Een goed gesprek met Henk Krol & Bernard Welten

Kan een hoofdcommissaris van de hoofdstad wel in alle rust lunchen?

‘Ik durf inderdaad nooit lang weg te gaan. Zeker niet met vakantie. Vanwege wat er kan gebeuren, maar ook omdat ik niet wil dat er iets geschiedt waar ik niet bij ben. Bij de Bijlmerramp was ik binnen een kwartier ter plaatse. Op het moment dat het toestel neerstortte, had ik piketdienst. Ik was toen chef centrale recherche en zat thuis Studio Sport te kijken, met een bord eten op schoot. Zo hoorde ik van Annette van Trigt dat er wat aan de hand was. Ik zei tegen Tess, mijn vrouw: ‘Ik moet meteen weg.’ Ik heb een blauwe lamp op het dak van mijn auto gezet en ben snel naar de Bijlmer gereden.’

Zo’n moment blijft je vast altijd bij.

‘Ja, nu ook weer met de kinderpornozaak rondom Het Hofnarretje. En toch moet ik er niet aan denken dat ik er niet bij zou zijn.’

Gastheer Robert Memel van restaurant Blauw aan de Amstelveenseweg in Amsterdam zet samen met chef-kok Agus Hermawan de eerste gerechten op tafel.

‘Voor mij alleen een proefbodempje wijn; ik moet scherp blijven.’

Je hebt een opvoeding genoten tussen de etenswaren.

‘Ik ben de zoon van een bakker; tot mijn achttiende werd ik zelfs met ‘bakker’ aangesproken. Ik ben blij dat ik het kind van middenstanders ben; ik leerde al vroeg wat het betekent om hard te moeten werken.’

Waarom ben je zelf geen bakker geworden?

‘Die gedachte heb ik snel laten varen. Ik wilde weg uit Breda. Mezelf zijn. Dat lukt niet in een stad waar je ouders zo zichtbaar zijn. Iedereen kende bakker Welten. Mijn vader raadde me aan naar de politieacademie te gaan, maar vraag me niet waarom. Niemand in mijn familie zat of zit bij de politie. Pa heeft het wel bij het rechte eind gehad, want ik ben tot in mijn tenen blauw. Leuk trouwens dat we nu hier bij Blauw eten.’


Ben je altijd blij geweest met je politieroeping?

‘Nee, daarom ben ik 25 jaar geleden zelfs een jaartje weggeweest. Het zat me dwars dat ik niet in de positie was om dingen die ik maatschappelijk belangrijk vond te kunnen veranderen. Veel waar je als diender tegenaan liep, werd door de politiek niet serieus genomen. Het was alsof ik een schildpad moest leren hoogspringen. Ik heb toen een paar maanden in de chemie gezeten – gevelreinigingsproducten, impregneermiddelen en dergelijke. Ik wilde weten of ik zoiets leuk zou vinden. Daarna ben ik teruggekeerd, maar tot de dag van vandaag kan ik het systeem onvoldoende veranderen. Hoewel, als ik nu ergens wat van vind, heb je in ieder geval gedonder in de tent.’

En jij vindt vaak ergens wat van… Maar hoe kijk je nu naar je werk?

‘Ik ben van dit vak gaan houden. Het is zo complex en tegelijk zo aantrekkelijk dat het verslavend wordt. Je maakt de bijzonderste dingen mee. Zo mocht ik als eerste naar binnen om Freddy Heineken te zien na zijn ontvoering. En natuurlijk de Bijlmerramp, de kroning, ontruimingen van kraakpanden, de IRT-affaire, de moord op Theo van Gogh, een dag na mijn aantreden als hoofdcommissaris in Amsterdam. Ik heb vanwege mijn werk weleens met het hele gezin moeten onderduiken. Achteraf denk ik: het was natuurlijk vreselijk, maar ik heb wel wat beleefd.’

Als je dat allemaal meemaakt, dan heb je toch geen gewoon mensbeeld meer?

‘Er is niemand op de wereld waar geen vlekje aan zit. Maar je mag niet cynisch worden, dan houd je het niet vol. Je moet je er altijd van bewust zijn dat wat jij ziet maar een deel is van het grotere schilderij. Mijn vrouw is tandarts, we hebben drie kinderen. Wat zij meemaken is een reflectie van een veel normalere wereld dan de dingen waar ik dagelijks tegenaan loop.’


Hoe bevalt de nieuwe burgemeester?

‘Ik ben blij dat ik in de nadagen van mijn ambtelijke leven mag samenwerken met Eberhard van der Laan. Toch loop ik ook nu voortdurend tegen de grenzen van het systeem aan. Gelukkig heb ik in hem een medestander. Problemen worden niet langer ontkend. In het onderwijs, de zorg en bij de politie staan de mensen met hun poten in het bluswater. Ze worden als eersten geconfronteerd met maatschappelijke uitwassen. Ze krijgen alles over zich heen: dingen die niet deugen, systeemfouten, misstanden. Er wordt veel te laat maatschappelijk erkend wat er aan de hand is. Vaak merk je dat de omgeving ergens nog niet aan toe is. Dat dingen met de mantel der liefde worden bedekt. Juist dan moet je zeggen: zijn ze nu helemaal belazerd? Ik heb weleens last van de onhandigheid waarmee ik dingen aan de orde stel, maar nooit van mijn geweten.’

