Het eurobedrog

Als Griekenland valt, kunnen ook andere zuidelijke stenen vallen.

Angela Merkel heeft de Grieken te verstaan gegeven dat ze harder moeten gaan werken, en zelfs bij de andere zuidelijke eurolanden groeit de ergernis over het Griekse bedrog. Italië en Spanje zijn er laaiend over, want het zaait ook twijfel over hun schuldpapieren. Iedereen is het erover eens dat de Grieken nooit tot de eurozone hadden mogen worden toegelaten, maar dat inzicht komt wel elf jaar te laat. In Nederland stemden alleen de christelijke partijen (inclusief het CDA) tegen deelname van de Grieken aan de euro, maar die zaten toen in de oppositie en hadden makkelijk praten. Nu mag er van Geert Wilders (die als VVD-lid vóór stemde) geen cent meer naar Griekenland, terwijl iedereen weet dat elke optie (Griekse ‘schuldsanering’ of niet) de belastingbetaler nog veel geld gaat kosten.

Het is een verbijsterend echec, omdat het zo voorspelbaar was en verder reikt dan Griekenland. Nog maar twee jaar geleden moesten we blij zijn met de euro, die ons door de financiële crisis had geloodst. Een half jaar eerder wist bankenredder Wouter Bos nog dat het bij ons in Europa allemaal beter was geregeld dan in Amerika. Terwijl de verwevenheid van de Europese economie met de Amerikaanse economie toen een gegeven was en de euro een onbeproefde munt die zijn waarde nog moest bewijzen. Vergeleken met de (zwakke) dollar houdt de euro redelijk stand, maar dat neemt niet weg dat de weeffouten van de euro onbarmhartig aan het licht zijn getreden. Fouten waarvan de draagwijdte is onderschat.

Klagen over het Griekse bedrog heeft geen zin als de financieel sterkere landen, die zelf allerminst schuldenvrij zijn, hun eigen tekorten niet onder ogen zien. De euro was altijd een politiek project dat op een historisch compromis tussen Frankrijk en Duitsland berustte, en de meningsverschillen tussen die beide landen over de opzet van de muntunie en de koers van de Europese Centrale Bank waren nooit een geheim. Nederlandse politici hebben zichzelf een rad voor ogen gedraaid door de euro louter in financieel-economische termen te zien. Gerrit Zalm greep de EMU-criteria aan om de financiële huishouding in eigen land te saneren, onder het mom dat Nederland anders gevaar liep zich niet voor de euro te kwalificeren. Tegelijk verklaarde hij monter dat kernlanden als Italië en België (zonder wie de euro ondenkbaar was) geen lid mochten worden als ze hun financiën niet op orde hadden. Het is kritiekloos geslikt; niet alleen in politiek Den Haag, maar ook door de media en de Nederlandse bevolking, die in een diepe euroslaap verkeerde. De enige die weleens een sceptisch geluid liet horen, Frits Bolkestein, vertrok eind jaren negentig naar Brussel, waarmee elke twijfel over de euro werd geneutraliseerd.


Natuurlijk weten we achteraf alles beter, maar wat mij zo tegenvalt, is dat je al die topeconomen en CEO’s die toen zo voor de euro waren nu niet hoort. Daardoor staan onze Haagse politici er alleen voor, met hun povere uitleg waarom het nodig is dat er miljarden in noodfondsen moeten worden gestort om Griekenland overeind te houden, terwijl elke economische wijsneus van een bodemloze put spreekt. Het lijkt nu net alsof PVV en SP het economisch gelijk aan hun kant hebben met hun pleidooien voor een uittreden van Griekenland, terwijl het binnenboord houden van de Grieken niet alleen een financieel, maar ook een groter politiek belang dient. Als Griekenland valt, is het gevaar groot dat er ook andere zuidelijke stenen vallen. Rampzalig voor West-Europese banken, en vooral voor Frankrijk, dat dan met een club Duitsgezinde landen overblijft waar het niet tegenop kan. Dat lijkt voor Nederland niet eens zo erg, maar zonder Frankrijk geen euro, en zonder euro geen basis meer voor de Frans-Duitse verzoening. Voor Europa is het dus erop of eronder, waarbij men het lek bij Griekenland hoopt te dichten, omdat het daar nog het meest overzichtelijk is. Zo niet, dan komt er nog veel meer eurobedrog naar boven en is de wrok niet te overzien.

import dirk jan van baar