De beschaafde extremiste

Uilskuiken van de week: Andrée van Es.

Het wantrouwen van Andrée van Es (1953) richtte zich van oudsher tegen de overheid. Als Kamerlid namens de Pacifistisch Socialistische Partij (PSP) ging ze in de jaren tachtig tekeer tegen de welhaast totalitaire Staat der Nederlanden, die ons wilde opzadelen met kernwapens en die uitgeprocedeerde asielzoekers in detentie hield. Over pedofilie werd ten onrechte moeilijk gedaan, vond ook zij. In het Palestijns-Israëlische conflict waren de Arabieren goed en de joden fout, en het koningshuis moest zo snel mogelijk worden afgeschaft.

Gewelddadige groepen als RAF, Onkruit en RaRa konden rekenen op haar sympathie, inlichtingendiensten die kritische mensen in de gaten hielden moesten worden bestreden. In 1984 bracht ze een nacht door in het gekraakte Wijers-complex te Amsterdam, om te protesteren tegen de ontruiming van de volgende ochtend. Ze schrok van het optreden van de Mobiele Eenheid en stelde hierover Kamervragen.

In de loop der jaren is Andrée van Es een totaal ander mens geworden. Vrienden uit het actiewereldje waren verbijsterd dat uitgerekend zij in 2001 werd ingeschakeld bij de zogenoemde inburgering van Máxima Zorreguieta. Nog gekker werd het in 2007, toen zij directeur-generaal werd op het ministerie van Binnenlandse Zaken, dat in haar PSP-tijd bekendstond als een soort Adelaarsnest dat het best met brandbommen bestookt kon worden.

Sinds een jaar is Van Es namens GroenLinks wethouder van onder meer Diversiteit en Integratie in Amsterdam. In die hoedanigheid gaf ze onlangs een interview aan de Volkskrant. Uit dat interview blijkt haarfijn wat er met Van Es is gebeurd: haar wantrouwen jegens de staat heeft plaatsgemaakt voor een wantrouwen jegens de burger. Niet langer moet die burger tegen de staat worden beschermd, de staat moet juist beschermd worden tegen hem.


Want de burgers van de 21ste eeuw zijn gek geworden en op hol geslagen – zo beschaafd en vredig als in de tijd van RaRa en RAF zijn ze niet meer. Ze hebben een ‘grote bek’, het gevolg van een enorm ‘opvoedingsprobleem’.

De wethoudster heeft daarom een ‘beschavingsoffensief’ ingezet om de ontspoorde burger ‘hoffelijkheid’ bij te brengen. Kijk naar het Vondelpark, zegt ze, niemand ruimt daar zijn rommel op! In de tijd van de krakersrellen was dat wel anders. Hoe zou de straat voor het Wijers-complex erbij hebben gelegen, vraag je je af. ‘We moeten het goede voorbeeld geven,’ zegt Van Es. ‘Inderdaad, de mensen een beetje optillen.’

Ze heeft het over groepjes Marokkanen die anderen de weg versperren, over allochtone jongeren die niet moeten zaniken als ze worden gediscrimineerd. Islamitische mannen behoren vrouwen een hand te geven; het is hartstikke goed dat eerstegeneratie-allochtonen gedwongen op cursus gaan; uitkeringen zetten we stop als mensen niet willen werken. Als Hans Janmaat in haar PSP-tijd dit soort uitspraken en voorstellen had gedaan, zou Van Es ontploft zijn met Kamerzetel en al.

Haar politieke loopbaan is één grote tegenstrijdigheid. Niettemin merkt Van Es in het interview op: ‘Ik ben heel scherp als de integriteit in het geding kan zijn.’ Niet háár integriteit natuurlijk, de integriteit van anderen.

Het treurige is dat er niets in het interview staat dat niet reeds is gezegd door Pim Fortuyn, Rita Verdonk of Geert Wilders. Tamelijk schaamteloos heeft Andrée van Es zich een gedachtegoed eigen gemaakt dat ze eerder hardvochtig verafschuwde; een groter compliment aan het populisme en een beter bewijs van het failliet van haar vroegere denkbeelden valt niet te leveren. Trekt u zich niet al te veel aan van de aansporingen van dit uilskuiken.

import joris van casteren