dat hij het tweede deel, Het evangelie volgens, ofwel het Nieuwe Testament, minder interessant vindt. Ik ben dat met hem eens, en het is misschien ook daarom dat ik De bijbel volgens een mooier boek vind dan Het evangelie volgens. In dat laatste boek is Matsier vooral een leraar. Een goede leraar weliswaar, die zijn leerlingen enthousiast probeert te maken, maar toch. Je voelt dat hij hier nog ‘een belast’ verleden met zich meetorst.

In Het evangelie volgens stelt Matsier zich de vraag of het Nieuwe Testament überhaupt een boek is. Verder zijn er hoofdstukken over de vier evangeliën en hun auteurs, over het lijden en de Handelingen der apostelen. Jezus is op elke pagina aanwezig, maar een apart hoofdstuk wordt niet aan hem gewijd. Aan het eind van Het evangelie volgens ben je meer te weten gekomen over Paulus, de ijverigste aller apostelen, dan over Jezus. Ik voelde dat als een gemis, maar het kan natuurlijk zijn dat er nog een derde deel komt: Jezus volgens Nicolaas Matsier.


Na 280 pagina’s blijft toch vaag hoe Matsier de Jezus-figuur ziet. Ergens tussen een imposante verschijning en een rare kwast, tussen een ware profeet en een opschepper, tussen een Socrates en een Loe de Palingboer, tussen een halfgod die goede werken verricht en een man die er niet voor terugdeinst argeloze voorbijgangers een loer te draaien. Waarna Matsier op de laatste pagina concludeert dat de radicale ethiek die Jezus in zijn tijd verkondigde een ethiek is geworden ‘waarmee wij in feite niet zo verschrikkelijk veel aankunnen’.

Tja, dat hebben ze bij het CDA inmiddels ondervonden. De ChristenUnie zegt nog Jezus te volgen, maar was het niet die partij die in het vorige kabinet troepen naar Afghanistan stuurde?

Nicolaas Matsier: ‘Het evangelie volgens Nicolaas Matsier’. De Bezige Bij, €19,90. Ook verkrijgbaar via www.ako.nl.

import pam over boeken