Mormoon in het Witte Huis?

Nu Donald Trump uit beeld is, kunnen de Republikeinen zich concentreren op mensen die het Barack Obama bij de presidentsverkiezingen in 2012 écht moeilijk kunnen maken. Vooral twee populaire family men uit de Mormoonse kerk maken de Democraten zenuwachtig.

Eindelijk. Eindelijk was het voor Amerikanen weer leuk om Democraat zijn. Na twee jaar economische malaise en een voortdurend slinkende populariteit voor hun president, zat het Barack Obama begin mei weer eens mee. De dood van Osama bin Laden en voorzichtige hoop op herstel van de economie bogen de neergaande lijn zowaar om. Maar vooral de Republikeinen boden Obama de helpende hand. Zakenman Donald Trump leek in de media steeds meer hun gezicht te worden. Zijn eindeloze insinuaties dat de huidige president niet in de Verenigde Staten zou zijn geboren en zijn hints over een eventuele beschikbaarheid als presidentskandidaat deden de partij geen goed. Op beschaafde feestjes zeiden Democraten al gniffelend tegen elkaar dat Trump, met Sarah Palin als running mate, een droomkandidaat zou zijn. Met zulke vijanden heb je geen vrienden meer nodig.

De woorden die Trump op 16 mei sprak, waren dan ook vooral verlossend voor de Republikeinen zelf: hij doet niet mee, volgend jaar. Dat die mededeling zelfs het NOS Journaal haalde, zegt veel over hoe de zoektocht naar een Republikeinse presidentskandidaat een me-diaspektakel was geworden. Het afhaken van Mike Huckabee, een dag eerder, kreeg in Nederland overigens wat minder aandacht. Huckabee leek in 2008 een serieuze kandidaat toen hij in vijf zuidelijke staten de voorverkiezingen won. Terwijl iedereen had verwacht dat Mitt Romney de belangrijkste tegenstander van John McCain zou zijn, gooide die na deze uitslagen de handdoek in de ring. Uiteindelijk werd McCain de Republikeinse presidentskandidaat, maar Huckabee was wel hun nummer twee. Politiek gezien is zijn beslissing het in 2012 niet opnieuw te proberen van wezenlijk belang. Want nu het obstakel van 2008 zichzelf heeft opgelost, is de weg voor Romney helemaal vrij.


Mitt Romney (64), oud-gouverneur van Massachusetts, is ook zakenman geweest. Zijn vermogen, verdiend met consultancy en het opkopen en weer verkopen van bedrijven, wordt geschat op een kwart miljard dollar. Maar zijn imago is onvergelijkbaar met dat van Trump. Romney is het prototype van de rechtschapen huisvader. Hij werd opgevoed in de leer van de Mormoonse kerk, de Church of Jesus Christ of Latter-day Saints, werkte als zendeling in Frankrijk en trouwde op zijn 22ste met een meisje dat hij al sinds zijn prille jeugd kende. Al een jaar later, terwijl ze beiden nog studeerden aan de Brigham Young University in Utah, kregen ze hun eerste kind, geheel volgens de verwachtingen van de kerk.

Politiek speelde een grote rol in het gezin waarvan Mitt deel uitmaakte. In 1968 deed zijn vader, George W. Romney, al vergeefs een gooi naar het presidentschap; later zou hij gouverneur van Michigan worden. Moeder Lenore Romney wilde haar man een paar jaar later graag opvolgen in die functie, maar ze werd ruimschoots verslagen.

Zoon Mitt poetste dat pijnlijke verlies later weg met zijn eigen gouverneurschap, van 2003 tot 2007. Hij wordt in Massachusetts vooral om twee dingen herinnerd: hij boog een enorm financieel tekort om in een overschot en hij voerde de Massachusetts Health Reform Law in, een wet die bijna alle inwoners van de staat verplichtte een ziektekostenverzekering af te sluiten. Het was een primeur in de VS, en in feite een lokale variant van het hervormingsplan van Obama uit 2011. Daarmee is ook meteen iets genoemd dat Romney de kop zou kunnen kosten: hij is niet keihard conservatief. Toen hem na de invoering van de nieuwe wet werd gevraagd of deze verandering nu conservatief of liberaal was, antwoordde Romney even kort als veelzeggend: “Ja.”


Daar staat tegenover dat hij als geen ander heeft bewezen dat hij de economie kan oplappen. Veel ondernemers en bedrijven zien in Romney dan ook de ideale kandidaat. Half mei haalde zijn team in één dag meer dan tien miljoen dollar op voor de campagnekas, met name door bedrijven te bellen en om steun te vragen. Volgens veelgehoorde voorspellingen zal Obama volgend jaar in zijn campagne ongeveer een miljard dollar kunnen uitgeven, maar ook Romney is goed in collecteren. En zo resteert maar één probleem: de ziektekostenwet. “Met de Republikeinen op ramkoers tegen Obamacare is het moeilijk uit te leggen dat je ooit zelf zo’n plan hebt gesteund,” zegt Lewis Hinchman, hoogleraar politieke wetenschappen aan de Clarkson University. “En Romney weet dat daar zijn zwakte ligt, want hij wijst nu geforceerd op de verschillen tussen de plannen.”

Zou het deelnemersveld bij de Republikeinen in 2012 hetzelfde zijn als vier jaar geleden, dan kon Romney niettemin redelijk gerust achterover leunen, al was het maar door gebrek aan echte concurrentie. Met goedbedoelende kandidaten als Ron Paul, Vern Wuensche en Newt Gingrich (zie kader) rekent hij wel af. John McCain is weg. Maar er zijn nieuwe sterren aan het firmament. Oud-VN-ambassadeur John Bolton wordt alom gerespecteerd. Chris Christie en Mitch Daniels, de gouverneurs van New Jersey en Indiana, hebben ook veel steun in ondernemerskringen. Maar het grootste gevaar voor Mitt Romney komt uit de staat waar hij zelf zijn opleiding heeft genoten: het door Mormonen gestichte en nog steeds zeer conservatieve Utah. Dat gevaar heet Jon Huntsman Jr.

