Frau Antje en het Bundestagvirus

Journalist Arthur Graaff blijft ijveren voor gerechtigheid ten aanzien van de laatst overgebleven Nedernazi Klaas Carel Faber. Vorige week berichtte hij al over vorderingen in de zaak. Daarnaast klom hij in de pen en schreef een brief aan de Duitse Bundestag. Als antwoord kreeg Graaff een [[popup file=”2011-06/brief-bundestag_2.png” description=”formeel repliekje” align=”inline” ]] over de scheiding der machten. Met, veelzeggend, een virus erin…

Lees hieronder de (vertaalde) brief van Graaff:

Geachte voorzitter van de Bundestag, prof dr Norbert Lammert,

Bestaat er rechtvaardigheid in Duitsland? Dat moet toch?

In de oorlog leden de Nederlanders nogal dankzij de Duitsers. Zelfs nu gaat er geen dag voorbij dat er geen kleine voetnoot herinnert aan die tijd: een blindganger hier, een teruggekeerd schilderij daar, een nieuw boek over holocaustoverlevenden. Niet voor niets noemen de Duitsers Nederland ‘het Polen van het westen’, vanwege het hoge aantal wandaden verricht door de bezetters.

En natuurlijk waren er ook fatsoenlijke Duitsers in de oorlog – ik weet van een paar: Calmeyer bijvoorbeeld.

Nu blijkt dat de man die Anne Frank arresteerde, Gestapo-man Silberbauer, niet alleen nooit gestraft is voor zijn daden, maar ook een fatsoenlijke carrière had als Duits geheim agent na de oorlog. En zoals we merken in de laatste jaren, was hij niet de enige SS-er die op die manier beloond werd door de Duitse autoriteiten of de CIA. En wat gebeurt er? Wat stennis in de pers, meer niet. Hartelijk dank daarvoor.

Maar Silberbauer is dood. Wat hebben de Duitsers nog om hun Nederlandse buren mee te paaien? Het hoofd van het Openbaar Ministerie in München, Alfred Obermeier, verklaarde pas nog dat Klaas Faber niet uitgeleverd zal worden. Faber is een voormalig Nederlander die hier de doodstraf kreeg (omgezet in levenslang) voor tenminste 22 moorden gedurende de oorlog. Faber schijnt een Duitser geworden te zijn (als hij het al niet was, diep van binnen) op basis van een Hitlerbesluit uit 1943. Dankzij dat besluit kregen alle buitenlanders die voor de nazistaat werkten, het Duits staatsburgerschap. Nou, nog eens bedankt.

Maar in Fabers geval speelt er nog iets mee. Een Duitse expert op het gebied van internationaal recht en van nationaliteit, prof dr M. Ferid van de Universiteit van München, heeft Fabers procedure voor verkrijging van het Duits staatsburgerschap beoordeeld in 1955. He concludeerde dat het buitengewoon twijfelachtig was, en dat de verkrijging tevens gebaseerd was op twee meinedige verklaringen door twee employees van de zgn ´Einwandererzenstralstelle´destijds in wat toen Litzmannstadt heette (het tegenwoordige Lodz in Polen).

Een Nederlandse journalist stuurde het rapport naar Herr Obermeier – maar die weigert het zelfs maar in te zien, laat staan het te bespreken. Daar zijn we dan: een dienaar van het gerecht, die weigert serieus te kijken naar serieuze documenten door een serieuze Duitse expert waardoor er mogelijk nieuw licht op een zaak kan vallen – erg vervelend! Gaat u alstublieft weg! Nu! Anders zou de arme Herr Obermeier zijn mening wel eens moeten herzien. Bedankt, Herr Obermeier!

Vorige week vroegen Nederlandse overheidsdienaren in Berlijn en München hoe het ermee zat, omdat Herr Obermeier in enkele kranten had gezegd dat hij Faber als Duitser beschouwde. Maar geen nieuws. Het Europese arrestatiebevel voor Faber dateert van 25 november 2010, en hier zijn we nu, bijna 6 maanden later – en niets om iemand voor te bedanken. Intussen is Faber bedreigd door extreem links uit Nederland, krijgt hij politiebescherming, lag in het ziekenhuis – hoe lang leeft die man nog? Zal hij ooit krijgen wat hem toekomt?

Laten we de zaken niet compliceren nu de koningin net op staatbezoek is geweest, de dochter van een lid van de Reiter-SS en zo vloeiend in Duits, ze huppelt door de gangen van de Duitse macht samen met haar zoon en troonopvolger Willem Alexander, wiens vader weer een nogal sympathiek lid van de Hitler-Jugend was, en wiens vrouw … maar nee, laten we hier ophouden.

Tot wie moeten we ons wenden? Tot Frau Antje?

Doet u wat nodig is?

Hoogachtend,

Arthur Graaff

Karen Geurtsen