Makkelijk verdiend

Bruut geweld, drugshandel, witwassen – volgens justitie is Gwenette Martha een zware crimineel. Paul Vugts, misdaadjournalist bij Het Parool, schetst Martha’s portret in zijn boek De strijd tegen de Amsterdamse onderwereld, waarin zo’n beetje alle grote boeven van de hoofdstad langskomen. Een voorpublicatie.

Tja, hij zit in wat vage handeltjes. Handeltjes die weinig papieren sporen nalaten; handeltjes die zich aan het zicht van de autoriteiten onttrekken; handeltjes waaromheen de zweem hangt dat ze niet helemaal in de haak zijn. Daarover hoeft Gwenette Girigorie Martha (Curaçao, 1974) in de rechtszaal niet moeilijk te doen. Hij doet in stimuli voor de man die moeilijk een erectie krijgt, viagrapillen vooral, die hij betrekt van ene Paul in Spanje. Hij heeft een nering in exclusieve horloges opgezet, waar hij dik aan verdient. De autohandel leek ook een aantrekkelijke optie, al wil die niet zo vlotten. Hij doet weleens wat zaken met een vriend met een kledingwinkel in De Pijp en kon hem laatst via een Italiaans contact een fijne partij schoenen leveren. Hij haalt huurauto’s op voor kennissen, al klinkt het zo onaardig als de rechters dat incasso noemen. Bemiddelen, dat klinkt al beter. Soms doet zich een kansje voor in de verkoop van telefoons en piepers. Het gokken op kickbokspartijen levert nu en dan ook nog een aardig mazzeltje op. Het kan zijn dat hij onder de streep door de jaren iets van 40.000 euro heeft overgehouden doordat zijn vriend Badr Hari wat gevechten won. Oké, hij schoof in het recente verleden wat met softdrugs, overigens van exquise kwaliteit, met de beruchte Engelse crimineel Daniel Sawerby.

Hij had niet alles zwart moeten doen, nee, dat ziet hij nu vanuit zijn verdachtenbankje ook wel in, en het klopt dat nergens ook maar enig inkomen van hem staat geregistreerd. Het was wellicht een goed idee geweest eens belastingaangifte te doen en ergens een bankrekening te openen om alle verwarring te voorkomen. Laks. Het kwam er gewoon niet van. Maar de zware, georganiseerde criminaliteit die justitie hem aanwrijft? Het witwassen van enorme misdaadopbrengsten? Nee. Hier moet de geblokte Antilliaan uit De Pijp een misverstand uit de wereld helpen dat hem nu al tijden achtervolgt: hij is niet de zware crimineel die de recherche van hem maakt.


Het is een penibele situatie waarin Martha in zijn strafzaak is gemanoeuvreerd, in het voorjaar van 2008. Justitie heeft in de rechtszaal een pak aanwijzingen uitgestort dat hij volledig leeft van de misdaad, op erg grote voet bovendien, en hij heeft maar weinig papierwerk voorhanden om zich tegen dat beeld te weren. Dat de witwaswet inmiddels zo is verruimd dat de bewijslast zo’n beetje op zíjn weliswaar brede schouders drukt in plaats van op die van het Openbaar Ministerie helpt niet. Toch, Martha blijft rustig en legt het de rechters nog eens uit – al knaagt het gevoel dat hij ze nog niet echt overtuigt. Beeldvorming kan sterk zijn, en de recherche heeft haar best gedaan hem in het strafdossier te schetsen als een grote jongen in de Amsterdamse onderwereld. Een straatcrimineel die gaandeweg is doorgegroeid tot een figuur van betekenis in het milieu.

‘Gwen’ Martha wordt op 7 februari 1974 geboren op Curaçao, maar groeit op in de Amsterdamse Pijp, in de Van der Helstbuurt, met zijn moeder en zijn oudere broer Giovanni. Al op jonge leeftijd pleegt hij zijn eerste diefstallen en straatroven, dan al met zijn vaste vrienden. De broers Martha vormen gaandeweg een vertrouwd clubje met de broers Boneka en Etus Belserang en jongens als Clyde Lewis en Clyde de Jezus.

Op 5 maart 1992 – Gwen is dan achttien – gebeurt er iets dat zijn leven volledig overhoop haalt. Zijn broer Giovanni krijgt het in club Escape aan het Rembrandtplein aan de stok met een groepje Marokkanen uit West, van wie de dan twintigjarige Mohamed ‘Moummisch’ Chekhchar een vuurwapen trekt en schiet. Giovanni raakt dodelijk gewond en sterft voor de deur in Gwenettes armen.