Stond die houding in de weg bij je relatie met oud-burgemeester Job Cohen?

‘Persoonlijk was die verstandhouding prima, maar qua aanpak zaten we niet altijd op dezelfde lijn. Maar het is een misverstand dat we altijd rollebollend over straat gingen. Daar zijn we geen van tweeën het type voor.’

Wat is je lijfspreuk?

‘Ik wil niet middelmatig zijn. Na verloop van jaren ben ik me gaan realiseren dat ik al op vrij jonge leeftijd erg opviel. Al op mijn 36ste moest ik een grote groep aansturen. Dat bracht veel verantwoordelijkheid met zich mee.’

Hoe kon je dat bolwerken?

‘Mede dankzij mijn thuissituatie. Ik ken mijn vrouw Tess al veertig jaar. Ik leerde haar kennen toen ik twaalf was. Toen Tessie vijftien was en ik zeventien kregen we verkering. Na achtenhalf jaar wisten we dat we zouden gaan trouwen.’


Zij is je steun en toeverlaat?

‘Je kunt dit vak alleen maar uitoefenen als het thuisfront stabiel is. Ik heb het goed getroffen. Ze heeft me altijd gesteund. Zelfs toen we kinderen kregen, ben ik geen uur minder gaan werken, en daar ben ik niet trots op. Nu denk ik weleens: was dat niet te veel van haar gevraagd?’

Kun je ook geheimen van je werk met haar delen?

‘Er is niets wat ik niet met haar deel. En dan vertel ik niet eens veel over mijn werk, maar in spannende tijden, als er emotioneel veel te verwerken valt, is het zaak te weten dat er altijd iemand is die onvoorwaardelijk ruimte voor me maakt.’

Zoals?

‘Ik ben weleens met een bomvrije auto van huis opgehaald. Dan bleef Tess met de kinderen achter. Nooit zei ze: ‘Ja maar’ of ‘Nee toch’. Ze gaf me geen moment het gevoel dat ze dat het niet begreep. Ook de kinderen hebben weleens last gehad van alles wat er rondom hun vader speelde. Zelfs op momenten dat de hele wereld over me heen viel, heb ik van het thuisfront altijd volop steun gekregen.’

Nooit kritiek?

‘Tess kan het me soms heel fijntjes laten weten wanneer ik even te narrow-minded ben. Of als ik weer eens forse uitspraken heb gedaan in de media. Dan laat ze me na afloop weten: ‘Probeer nou eens níets te zeggen’. Zij weet ook wel dat er de laatste tien jaar te veel momenten zijn geweest die heel lastig voor me waren.’

Maar komt dat niet omdat je én politieman én wereldverbeteraar wilt zijn? Wat ben je diep vanbinnen?

‘Ik ben in de eerste plaats een verantwoordelijk burger. Het is me gelukt alle Nederlandse dienders een motto opgespeld te laten krijgen: ‘waakzaam en dienstbaar’. Waakzaam en dienstbaar aan de waarden van de rechtsstaat: vrijheid, rechtvaardigheid én gelijkwaardigheid. Wat ons maatschappelijk het meest bedreigt, is dat het idee lijkt te ontstaan dat het niet erg is als we met artikel 1 van de Grondwet gaan spelen. Dat mensen misschien wel niet gelijk behandeld hoeven te worden. Kijk, als je narigheid wilt, als je ernaar streeft dat mensen grotere afstand krijgen tot elkaar, dan moet je vooral zo doorgaan. Ik ben dan wel politieman, maar al ben ik de sterke arm van de overheid, ik ben niet het instrument. Politiemensen moeten zelf blijven denken. Wij zijn er niet voor de overheid, we zijn er voor de burger. De burger heeft het mandaat gegeven aan de overheid.’


Je wordt feller.

‘Dat komt omdat het politieke klimaat verandert, de opvattingen zijn meer uitgesproken. Op 1 november ga ik stoppen als hoofdcommissaris. Het zou mooi zijn als ik daarna in een andere functie iets kan gaan doen met mijn idealen.’

Zou je daarna niet graag minister van Binnenlandse Zaken willen worden?

‘Ik weet niet of… nee, ik ben daar niet geschikt voor.’

Je hebt nog wel politicologie gestudeerd.

‘Maar dat is geen reden om te veronderstellen dat ik ook minister zou kunnen zijn. Laat staan dat ik het wil. Ik ben nog niet bezig met nieuwe functies.’

