Konttakt

‘Huh? Heb jij een luier aan of zo?’ Dat kreeg Hans Nijenhuis te horen toen hij aan het werk was. De NRC-uitgever, ooit bekroond als ‘moedigste hoofdredacteur’, is meer dan een krantenman. Is hij geen chef, dan onderzoekt hij de seksestrijd. In zijn debuutroman Man van beroep (2003) vertolkt een identiteitscrisis met penis de hoofdrol. Het goedmoedig managen van carrière, gezin en een langzaam leeglekkende liefde draait uit op een oorlog op te veel fronten. Zijn maatschappelijke castratie probeert hij af te wenden met een affaire. Ondanks de lichtvoetige toon is de moraal weinig verheffend: de man is de lul.

Deze thematiek leidde ook tot participerende journalistiek: hij testte gezichtscrèmes en corrigerend ondergoed. Bijvoorbeeld de Go Softwear Padded Butt Boxer Brief, volgens de fabrikant ‘the perfect underwear option for guys who want to look good both coming and going’. Op het zitvlak van de short zitten twee ovale kussentjes. Gecombineerd met een strakke broek wordt zo elk paar vleesgordijnen omgetoverd tot een veelbelovende skippybal. Tot er dus in geknepen wordt en het vermoeden van incontinentie alle lust absorbeert.

Sex and the City, Pim Fortuyn en Viva hebben de man opgezadeld met het besef dat hoekige kaaklijn, brede schouders en priemend-dromerige blik niet langer volstaan om enigszins acceptabel voor de dag te komen. Ook van achter in de broek moeten we aan de slag. Feminisme heeft verloren van het lichaamsfascisme. De vrouw is niet af van haar fysieke onzekerheden, de man heeft er nu ook gewoon last van. Toen ik de geschoren oksels zag van de Haagse jongemannen in Oh Oh Cherso, kreeg ik al jeuk onder mijn armen. En ik was nog wel zo blij met de comeback van de baard. Maar de sullige lapmiddelen of de opbol- en intrekmanoeuvres voor de genadeloze spiegel zijn niet het ergste van de idealenpropaganda. Dat is de beeldenindustrie, die aperte leugens verspreidt.

Hoeveel mannen houden van graatmager, type ‘je gooit er een brood naar en het komt gesneden terug’? Vast evenveel als er liefhebbers zijn van luierseks. Een forse boezem of nog minder dan een handvol – hemels, beestachtig geluk voel ik bij beide. Een boerendochter met wie ik ooit vree, voelde zich ongemakkelijk over haar grove handen. Ik ontwikkelde er bijna een fetisj voor. En moge een welwillende bommenregen vallen op alles wat met schaamlipcorrectie te maken heeft.


Hoeveel avondjes uit zijn niet verpest door het onverbloemde antwoord: ‘Dat vind ik net lekker,’ toen ze vroeg of haar kont niet te dik was. Weinig tactvol, wel zo eerlijk.

Een opgestoken middelvinger tegen de spindoctors van het uiterlijk vergt een sterke persoonlijkheid. Maar het is het enige opkontje dat werkt, zowel voor mannen als vrouwen.

Thomas Blondeau