Chekhchar wordt anderhalve maand later gepakt in Diemen. Het Amsterdamse gerechtshof veroordeelt hem op 26 oktober 1992 tot acht jaar cel voor doodslag op Giovanni Martha, poging tot doodslag op diens vriend Vincent en voor wapenbezit, vanwege het pistool dat bij hem wordt gevonden tijdens de huiszoeking die op zijn arrestatie volgt.

Sommigen stellen dat Martha nooit echt over zijn broers dood heenkomt. Vaststaat dat hij steeds dieper in het criminele milieu verzeilt. Met zijn genoemde jeugdvrienden pleegt hij volgens politie en justitie steeds vaker brutale, gewapende overvallen, al lopen verscheidene onderzoeken spaak. Straatroven en berovingen van winkels gaan over in bankovervallen. Het landelijke overvallenteam, het Queesterteam dat opereert vanuit Almere, begint een groot onderzoek naar Martha en consorten. In de strafzaak die uiteindelijk volgt, eist officier van justitie Koos Plooij tien jaar cel tegen Martha, voor een serie gewapende overvallen. De rechtbank legt hem maar anderhalf jaar celstraf op en spreekt hem vrij van het merendeel van de aanklachten. Zo verzamelt Martha wel meer (gedeeltelijke) vrijspraken. Wel wordt hij voor wapenbezit en drugshandel veroordeeld.

Martha komt gaandeweg bekend te staan als een man zonder schaduw. Al medio jaren negentig – hij is nauwelijks een twintiger – verwerft hij zowel binnen de Amsterdamse onderwereld als in kringen van de hoofdstedelijke recherche enig aanzien door zijn onnavolgbaarheid. Hij is zo ‘scherp’ dat zelfs doorgewinterde rechercheurs geen greep op hem krijgen. Martha heeft zo zijn anekdotes aan zich hangen. Zo heeft een observatieteam in een onderzoek naar zijn overvallen een baken geplaatst onder zijn auto. Hij merkt het op en doet een tegenzet. Hij plakt de peilzender onder een van de auto’s van het observatieteam. Verwarring alom als de ene observatiewagen achter de andere aanjaagt, terwijl Martha doodgemoedereerd ontkomt. Uiteindelijk leidt het voorval toch ook tot hilariteit onder de rechercheurs, vooral onder degenen die dit níet is overkomen.


Nog zo’n verhaal. Na een bezoek aan de Blokker in de Zeilstraat, in Amsterdam-Zuid, wandelt Martha naar buiten. Hij knipoogt naar de leden van het observatieteam, die zich dan nog ongezien wanen. Hij pakt een blauw zwaailicht uit zijn bolide, plaatst het op zijn dak en geeft vol gas. Het observatieteam kan enigszins gegeneerd terug naar het hoofdkwartier. Het korps maakt proces-verbaal op van diefstal van het zwaailicht, dat wel, maar als het opsporen en achtervolgen van criminelen is te beschouwen als een wedren tussen de rechercheteams en de onderwereld, is het 2-0 voor de Antilliaan uit De Pijp.

Jaren blijft hij vervolgens ongrijpbaar. Martha pleegt, anders dan veel van zijn collega’s, geen domme telefoontjes met zijn gsm’s. Hij laat zich niet schaduwen, gebruikt scanapparatuur die peilbakens opspoort en ‘jammers’ (stoorzenders) die bakens onbruikbaar maken. Hij omringt zich met vaste getrouwen – jeugdvrienden, veelal, onder wie de broers Belserang, wat Surinamers en een paar Marokkanen.

Er zijn sterke aanwijzingen dat de groep rond Martha vanaf halverwege de jaren negentig serieus in de drugshandel zit en partijen cocaïne ‘binnentrekt’ uit Zuid-Amerika. In die tijd komt het echter niet van langdurige onderzoeken. Over Martha en zijn groep komt geregeld informatie binnen, maar die wordt doorgaans niet uitgerechercheerd.

Pas na de millenniumwisseling, als met de liquidatie van Jan Femer (23 september 2000 op de Haarlemmerdijk) en Sam Klepper (10 oktober 2000 bij het Groot Gelderlandplein) in de straten van Amsterdam een onderwereldoorlog begint waarin ook de Nederlanders en hun verwanten hoofdrollen spelen, krijgen de ‘Hollandse netwerken’ weer meer aandacht.