Maar jij weet waar de schoen wringt. Moet je daar dan niets mee?

‘Dat is ook precies wat ik wil. Dat mensen waardig gestuurd door het leven gaan, professioneel en integer. Dat ze snappen wat dat betekent: ‘waakzaam en dienstbaar aan de waarden van de rechtstaat’. Als je dat begrijpt, kun je verder alle regels vergeten. Maar wat doen we vandaag de dag? We maken almaar meer regels zodat ambtenaren kunnen zeggen: ‘Mij maken ze niets’, ‘Ik heb precies gedaan wat me werd voorgeschreven. Ik ben gedekt.’ Dat staat me geweldig tegen.’

Dan moet je de politiek in!

‘Nee, politici maken zich te druk over incidenten als wel of geen hoofddoekjes. Het gaat nooit over de achterliggende problematiek. We hebben een financiële crisis, er dreigt steeds meer ongelijkwaardigheid, de samenleving kan worden ondermijnd, er ontstaat een onderwereld naast de bovenwereld, in de zorg is veel geprivatiseerd zonder dat we er beter van zijn geworden, marktwerking lost niet alles op. Er zijn problemen in het onderwijs. We sleutelen te veel aan de structuur in plaats van aan de strategie.


‘De grote maatschappelijke problemen worden niet meer door bestuurders en Kamerleden opgelost. Nee, ze rennen van incident naar incident. Wie de krant leest, kan de Kamervragen voorspellen. Ik ga toch niet in die mallemolen zitten? Dan kan ik beter in de buurt van mijn professie blijven. En voor politici zou het beter zijn dat ze raad zouden vragenaan professionals. Zo kunnen problemen worden opgelost. Hoeven we niet meer van quote naar quote te hollen.’

Wat wil jij dan gaan doen?

‘Tja, wat kun je?’

Je ervaring dienstbaar maken? Roepen: doe het anders?

‘Weet je: ik ben volop aan het nadenken wat ik na 1 november zou moeten gaan doen. Ik geloof heilig in fasen in het leven. Ik wil nooit iets langer doen dan zeven jaar. Dat heb ik met mezelf afgesproken. Wat vind jij dat ik zou moeten gaan doen?’

Jij wilt maatschappelijk betrokken blijven. Maar nu moet je altijd opletten…

‘Ja, ik moet altijd opletten met wat ik zeg.’

Zou het niet beter zijn als jij eindelijk onomwonden je oordeel kunt geven?

‘Ik heb mezelf beloofd dat ik me na deze baan drie maanden wat tijd zou geven. Ik ben gek op de veertigurige werkweek, ik doe er zelfs twee. Ik wil met anderen kunnen nadenken over wat ik ga doen. Ik wil wel dicht bij het veld blijven. Welke politie past bij deze tijd? Hoe kunnen we dienstbaar zijn aan de rechtsstaat? Daar wil ik, samen met enkele collega’s, een boek over schrijven.’

Kun je daarnaast niet via een leerstoel aan een universiteit onafhankelijk adviezen gaan geven richting beleidsmakers en politici?

‘Misschien is dat wel goed. Er komt een moment dat professionals tegen de overheid gaan zeggen: u kunt misschien wel het gezag zijn, maar dit gaan wij toch niet doen. Het leidt immers niet tot wat u uiteindelijk wilt.’


Daar is heldenmoed voor nodig.

‘Ja, daar is heldenmoed voor nodig. En vooral mensen in verantwoordelijke posities die je steunen. Als je iets in je eentje roept, kijken anderen al snel hoe de verhoudingen liggen. Dan verandert er nog niets. Predik de revolutie voor die uitbreekt. En denk nu niet dat ik anarchistisch ben. Helemaal niet. Ik wil alleen dat het gezond verstand gebruikt gaat worden.’

De politie bekostigt leerstoelen aan de universiteit; moet jij niet buitengewoon hoogleraar worden?’

‘Nu je dat zo oppert, ja, dat lijkt me leuk. Als ik maar dicht bij de voorste linies kan blijven. Ik wil geen studeerkamerwetenschapper worden.’

Eigenlijk was het een flauw grapje, eten met de hoofdcommissaris van politie in een restaurant met de naam Blauw. Toch blijkt het in diverse opzichten een geslaagde keus. Blauw heeft vestigingen in Utrecht en Amsterdam, waar Indonesisch wordt gekookt op sterrenniveau. Aan de Amstelveenseweg heeft Blauw onlangs gezelschap gekregen van de bekende topkok Ron Blaauw, die er schuin tegenover een zaak heeft geopend met bijna dezelfde naam. Dat geeft verwarring. Maar Blaauw en Blauw serveren compleet andere gerechten. Wie op zeer verfijnde wijze wil genieten van de Aziatische keuken, vindt bij Blauw (met één ‘a’) een uiterst aangename kaart en een prima sfeer. Wij geven Blauw maar liefst negen HP’tjes.

import aan tafel