Huntsman komt pas sinds half mei voor op de lijstjes van Washington-watchers, maar wordt meteen al getipt als de grootste dark horse in de strijd. Volgens politiek analist Jeremy P. Jacobs wordt hij, als hij aankondigt te zullen meedoen, ‘onmiddellijk een serieuze kandidaat’ voor het presidentschap, een uitspraak die zelfs niemand aandurft als het over Romney gaat. Obama kent de oud-gouverneur van Utah goed. In 2009, toen Huntsmans termijn in Utah voorbij was, bood de president hem een positie aan als ambassadeur in China. Het was geen onlogische optie voor een man die zeer diplomatiek kan zijn en vloeiend Mandarijn spreekt. Maar cynici zagen ook een ander signaal: Democratische president stuurt Republikeinse bedreiging naar de andere kant van de wereld.


De overeenkomsten tussen Huntsman en Romney – een verre neef – zijn treffend. Jacobs omschrijft Huntsman zelfs als ‘Romney Lite’. In Newsweek: “Hij is gematigd als het gaat om sommige hete hangijzers binnen het Republikeinse electoraat – denk aan immigratie, klimaatverandering en China. En hij deelt veel van zijn sterke en zwakke punten met Romney.” Net als Romney wist Huntsman de economie van zijn thuisstaat enorm te versterken. Ook hij is geen hardliner; hij heeft genuanceerde standpunten op gebieden als abortus en het homohuwelijk. Zijn populariteit in Utah is nog groter dan die van Romney in Massachusetts: aan het eind van zijn termijn bleek uit peilingen dat negentig procent van de bevolking vond dat hij zijn werk goed had gedaan. En ook in de privésfeer zijn zijn cijfers nog indrukwekkender dan die van zijn concurrent. Romney heeft vijf kinderen, maar Huntsman heeft er zeven, van wie twee geadopteerd. Geboren en getogen in Utah is hij ook lid van de Church of Jesus Christ of Latter-day Saints. En ook hij werkte als Mormoonse zendeling, maar dan in Taiwan.

Jacobs ziet Huntsman als een gevaarlijke outsider. Met zijn enorme charisma en zijn genuanceerde ideeën zou hij bij de presidentsverkiezingen zwevende kiezers kunnen overtuigen. Hij is beduidend jonger dan Romney. Met zijn 51 jaar is hij een generatiegenoot van Obama. Hij kan jongeren aanspreken. Hij houdt van motorcross en speelt keyboard. Toen de band REO Speedwagon in 2005 optrad in Salt Lake City, speelde Huntsman een paar nummers mee. Dat doet onvermijdelijk denken aan Bill Clinton met zijn saxofoon. Een Republikeinse Clinton zonder het risico van Monica Lewinsky’s; veel mooier kan een kandidaat niet worden. En in tegenstelling tot Romney, die het in 2008 niet redde, kleeft aan Huntsman nog niet de geur van verlies. Hij heeft wel voor Obama gewerkt – dat zien sommige Republikeinen als verraad – maar zou dat juist kunnen gebruiken door te zeggen dat Obama hem uit angst ‘wegstopte’. Als zelfs de president hem vreest, moet hij toch wel een sterke kandidaat zijn.


En Jon Huntsman Jr. is beschikbaar. Enkele weken geleden is hij teruggekeerd uit China, waar hij zijn functie als ambassadeur na iets minder dan twee jaar heeft neergelegd. Zijn eerste daden in zijn thuisland waren vele ontmoetingen met politieke vrienden en adviseurs en een interview met Time, waarin hij niet ontkende dat hij president zou willen worden. Voer voor de vele analisten die hem zien als de grootste bedreiging voor de man die vorige maand nog officieel zijn baas was. Ze zien eigenlijk maar één reden waarom hij er níet voor zou gaan in 2012: als de economie plotseling sterk zou aantrekken, zou Obama waarschijnlijk afstevenen op een eenvoudige overwinning, wie het ook tegen hem opneemt. Huntsman zou er verstandig aan doen die ongelijke strijd uit de weg te gaan en rustig te wachten tot 2016. Hij is er jong genoeg voor.

Nog niet zo lang geleden was het ondenkbaar dat twee Mormonen de front runners zouden zijn binnen de ‘Grand Old Party’. Lewis Hinchman: “De evangelische christenen, die een flink deel van de basis van de GOP bepalen, zien Mormonen niet als onderdeel van de christelijke religie. Sommigen zouden uit principe nooit op een Mormoon stemmen.” Maar 2012 lijkt het jaar van het pragmatisme te worden. Na het verlies van de oude man McCain stellen de Republikeinen sterk leiderschap en een goed gezicht boven religieuze voorkeur. Huntsman was in Time overigens erg vaag over zijn banden met de kerk. Hij stelde eerder ‘spiritueel’ te zijn dan ‘religieus’. Ook hierin zagen analisten een teken dat hij zich klaarmaakt voor een functie waarvoor hij breed gedragen zal moeten worden.


Het is weer leuk om Democraat te zijn. Maar na al het gekrakeel over geboorteaktes en het bijzondere kapsel van Donald Trump gloort er ook weer hoop voor de Republikeinen. Niemand die op feestjes neerbuigende grappen maakt over de mogelijke kandidatuur van Mitt Romney, laat staan die van Jon Huntsman. Met zulke vijanden heeft Obama weer vrienden nodig.

Peter Smolders