Gwenette Martha wordt eerst in verband gebracht met een moordzaak een eindje buiten de stad, in Groningen, waar hij met enkele getrouwen onderwijzer Gerard Meesters (52) bedreigt omdat diens zus hasj heeft gestolen. Vier dagen na de bedreiging schiet Martha’s criminele contact Daniel Sawerby Meesters dood in de hal van zijn woning. Martha en zijn vrienden krijgen celstraffen van vier tot twaalf maanden voor het dreigen. Sawerby krijgt levenslang voor moord. Zijn relatie met Sawerby zal Martha later nog meer problemen opleveren.

Eind 2003 krijgt hij ook de Amsterdamse recherche weer op zijn nek. Mohamed Chekhchar, de man die in 1992 Giovanni Martha doodschoot, is weer vrij en rookt op 14 oktober 2003 een joint in coffeeshop Ruthless aan de Hoofdweg. Rond een uur of negen schiet een man in donkere kleding zijn vuurwapen op Chekhchar leeg en vlucht op een gestolen zwarte scooter. Chekhchar overlijdt ter plekke. De recherche heeft onmiddellijk een vermoeden wie de opdracht voor de liquidatie heeft gegeven: Gwenette Martha zal zijn broer hebben gewroken. Het onderzoek loopt echter vast. Eind mei 2004 besluit de recherche Martha op goed geluk toch maar te arresteren om te bezien of hij wat laat doorschemeren. Vergeefs. Bénédicte Ficq, al vanaf zijn veertiende Martha’s vaste advocaat, is verontwaardigd. “Zijn oudere en enige broer is in 1992 in Gwenettes armen gestorven op straat. Daar is hij extreem verdrietig om, net als zijn moeder. Dat wordt dan zomaar even omgezet in een motief om de dader te vermoorden. Justitie moet met bewijzen komen en mensen anders met rust laten.”


Gezien zijn reputatie is het des te opmerkelijker dat heel eenvoudige middelen Martha uiteindelijk opbreken. Op 13 mei 2006 stuurt de kickboksliefhebber, met iets te veel drank achter de kiezen, zijn BMW M5 een verkeerscontrole in na het K1 World Grand Prix-vechtgala van It’s Showtime in de Amsterdam ArenA. De controle staat daar niet zomaar; de recherche heeft grote belangstelling voor de penose die dergelijke freefightgala’s frequenteert. De rechercheurs die Martha’s auto doorzoeken, vinden allerhande papierwerk dat aantoont dat hij een zwembad laat aanleggen bij een huis aan de Spaanse zuidkust. Hij heeft bovendien 7372,40 euro op zak en draagt een Rolex Daytona van grofweg 8500 euro om zijn pols; om zijn nek hangen twee kettingen die samen een slordige 12.000 euro waard zijn. Als de recherche later een grote witwaszaak tegen Martha begint, krijgt hij behoorlijk last van de bij de ArenA aangetroffen spullen.

Het Amsterdamse Openbaar Ministerie en de politietop zijn inmiddels tot het inzicht gekomen dat ze het over een andere boeg moeten gooien als ze op de klassieke manier almaar geen concrete zaken tegen ‘beroepscrimineel’ Martha weten op te bouwen. Daarom openen de opsporingsinstanties in 2007 een andersoortig onderzoek naar Martha, waarbij de recherche zich concentreert op het witwassen van zijn criminele winsten.

Justitie ploegt de oude dossiers door, doet een kwartaal nieuw onderzoek en werpt Martha voor de voeten dat hij sinds 2003, ondanks zijn totale gebrek aan een legaal inkomen, in een wagenpark is gezien waar de directie van een middelgroot bedrijf verlegen van zou worden: een verzameling sportieve en luxe auto’s met een waarde van minstens drieënhalve ton. Daar komt nog heel wat bij. Een observatieteam slaagt er in maart 2007 wél in Martha een tijdje ‘vast te houden’. De rechercheurs zien dat hij bij een benzinepomp in Oost een plastic tas krijgt overhandigd waarmee hij naar een huis op IJburg rijdt. Op 3 april doet de politie een inval. In de woning liggen twee horloges van het exclusieve merk Audemars Piguet, respectievelijk 73.000 en 10.000 euro waard. Die passen precies bij het arsenaal aan kleinoden in de woning in Nieuwendam-Noord, waar Martha woont met zijn Marokkaanse vriendin en haar kind. Daar vindt de recherche voor zo’n 85.000 euro aan horloges; voor minstens 80.000 euro aan sieraden en contanten en een garderobe van een kleine 60.000 euro.


