Koorddansen in de Kaukasus

Dagestan levert van oudsher niet alleen circusartiesten, volgens Moskou is het ook een broeinest van bommenleggers. Bericht uit een regio die balanceert op de rand van een oorlog.

‘Naar dat dorp in de bergen? Da’s vier uur rijden!’ De 22-jarige Koerban Gadzjijev zucht en trapt tegen de velgen van zijn Lada. ‘Ik heb twintig jaar mijn best gedaan om weg te komen uit dat koorddansersdorp.’ Hij steekt een schroevendraaier in het contact en zet koers naar Tsovkra-1, een kleine nederzetting in de onherbergzame hoogten van Dagestan, een autonome Russische deelrepubliek in de onrustige Kaukasus. Ooit waren de koorddansers van Tsovkra wereldberoemd, nu wil bijna niemand nog in hun dorp wonen.

Geen wonder; de spanning is er om te snijden. Bijna niemand durft het hardop te zeggen, maar het is oorlog in de Kaukasus. De rebellen achter de aanslag op de Moskouse luchthaven Domodedovo in januari hebben gezworen dat ze van 2011 het jaar van ‘bloed en tranen’ zullen maken. Er gaat geen dag voorbij zonder aanslagen. Op de pistes aan de voet van de Elbroes blazen terroristen een skilift op, in Ingoesjetië worden kioskjes die stiekem alcohol verkopen in brand gestoken, en terwijl Ruud Gullit in Grozny aankomt, ontploffen er vier bommen in Tsjetsjenië. Koerban slaat bij een kruispunt linksaf de bergen in. ‘Hier was een politiepost, die is vorige week opgeblazen.’

Vanwege modder en smeltende sneeuw zijn sommige dorpen onbereikbaar. Over een half ingestorte brug zijn een paar platen gelegd, en wanneer de auto het bijna begeeft, is Tsovkra in zicht.

‘Dit is een van de meest afgelegen dorpen in Dagestan,’ zegt Iljas Iljamedzjoedov trots als we even later zijn dorp hebben bereikt. Hij wordt hier ‘de gymleraar’ genoemd. Terwijl de meeste dorpsbewoners zichzelf op ezeltjes verplaatsen, sprint de 64-jarige Iljamedzjoedov heen en weer door de nauwe straatjes. De lucht is ijl, het dorp ligt zo’n 25 kilometer boven de zeespiegel, en behalve kool en aardappels groeit er bar weinig.


‘Je had hier jaren geleden moeten komen. Toen er nog genoeg werk was. Nu is bijna iedereen weggetrokken. Nog voor we goed en wel de val van het communisme hadden verwerkt, stonden de Sau-dische radicalen hier al voor de deur. En sinds de aanslagen kunnen we het toerisme ook wel op onze buik schrijven,’ legt Iljamedzjoedov uit. Met lichte tegenzin zet hij de trapeze recht. Met een ijzeren staaf spant hij het koord, en even later lopen er een paar kinderen overheen alsof ze volleerde circusartiesten zijn. Een oudere vrouw ziet het glimlachend aan en trekt uiteindelijk toch haar schoenen maar uit. Ze aarzelt even, maar dan loopt ze op kousevoeten met haar ogen dicht over het koord. Een jong meisje fietst op een eenwieler over het koord terwijl ze op haar hoofd een bloempot laat balanceren. Maar de ster van het dorp is Koerban zelf. Hij laat zich op de dunne metalen lijn vallen, springt omhoog, danst in de lucht, neemt zijn jongere zusje op de schouders en hinkelt aldus naar de overkant.

Iljamedzjoedov kijkt toe. Hij zegt dat hij het zelf niet meer kan, maar de buren spreken dat tegen. ‘Ik ben maar gewoon leraar,’ zegt hij. ‘Vroeger woonden hier zeker 450 gezinnen, en er was zelfs een school. Maar al in de jaren zeventig begon de leegloop uit de bergdorpen. Naar Machatsjkala (de hoofdstad van Dagestan – red.) of liever nog naar Moskou. Nu zijn er nog maar zo’n dertig kinderen, maar die kunnen gelukkig wel allemaal koorddansen’.

