Moord op niveau

Grote schrijvers weten de lezer mee te lokken in het hoofd van de wreedste moordenaars en hun gedrag – hoe gruwelijk ook – herkenbaar te maken. De tien beste literaire moorden.

Albert Camus – L’Étranger (1942)
Onder invloed van de brandende zon schiet hoofdpersoon Meursault een Arabier dood. Daarna vuurt hij nog een paar kogels op het dode lichaam af. Dat hij een moord heeft gepleegd, kan de staat weinig schelen. Dat Meursault nauwelijks berouw lijkt te hebben, en bovendien geen verdriet toonde toen zijn moeder overleed, enige tijd vóór de moord, wordt hem zwaarder aangerekend. Wat de mensen in zijn omgeving ook proberen, het lukt ze niet om Meursault de gewenste reactie te ontlokken: hysterie, verdriet, spijt. Hij wordt tot de doodstraf veroordeeld.
Als Meursault de rechter vertelt dat het allemaal door de zon kwam, barst de hele zaal in lachen uit. En toch, hoewel iedereen tegen Meursault is, weet Camus je te overtuigen dat die verklaring minstens zo plausibel is als de meer gangbare motieven voor een moord. Niks liefde, wraak of machtswellust – een lichte zonnesteek kan al genoeg zijn.
Meursault behoudt zijn kalmte en neemt geen toevlucht tot voor de hand liggende excuses. Juist daardoor wordt de lezer meegenomen in zijn redenering. Voor zover je van een redenering kunt spreken. Camus laat in L’Étranger zien dat redeneringen het afleggen tegen lichamelijke gewaarwordingen als hitte en vermoeidheid, en dat het onzinnig en haast lachwekkend is om ons gedrag rationeel te willen duiden.
Niet dat dat expliciet wordt uitgesproken: L’Étranger is allesbehalve een zeepkistroman, en de filosofische boodschap wordt gepresenteerd in heldere, bijna kinderlijke zinnen.
“An intellectual is a man who says a simple thing in a difficult way; an artist is a man who says a difficult thing in a simple way,”
schreef Charles Bukowski ooit. Camus is een artiest.

Lees het gehele artikel in de HP/De Tijd van deze week.

Dries Muus