Het beeld dat de rechters in de uiteindelijke strafzaak uit het dossier overhouden, is dat van een Gwenette Martha die in drugs en illegale pillen handelt; rondrijdt ‘in peperdure auto’s’ die nimmer op zijn naam staan; tweemaal met een doorgeladen vuurwapen is aangehouden; scanners gebruikt om politie-observaties te frustreren en belt in ‘versluierd taalgebruik’. “Het beeld, kortom, van een persoon die gekozen heeft voor een bestaan met inkomsten uit de illegaliteit en die zijn levenswandel dusdanig verheimelijkt dat de controle op de herkomst van zijn bezittingen onmogelijk is.”

Dat justitie de witwaszaak verder heeft opgetuigd met een paar aanvullende verdenkingen, maakt het er voor Martha niet beter op. Allereerst is er de 17,6 kilo heroïne die Martha ook volgens de rechtbank eind juli 2003 met enkele medeverdachten naar Engeland probeert uit te voeren; weer in samenwerking met Daniel Sawerby. Sawerby wordt in Tilburg met de heroïne gepakt, Martha moet zijn leverancier zijn.

Over een laatste verdenking winden de rechters zich merkbaar op. Die handelt over een zaak die in hun ogen aantoont hoe onaantastbaar Martha zich waant, en hoe hij geen enkele schroom voelt tegenstanders te belagen, zelfs een vrouw die hem – letterlijk – in de weg staat. Op de bewakingscamera’s van club Sinners aan de Wagenstraat, achter het Rembrandtplein, is te zien hoe Martha in oktober 2006 met zijn gevolg arriveert. De hele entourage negeert de wachtrij en schuift soepeltjes naar binnen, maar krijgt het daar om onduidelijke redenen aan de stok met een jonge vrouw. Er vallen klappen. De vrouw weet naar buiten te vluchten. Op de hoek van de Wagenstraat en de Amstel trekken Martha en twee vrienden haar aan haar haren tegen de grond en blijven slaan en schoppen als ze op de grond ligt. Martha, die graag kickbokst en met zijn 1 meter 71 niet groot is, maar wel gespierd, schopt en slaat haar ook dan nog tegen haar hoofd. Ze breekt haar kaak en een oogkas en loopt een zware hersenschudding op. Als haar neef haar te hulp komt, krijgt ook hij klappen, waardoor hij een schouderspier afscheurt.


In haar vonnis laat de rechtbank haar verontwaardiging de vrije loop. Martha heeft zich, samen met zijn vrienden, ‘schuldig gemaakt aan een lafhartige, agressieve en gewelddadige mishandeling van een jonge vrouw’ en haar neef. “Uit het dossier komt het beeld naar voren van iemand wie het niet zint als hem niet de égards worden betoond waarop hij meent aanspraak te kunnen maken. (-) In dit verband zal de verdachte er genoegen mee moeten nemen dat de onaantastbare positie waarop hij in het uitgaansleven kennelijk aanspraak wenst te maken, tijdelijk onbereikbaar voor hem blijft. Het is daarbij te hopen dat verdachte zich realiseert dat hij blijvend dient af te zien van een dergelijke positie.” De rechtbank veroordeelt Martha op 15 april 2008 tot zeven jaar cel – zijn eerste serieuze straf.

In het Huis van Bewaring Zuyderbos in Heerhugowaard hoort hij anderhalve week later dat zijn jeugdvriend Clyde Lewis is doodgeschoten op de Amsterdamse Jacob van Lennepkade.

Martha neemt weinig tijd om te rouwen. Hij legt de laatste hand aan een klassiek ontsnappingsplan. Op Tweede Pinksterdag, 12 mei 2008, grijpt hij het rumoer rond een voetbaltoernooi aan om te vluchten. Samen met een medegedetineerde knipt hij rond vier uur ’s middags domweg een gat in het hek, laat een touwladder naar beneden en klimt de gracht in. Onder luid gejuich van medegedetineerden komt hij zonder veel moeite over het tweede hek, waarin zijn medegevangene blijft hangen. Naast de gevangenis staan twee helpers Martha op te wachten met een busje.

De recherche gaat intensief op zoek naar Martha. Tips leiden de rechercheurs de halve wereld over, maar van Martha vinden ze geen spoor. Als hij een jaar op de vlucht is, zet justitie grof geschut in: een opsporingsbericht op televisie, compleet met politiefoto’s van de ‘vuurwapengevaarlijke’ en ‘gewelddadige’ Martha – zonder balkje. De tips stromen binnen. Een conducteur denkt Martha uit zijn trein te zien stappen op station Naarden-Bussum en zet de achtervolging in, waarna de lokale politie een hele buurt afzet en een verbouwereerde dubbelganger oppakt.