Hoe de koorddanstraditie precies is ontstaan, weet niemand. Koerban wijst naar zijn vader, de 48-jarige Ramazan Gadzjijev, maar die vindt dat te veel eer. ‘Ik heb het ook maar van mijn vader geleerd, en onze grootvaders hebben het weer van hun ouders geleerd. Het gaat van de ene generatie op de andere over. En soms moet je er een beetje druk op zetten,’ gniffelt Gadzjijev. ‘Toen ik mijn vrouw leerde kennen, ben ik heel duidelijk geweest: ze moest gaan koorddansen, anders kon er van een huwelijk natuurlijk geen sprake zijn.’


Het onderwerp is een rijke bron van legendes in het dorp. Zo zou er in de Tsarentijd een tekort aan vrouwen zijn geweest en zouden de mannen een touw over het dal naar het naburige dorp hebben gespannen. ‘Mijn grootvader vertelde mij weer een ander verhaal: dat er vroeger vreugdevuren werden gemaakt, waar pasgetrouwde stelletjes overheen moesten lopen,’ vertelt Iljamedzjoedov. ‘Maar hoe dan ook, wij zijn al sinds mensenheugenis hofleverancier van het Russisch Staatscircus.’

De hoop in het dorp is nu gevestigd op de 15-jarige Toeti Oeloebajajeva. ‘Ik ben acht jaar geleden begonnen,’ zegt ze trots. ‘In het begin is het heel moeilijk, maar als je eenmaal vaak genoeg bent gevallen, valt het verder wel mee. Soms heb je het gevoel dat je vliegt. We treden af en toe op in andere dorpen, en ik hoop dat ik binnenkort naar het circus mag. Ooit zal ik beroemd worden.’

Ramazan Gadzjijev is blij dat zijn zoons weg zijn uit het dorp. ‘Het mag er allemaal heel vrolijk uitzien, maar het is hier een aflopende zaak. Niemand komt voor ons op, we moeten alles zelf kopen. Ik heb weleens buitenlandse circusartiesten gesproken – die hebben allemaal verzekeringen. Wij hebben niets; waarom zou je dan je leven op het spel zetten? Koerban woont in Machatsjkala, mijn andere zoon zit in het leger. Eigenlijk willen wij hier allemaal gewoon weg.’

Iljamedzjoedov kijkt zijn buurman aan. Volgens hem verschilt Tsovkra niet zo van andere dorpen in de Kaukasus. ‘Iedereen trekt naar de grote steden. Het zijn verloren zielen, en die zijn juist zo vatbaar voor de radicale islam.’

Want behalve om zijn koorddansers staat de regio vooral bekend om de aanslagen. De twee jonge vrouwen die zich vorig jaar opbliezen in de Moskouse metro, kwamen uit Dagestan; de dader van de aanslag op luchthaven Domodedovo kwam uit een dorp in de buurt van Tsovkra. Hoeveel terroristen zich in de bergen en de bossen van de Kaukasus schuilhouden, is onduidelijk. Experts schatten het op ‘enkele honderden’.


Op YouTube zijn filmpjes te zien van mannen met grote baarden die wraak en verzet tegen Moskou zweren. Ze vangen forellen in de bergbeekjes, drinken thee en laten trots zien hoe ze in hun zelfgebouwde hutten wonen.

Het islamitische verzet is slecht georganiseerd, het bestaat uit een wirwar aan groepen en afsplitsingen met allemaal een eigen leider. Toch zijn de terroristen verantwoordelijk voor een lange reeks van aanslagen tot ver buiten de grenzen van de Kaukasus. De afgelopen tien jaar bliezen ze allerlei doelen op, van flatgebouwen en vliegtuigen tot metrostations en treinen. En hoewel de Russische veiligheidsdiensten alle middelen en bevoegdheden tot hun beschikking hebben om de terroristen te pakken te krijgen, heeft het Kremlin steeds weer het nakijken. En hoe harder het Kremlin belooft terug te slaan, hoe meer steun de terroristen in de Kaukasus krijgen.

