Bezuinigen op het huishouden

Vrouwen zijn er minder tijd aan gaan besteden, en het kan nog efficiënter.

We zijn de afgelopen dertig jaar meer gaan werken. Vrouwen fors meer, mannen een beetje. Dus gaan kinderen tegenwoordig naar de opvang, in plaats van ’s middags thuis te komen bij een moeder die klaarzit om onmiddellijk psychische bijstand te verlenen bij allerhande schoolpleintrauma’s en ander kinderleed.

Al dat werken heeft het geweten van werkende ouders geen goed gedaan. Vooral vrouwen vragen zich af of ze er wel genoeg zijn voor de kinderen. Als biologische krachten de schuldvraag niet oproepen, dan doet de – minder werkende – buurvrouw of oma het wel.

Maar dat is niet terecht. Want al die extra uren betaalde arbeid zijn niet ten koste gegaan van de tijd die we aan de kinderen besteden. Sterker nog: werkende ouders trekken anno nu meer uren uit voor de kinderen dan ouders in 1980, zo laat de vorige week gepresenteerde Gezinsmonitor van het Sociaal en Cultureel Planbureau zien. De afgelopen dertig jaar is de tijd die we aan onze kinderen besteden bijna verdubbeld. Sterker nog: werkende moeders van nu besteden meer tijd aan hun kroost dan huisvrouwen van dertig jaar geleden.

Gooi maar weg dus, dat schuldgevoel.

Mannen besteden overigens ook flink meer tijd aan de kinderen, maar amper aan het huishouden. Anders gezegd: het huishouden is flink gekelderd op onze prioriteitenlijst. Dat doet me denken aan mijn verwoed de stoep schrobbende buurvrouw van vroeger, toen ik als klein kind in Brabant woonde. Mijn moeder werkte, en schrobde geen stoepen. Het geschrob van de buuf leek ons meer dan schoonmaken. Het was haar raison d’tre, haar identiteit. Zij was chef schone stoep (en opgeruimde keuken, en schone bedden), alle andere boeners in de straat ook. Maar toen steeds meer vrouwen gingen werken en daar een deel van hun identiteit aan ontleenden, lieten ze zonder enige wroeging de bezem los, en aanvaardden een viezere stoep.


Ik sluit niet uit dat het huishouden lange tijd te goed gedaan is, bij gebrek aan andere bezigheden voor vrouwen om zich een identiteit te verschaffen.

Eenmaal aan het werk hielden vrouwen er massaal mee op, met dat huishouden. Nou ja, massaal – ze perkten flink in. Van 32 uur per week besteed aan het huishouden in 1980 naar 24 uur in 2005, het laatste peiljaar in het SCP-onderzoek. Ik gok dat er inmiddels nog wel een paar uur van af zijn.

Overigens leverden ouders ook op een ander vlak in: tijd voor zichzelf. Op ‘vrije tijd’ werd flink bezuinigd de afgelopen decennia, zowel door vaders als moeders. Een bak koffie om bij te kleppen met de rest van de dames uit de straat is er niet meer bij. Ook andere hobby’s schieten er steeds vaker bij in.

Is dat erg? Niet per se. Want hoewel dertig procent van de ouders het combineren van werk en ouderschap zwaar noemt, vindt een groeiend deel van hen het ook verrijkend.

De emancipatie vaart er intussen wel bij. Want hoewel vrouwen nog steeds fors meer doen in het huishouden, is de verdeling met de mannen de afgelopen dertig jaar wel degelijk gelijker geworden. Niet omdat mannen meer gingen doen dus, maar omdat vrouwen minder deden. Vooral met koken en afwassen hielden ze op. Dat kon ook: met dank aan vaatwassers, magnetrons en stoommaaltijden. Emancipatie moet het meer hebben van economie en innovaties dan van moraal.

Daar ligt nog winst genoeg in het verschiet. Prefab of half bereid eten kan een stuk gezonder en zal dan meer mensen aanspreken. Met het uitbesteden van diensten valt ook nog winst te behalen. Inmiddels heeft ook een anderhalfverdienend gezin in een rijtjeshuis een schoonmaakster. De volgende stap is wellicht een kok. In de grachtengordel is die al gesignaleerd. De kok komt om vier uur binnen met de boodschappen, bereidt het eten voor, haalt de kinderen van de opvang, maakt het eten af en zet alles op tafel.


Het gezin schuift dan aan voor een uurtje samenzijn.

import esther van rijswijk