In de schaduw van het leven

Roland Garros: zomerjurkjes en zonnebrillen, en soms vliegt er een bal voorbij.

Op een ochtend werd ik twee uur later wakker dan eigenlijk de bedoeling was. Vermoedelijk was ik na het eerste inleidende lawaai van mijn wekker uit bed gestrompeld, had ik net zo lang op alle knoppen gedrukt tot het weksignaal verstomde en was ik weer in slaap gevallen. Vermoedelijk, want ik kon me er niets van herinneren.

Nu was de ochtend al halverwege. Ik besloot groothartig mezelf de andere helft cadeau te doen en deed de tv aan.

Het scherm werd oranje en daar was het al: het meditatieve geplof van rackets tegen tennisballen. Ik viel met mijn neus in de boter: de tweede ronde op Roland Garros was in volle gang.

Mijn herinneringen aan Roland Garros zijn zonnig en loom. Het toernooi vindt altijd plaats in de tweede helft van mei, als de luchten boven Parijs helblauw zijn en de zon brandt op het gemalen baksteen.

De grote vakantie kondigt zich aan.

Hoeveel uur heb ik in mijn leven niet verbeuzeld met het kijken naar die eindeloze slooppartijen tussen lex Corretja en Thomas Muster op Court Philippe Chatrier, of het oeverloze getik van Steffi Graf en Monica Seles op Court Suzanne Lenglen? Honderden, minstens. Uren waarin ik mijn wiskunde-eindexamen wat grondiger had kunnen voorbereiden, of iets aan mijn achterstand op het gebied van de wereldliteratuur had kunnen doen. Ik had ook wielrenner kunnen worden, of meisjes kunnen opbellen.

In plaats daarvan zat ik binnen, deed alsof ik mijn toetsen leerde en keek stiekem tennis. En ik houd niet eens van tennis.

Het was alweer een paar jaar geleden dat ik Roland Garros had gezien, sinds mijn eindexamen kijk ik tijdens het werk zelden nog stiekem televisie. De namen waren veranderd, maar verder was alles hetzelfde.


De wedstrijd ging tussen twee vrouwen, Wozniacki en Wozniak. Ik verzin dit niet. Wozniacki werd door de Vlaamse commentatoren voorgesteld als de nummer één van de wereld. Ik had dus lang genoeg niet naar Roland Garros gekeken om nog nooit van de beste tennisster ter wereld te hebben gehoord – dat begon goed. Wozniacki bleek een stevig meisje met een grote blonde vlecht dat haar best deed zo onsympathiek mogelijk over te komen. Dat lukte vrij aardig.

‘Da’s niet proper,’ fluisterde de Vlaamse commentator op biljartcommentaarvolume toen Wozniacki zich voor de zoveelste keer als een ontstemde kleuter bij de umpire meldde. Geagiteerd klopte zij met haar racket het gravel onder haar schoenen vandaan. Het was een tamelijk gnante vertoning, maar het mooie is: dat maakt op Roland Garros dus niets uit.

Wanneer de regisseur zich even verveelt, schakelt hij naar een camera die permanent op de tribune gericht staat om bekende types in beeld te kunnen brengen. Brad Pitt die in zijn neus peutert, of Claudia Schiffer die tegen de slaap vecht. Liever zo’n shot dan een dropshot. Tijdens de strijd tussen Wozniacki en Wozniak lagen de celebrity’s waarschijnlijk nog te maffen, zodat de regisseur het moest doen met wat zonnende onbekenden. De tirannieke vader van Wozniacki had een tribune voor zich alleen.

Als er geen beroemdheden te traceren zijn, krijgt de langzaam wegzakkende kijker een paar keer per set een overzicht van het park. Zomerjurkjes en zonnebrillen, dat zijn de hoofdzaken op Roland Garros. Af en toe vliegt er een bal voorbij, of er komt een bezwete kerel langs. Dat zijn meevallers voor de televisiekijker, maar het doet niet echt ter zake. In Parijs wordt topsport gereduceerd tot zijn werkelijke proporties: een niet onaardige bijrol in het toneelstuk van het leven.


Wozniacki won zonder al te veel problemen van Wozniak. Nog vóór zij haar rackets in de tas had gestoken, schakelde de regisseur over naar een nieuwe shot.

Hij stond er mooi bij die ochtend, de Eiffeltoren.

import frank heinen