In Kiroaoel, een dorpje met zo’n tweeduizend inwoners aan de oever van een snelstromende rivier, wil niemand meer praten. Magommed Hamidov (48) zou de dorpsoudsten optrommelen, maar alleen zijn vrouw zit in de keuken. ‘Ze zijn bang, zeker voor buitenlanders.’ Hij kijkt me langdurig aan.

‘Jullie hebben in Nederland van die goede K1-boksers,’ zegt hij dan ineens. ‘Echte moslims, net als mijn zoon.’ Het woord ‘zoon’ maakt veel los; zijn moeders tranen rollen in de knoflooksoep op het fornuis. Hamidov haalt een paar oude kranten en foto’s uit de linnenkast. ‘Vermoord’, kopt de krant. Naast een kapotgeschoten auto liggen twee jongens, onder wie Hamidovs zoon Roeslan, die met 131 kogels om het leven is gebracht.

‘Ze hadden die avond een training in de sportschool, waren naar de moskee geweest en gingen op weg naar huis,’ vertelt Hamidov. ‘Bij het kruispunt hier stond een gepantserde politie-jeep. Vanuit die auto zijn ze beschoten, net zo lang tot alle patronen op waren. Ik ben overal geweest, van de politie tot de procureur-generaal. Niemand weet iets. En toch is de zaak nu gesloten.’


Een deur klapt open en Hamidovs neef Ali Magomedov schuift aan. ‘Het is een ramp voor Hamidov,’ zegt hij. ‘Hij had vijf kinderen. Vier dochters. En zijn enige zoon hebben ze hem afgenomen. Zoiets gun je niemand.’ Terwijl Magomedov het verhaal opnieuw vertelt, schudt vader Hamidov het hoofd. ‘De autoriteiten zijn net zoals de terroristen,’ zegt hij. ‘Ze gebruiken allebei dezelfde methodes. Je krijgt vanzelf sympathie voor de mensen die die aanslagen plegen. Ik ben er zelf te oud voor, maar ik begrijp het heel goed.’

De gehavende huizen in Kiroaoel zijn de stille getuigen van het conflict tussen de radicale moslims en de veiligheidsdiensten. ‘Eens in de zoveel tijd sluiten ze het hele dorp af en begint er een ‘operatie’. De huizen worden omsingeld, kapotgeschoten of in brand gestoken. Iemand hoeft maar met een vinger naar je te wijzen en je bent je leven niet zeker,’ vertelt Magomedov. ‘Een paar huizen verderop woonde een jonge vrouw met haar gehandicapte dochter. Nadat hun huis bijna aan flarden was geschoten, gooide de politie een molotov-cocktail naar binnen. De moeder kon wegkomen, maar haar dochter niet. Het hele dorp heeft haar horen schreeuwen. De islam is het geloof van de liefde, maar geloof me, dit kweekt haat.’

Magomedov heeft met zijn gezin in Moskou gewoond. ‘Daar valt tenminste nog geld te verdienen; dan neem je de kou maar voor lief. Mijn dochters zaten daar op de universiteit. Maar het is voor moslims niet makkelijk in de hoofdstad, zeker niet na die aanslagen in de metro. Het is alsof je een schaap bent in een stad vol hongerige wolven. Ik liep nooit zonder revolver op zak en liet mijn zoons mijn dochters escorteren. Uiteindelijk zijn we maar teruggekomen; ik had gedacht dat het hier rustiger zou zijn. Maar ik zeg het maar gewoon: het is hier oorlog.’


