Ver van huis

Wanneer je muzikale referentiekader, zoals bij Cristina Branco, zich niet beperkt tot de fado alleen, dan kan het weleens vol worden in je hoofd. Probeer je de erfenis van Amália Rodriguez zo zorgvuldig mogelijk te beheren, schiet er ineens weer een chanson van Jacques Brel, een gedicht van Charles Baudelaire of een tango van Carlos Gardel door je hoofd. Wanneer je last krijgt van die storende interferentie, kun je de ongenode gasten de deur wijzen of ze met open armen ontvangen en integreren in je dagelijks bestaan.

Cristina Branco opteerde voor het laatste en nam een album op met de titel Não há só tangos em Paris (‘Er zijn niet alleen maar tango’s in Parijs’), een plaat die voor de internationale markt werd omgedoopt tot Fado/Tango. Dat is meteen de enige kritiek die je op deze wonderschone synthese van fado, tango en musette kunt hebben. De oorspronkelijke titel verwijst niet alleen naar het gelijknamige lied, maar ook naar het ooit door Carlos Gardel bekend gemaakte Anclao en Paris (‘Verankerd in Parijs’), twee tango’s die verhalen over het gevoel van Argentijnse immigranten in de Franse hoofdstad. De tango die, ver van huis, flirt met het chanson (Les désespérés van Brel) of de poëzie van Baudelaire (L’invitation au voyage). Het is de Portugese gitaar van Bernardo Couto – wát een meester! – die beide genres in de echt verenigt, met als hoogtepunt zijn solostuk Sete. Eregast is natuurlijk Branco zelf, die zich met haar warme stem vol dynamiek en nuance ontpopt als een even stralende als talentvolle match maker tussen het beste wat de Portugese, Franse en Argentijnse huwelijksmarkt te bieden heeft.

Ruud Meijer