Terwijl Martha op de vlucht is, wordt achter het pannekoekenhuis langs de A4 in Leiderdorp op 4 februari alweer een van zijn getrouwen geliquideerd. Boneka Belserang wordt doodgeschoten als hij samen met zijn Marokkaanse partner in crime Yassin Chakor op een afspraak arriveert. De ondergedoken Martha is niet in de gelegenheid zijn jeugdvriend de laatste eer te bewijzen.

Pas op 28 oktober 2009, anderhalf jaar na zijn ontsnapping, breekt stom toeval Martha weer op. De Marokkaanse crimineel bij wie hij met valse Nederlandse papieren in de auto zit, rijdt in het Antwerpse stadsdeel Deurne een verkeersfuik in, waarna de lokale politie Martha herkent en hij door een arrestatieteam wordt aangehouden.

In zijn cel krijgt hij in augustus 2010 te horen dat zijn dan 37-jarige jeugdvriend Clyde de Jezus is geliquideerd in Bos en Lommer. Het groepje waarmee Martha al vanaf zijn jonge jaren optrok in De Pijp, raakt behoorlijk uitgedund.

Nu de grote Amsterdamse liquidatiezaak zich in de zwaarbeveiligde bunker in Osdorp alweer jaren voortsleept, wordt ook Martha zelf weer genoemd in verband met moordverdenkingen. Hij moet als getuige voor de onderzoeksrechter verschijnen. Kroongetuige Peter la Serpe beschuldigt hem van een bijrol in de voorbereiding van een moordaanslag op de Turkse criminele coffeeshopeigenaar Atilla nder. Hij zou het beoogde slachtoffer naar café de Heineken Hoek aan het Leidseplein hebben gelokt, zodat La Serpe hem goed in zich kon opnemen om hem later samen met huurmoordenaar Jesse Remmers te kunnen liquideren. Martha heeft La Serpes relaas eerder bij de politie bestempeld als ‘totale onzin’. Hij is zelf ook formeel als verdachte aangemerkt in de liquidatiezaak, maar volgens zijn advocaat Ficq heeft justitie de verdenkingen nooit concreet gemaakt. Ficq ergert zich mateloos aan de wijze waarop Martha en andere cliënten, zoals Dino Soerel, door justitie en media ‘tot enorme proporties worden opgeblazen’. “Dat hyenagedrag van opsporingsambtenaren en journalisten die likkebaardend allerlei wilde verhalen en desinformatie de wereld in slingeren, is stuitend. Ik ken Gwenette Martha als een aimabele vent en verder hoor ik het graag als er concrete, onderbouwde verdenkingen zijn.”


In het najaar van 2010 dient Martha’s hoger beroep tegen zijn celstraf van zeven jaar. Opnieuw probeert hij de magistraten ervan te overtuigen dat hem geen enkel serieus verwijt kan worden gemaakt, maar opnieuw krijgt hij geen grond onder de voeten. Het gerechtshof doet zelfs een forse schep boven op zijn straf. Martha krijgt nu acht jaar cel.

Nog is het justitie lang niet genoeg. Nu twee rechtscolleges bewezen hebben verklaard dat Martha kapitalen aan misdaadwinsten heeft witgewassen, wil het Openbaar Ministerie hem die afpakken ook. Aanklaagster Esther Duijts heeft de criminele winsten in haar ontnemingsprocedure becijferd op 16.022.257 euro, die de staat terugvordert. Aangezien Martha ondanks het gebrek aan een legaal inkomen ‘groot leeft’, beschouwt het Openbaar Ministerie die gehele ruim zestien miljoen euro als misdaadwinst en vordert het die in haar poging Martha ‘kaal te plukken’.

Martha hoort de aanklaagster onbewogen aan in zijn sportieve zwarte sweater en spijkerbroek. Zijn advocaat Patrick Rombouts veegt de vloer aan met de sommen. “Die zestien miljoen zijn makkelijk verdiend in een klein half uurtje. Het is een van de hogere vorderingen die in Nederland ooit zijn ingediend, maar er wordt een flink aantal denk- en rekenfouten gemaakt. Het ontnemingsrapport is een soort lagereschoolwiskunde, waarbij het proefwerk een dikke onvoldoende zou scoren.”

In zijn vonnis in de pluk-ze-zaak volgt de rechtbank de lijn van justitie. Martha moet inderdaad zestien miljoen euro aan de Staat betalen. Hij gaat onmiddellijk in hoger beroep. Dat loopt nog.

Paul Vugts: ‘De strijd tegen de Amsterdamse onderwereld’. Nieuw Amsterdam, €14,95. Verschijnt op 30 mei.


Ook verkrijgbaar via www.ako.nl.

Meer leuke content? Like ons op Facebook

Paul Vugts