Van die oorlog weet Svetlana Isajeva alles af. Ze verzamelt gegevens van alle incidenten en probeert de oorzaken van het conflict in kaart te brengen. In 2010 zijn er 112 aanslagen gepleegd in Dagestan, zegt ze, waarbij in totaal 378 doden zijn gevallen.

Zelf heeft Isajeva haar 25-jarige zoon verloren. Vier jaar geleden was hij van de ene op de andere dag verdwenen.

‘Ze zeggen dat hij met de terroristen mee de bergen in is gegaan. Maar hij is gewoon vermoord door de veiligheidsdiensten.’

Net als zoveel jongeren in de Kaukasus werkte haar zoon af en toe bij de politie. ‘Hij kreeg een paar honderd euro per maand, een pistool en een gloednieuwe telefoon,’ vertelt Isajeva. ‘Ik denk dat hij op een gegeven moment iets moest doen wat hij niet wilde, en toen is hij verdwenen.’

Samen met lotgenoten heeft Isajeva de organisatie ‘Moeders van Dagestan’ opgericht, die de regionale autoriteiten een doorn in het oog is. Haar kantoor is in brand gestoken, bedreigingen zijn aan de orde van de dag. ‘Dat is een schande, want ik doe juist mijn best om geweld te voorkomen. Ik ken genoeg vrouwen die aanslagen willen plegen, die van wanhoop niet meer weten wat ze moeten doen. Ik probeer ze het juist uit het hoofd te praten.’

Volgens de moeders hebben de aanslagen met geloof weinig te maken en is corruptie het grootste probleem. Isajeva vertelt over de recente verkrachting van een jong meisje in de Russische stad Astrachan, een paar honderd kilometer verderop. ‘Volgens de politie was de dader een Dagestaan, en dus hebben ze 35 Dagestaanse jongens in de stad opgepakt. Hun famillie moest 100.000 roebel (2500 euro – red.) betalen om ze vrij te krijgen. 28 gezinnen konden dat ophoesten, zeven jongens zitten nog vast. Het gaat ze niet eens om de echte dader.’


Het keiharde politieoptreden maakt de haat van de plaatselijke bevolking alleen maar groter. ‘Het is hier oog om oog, tand om tand. Niemand maakt een einde aan de verschrikkelijke corruptie, en tot die tijd gaat het van kwaad tot erger.’

In een zijstraatje in het centrum van de Dagestaanse hoofdstad Machatsjkala staat een kleine moskee zonder naam. Het pand is nog in aanbouw. Op het cement liggen bidkleedjes, en de imam gaat voor in het gebed met behulp van een simpele karaoke-set. Het is een van de meest radicale moskeeën van Rusland, en de vaste bezoekers zijn ervan overtuigd dat ze de hele dag worden afgeluisterd.

Nederland blijken ze hier te kennen. ‘Het is maar goed dat ze daar die Theo van Gogh hebben omgelegd,’ roept iemand die hoort waar wij vandaan komen. Hulp-imam Idaïs Joessepov zoekt uitvluchten. ‘U moet begrijpen dat de islam is hier nog vrij jong is. Wij zijn nog van de Sovjetgeneratie, we hebben spoorwegen aangelegd in Siberië, en mij kreeg je vroeger niet onder de tafel met een fles wodka. Nu proberen we de juiste weg te vinden, en dat gaat nu eenmaal gepaard met uitwassen.’

In een hoek staat een tafeltje waar bidprentjes, tijdschriften en kinderschriftjes op liggen. De gezichten van de smurfen, leeuwen en filmsterren zijn weggekrast; fanatieke Russische moslims vinden dat gezichten niet mogen worden afgebeeld. Terwijl Koerban om de hoek staat te wachten, wordt hij door de politie aangehouden. Hij weet de agenten met een paar honderd roebel af te kopen. ‘Het is altijd oppassen geblazen. Je moet een balans zien te vinden, en niemand weet waar de grens ligt,’ vertelt hij achteraf. ‘Gelukkig kan ik heel goed koorddansen.’

Olaf Koens