Moeten we blij zijn met Henk en Ingrid?

Intellectuelen die wijzen op onrechtvaardigheid in de samenleving, zijn nooit populair geweest. De Griekse Socrates werd zelfs ter dood veroordeeld, alleen omdat hij lastige vragen stelde over het doen en laten van zijn omgeving. Verlichtingsdenkers en feministen kregen aanvankelijk evenmin een warm onthaal toen ze redelijkheid als maatstaf namen in plaats van willekeurige autoriteit en anciënniteit. Tegenwoordig zijn het vooral vertegenwoordigers van populistische partijen en dito media die het voorzien hebben op intellectuelen en hun navolgers. Lang niet altijd geven zij inhoudelijk weerwoord; vaak komen ze met toespelingen op iemands privéleven of met zogenaamd grappige stijlfiguren. Alles kan kapodt, weet je wel. Vergeleken met de gifbeker die Socrates moest leegdrinken, is dat vooruitgang te noemen – al hebben sommige populisten het ook snel over castraties of doodsstraffen. Maar wat is populisme precies? Is het alleen een (geen)stijl van spreken, of ook een politieke ideologie? Betekent het alles roepen om de volksgunst maar te winnen? En heeft populisme een positieve of negatieve uitwerking op de samenleving?

“Veel van wat tegenwoordig populistisch heet, is het niet. Neem het propageren van de assimilatie van migranten. Dat is gewoon een thema dat de gevestigde partijen hebben laten liggen. In dit geval wordt de term gebruikt als scheldwoord voor partijen die iets willen wat andere partijen niet willen.

“Het populisme met een serieuze theoretische basis daarentegen stelt dat de macht van het volk zonder tussenkomst van een elite in beleid kan worden omgezet. Dat is een illusie. Populisten zijn altijd tegen ‘de elite’, maar ze zijn zelf óók elite. Ze spreken namelijk namens ‘Henk en Ingrid’, en daarmee hebben ze zich boven hen gesteld. Maar dat ontkennen ze.

“Gevestigde partijen moeten hun programma niet in ‘begrijpelijke termen’ verkondigen. Dan veronderstellen ze dat mensen niet begrijpen wat zij willen, en dat is precies de zwakte van de gevestigde partij: denken dat de mensen dom zijn. Maar kiezers stemmen gewoon op een partij waarmee ze het eens zijn. PVV-stemmers zijn het inhoudelijk met de PVV eens, zelfs wanneer het programma hun idealen niet dichterbij brengt. Andere partijen moeten gewoon hun eigen programma verdedigen, en geen onderwerpen laten liggen.”

“Populisme is een stijl van politiek bedrijven waarin de wil van het volk centraal staat en verdedigd moet worden tegen de ‘heersende elite’ en externe bedreigingen. Een ideologie, zoals het liberalisme en de sociaal-democratie, geeft samenhangende antwoorden op alle maatschappelijke vraagstukken. Een echte ideologie – who gets what, when and how – heeft het populisme niet.

“Typerend voor populisme is anti-elitarisme. Populisten in Venezuela ageren vooral tegen ‘de kapitalisten’. Bij ons wordt met ‘elite’ meestal de Haagse politiek bedoeld.


“Populisme wordt te snel óf afgeschreven óf opgehemeld. Dat is allebei onterecht. Populisten zijn meer geneigd de burger een rol te geven in het besluitvormingsproces, en trekken nieuwe groepen kiezers naar de stembus. Als er onvrede leeft onder burgers, moet die ook in de politiek tot uiting komen. Anders ontstaat een tweedeling: een groep ontevreden burgers, en mensen in het parlement die menen dat alles pais en vree is. Het is goed als de pluriformiteit in het parlement lijkt op die in de samenleving. Elk stelsel heeft weleens een frisse nieuwkomer nodig. Populisten zijn vaak kritischer op machtsmisbruik en ingesleten patronen.

“Negatieve kanten heeft het verschijnsel ook. Populisten staan wantrouwend tegenover alles wat tussen de volkswil en de uitvoering daarvan staat: partijen, ambtenaren, de rechterlijke macht. Dat dreigt de rechtsstaat te beschadigen. Ook zijn ze negatief over bepaalde minderheden, wat kan leiden tot systematische uitsluiting. Terwijl opkomen voor minderheden en gewaarborgde rechten juist essentieel zijn voor een democratie. En de politiek verruwt onder invloed van populisten. Daar moet je tegen zijn als je vindt dat politici het goede voorbeeld moeten geven qua omgangsvormen.

“Wat populisten zeggen en doen moeten we kritisch volgen, maar we moeten tegelijk openstaan voor de positieve kanten van hun inbreng.”

“De eerste valse pretentie van populisten is dat zij kunnen vaststellen wie tot het volk behoort en wie niet. De consequentie daarvan is onvermijdelijk uitsluiting. Hun tweede leugen is dat de populistische leider ‘de volkswil’ belichaamt. Maar in een democratie bestaan juist verschillende en tegenstrijdige belangen, die allemaal verkondigd mogen worden. De democraat erkent dit en zoekt naar een compromis, de populist verhult dat er tegenstrijdige belangen zijn en doet alsof er één volkswil is. Deze controverse gaat al terug op de tegenstelling tussen Rousseau en Diderot: de eerste meende dat je de ‘algemene wil’ kon vaststellen, de tweede niet. De PVV heeft de fictie ‘Henk en Ingrid’ in het leven geroepen. Zo probeert die partij uit te maken wie het volk is. Henk en Ingrid horen daar dus bij, maar Fatima en Mohammed niet. Dat heeft gevaarlijke gevolgen.


“Op basis van de fictieve volkswil proberen populisten aan de rechtsstaat te morrelen en de onafhankelijkheid van rechters ter discussie te stellen. Hero Brinkman zei bijvoorbeeld in Het Parool dat Henk en Ingrid beslissen over de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht. Hij weet dus zogenaamd wat het volk wil, en meent dat rechters zich daarnaar moeten voegen. Zo wordt een tegenstelling tussen ‘elite’ en ‘volk’ in het leven geroepen.De remedie tegen populisme? Het bestrijden met kracht van argumenten, in plaats van meebuigen om de kiezersgunst te winnen. Daarnaast moeten journalisten en opiniemakers geen concessies doen als het gaat om goede informatie. Er mogen geen taboes bestaan op onderwerpen als integratie en bureaucratie. Belangentegenstellingen moeten helder worden omschreven. Er bestaat een markt voor redelijkheid, verstand en intelligente oplossingen.”

Isabelle Buhre