M/V, weg ermee?

In het boek dat ik veiligheidshalve op mijn nachtkastje heb liggen, De 100 regels voor een Gelukkig Leven, staat het hoofdstukje ‘U bent een persoonlijkheid, geen stereotype’. Uit onderzoek blijkt dat mensen gelukkiger zijn wanneer ze hun persoonlijkheid laten zien dan wanneer ze geloven dat ze aan een stereotype moeten voldoen, schrijft psycholoog David Niven. Vrouwen die denken dat ze altijd glimlachend de tweede viool moeten spelen, of mannen die een stoer imago proberen op te houden, hebben dan ook nogal eens last van stress. Toch stuiten we in het dagelijks leven maar al te vaak op dat soort verwachtingen. In een plaatselijk warenhuis zag ik andere boekjes, zoals Waarom vrouwen liefde nodig hebben (goh, wie niet), Waarom mannen seks willen (hé, wie niet) en Venus is hot, Mars is cool (tja). De vraag van deze week: waarom blijven mensen de stereotiepe verschillen tussen mannen en vrouwen steeds benadrukken, ook wanneer dat het redelijk samenleven in de weg staat? En hoe kunnen we dit veranderen?

‘Iedereen heeft er behoefte aan om grip te hebben op de wereld. En het man-vrouw-verschil leent zich daarvoor: het is primitief en voor de hand liggend. Toch weten we ook dat het stereotiepe beeld niet klopt. We komen bijvoorbeeld een vrouw tegen die handiger of sportiever is dan een klunzige man, of juist slechter in zorgtaken.

‘In mijn boek De vrouw als mens geef ik veel historische voorbeelden, zoals dat van Charlotte Brontë, aan wie werd afgeraden om te schrijven. Zelfs een beroemde collega-schrijver die haar gedichten mooi vond, vond het toch ongepast dat ze schrijfster was.

‘Tegenwoordig lijken jonge mensen conformistischer dan dertig jaar geleden. Met galafeesten, dresscodes en groots gevierde huwelijken imiteren ze upper class-gebruiken uit het verleden. Als dat niet speels maar dwingend is, vind ik het een treurige ontwikkeling, temeer omdat het erg conformistische ideeën over de seksen met zich meebrengt.Wettelijk is onze gelijkheid goed geregeld, en mensen zijn veel vrijer dan in de jaren vijftig. Maar dat maakt ons ook gemakzuchtig. Stereotypen bestaan nog steeds, en maken mensen onvrij om te doen wat bij ze past. Dat moet je blijvend aan de kaak stellen.’

‘De oorsprong van stereotypen is vaak religie. In jodendom, christendom en islam vind je heel wat teksten waarin de vrouw minder waard wordt geacht. In de Bijbel begint dat al in Genesis 3:16, waarin staat: ‘De man zal over haar heersen.’ Ook in het Nieuwe Testament vind je zulke teksten, bijvoorbeeld Efeziërs 5:22-23. De vrouw werd gezien als een bron van onreinheid. Dat is een belangrijk verschil met de Egyptische en Griekse oudheid: daar hadden ze ook godinnen om tegen op te kijken.


‘De Britse filosoof en politicus John Stuart Mill zag in dat het verkeerd was om de capaciteiten van de helft van de bevolking onbenut te laten. Hij was de eerste die in 1867 een voorstel voor vrouwenkiesrecht indiende, en schreef het feministische boek On the Subjection of Women.

‘Seksisme in het dagelijks leven vloeit voort uit een traditioneel imago van de seksen. Het zelfbeschikkingsrecht wordt voor vrouwen nog altijd minder belangrijk gevonden. Dat recht houdt in dat elk mens zelf beslist over belangrijke zaken, bijvoorbeeld of je trouwt en zo ja, met wie. In orthodoxe kringen en landen is dat niet het geval. Gedwongen huwelijken, besnijdenissen en eremoorden schuiven daar de wet opzij.

‘Nog steeds zijn ook hier achterstellingen, zoals inkomensongelijkheid en het glazen plafond. Daar moeten we tegen strijden, bijvoorbeeld met quota en gelijke betaling voor hetzelfde werk.

‘Maar nog belangrijker is opkomen voor de miljoenen vrouwen wereldwijd die van een beetje keuzevrijheid alleen maar kunnen dromen. We moeten de krachten die voor hen opkomen steunen. Het belangrijkste is onderwijs waarbij men wetenschappelijke kennis overdraagt. Zo kunnen mensen zelfbeschikking aanleren en voor zichzelf toepassen. Een paar jaar langer studeren maakt een wereld van verschil.’

‘Net als in de integratiediscussie krijg je vaak het argument te horen dat iets ‘cultuur’ is. In Amerika is de integratie veel beter gelukt, en dat zou in Nederland niet kunnen, omdat onze culturen verschillen. Maar dat het daar wel lukt, is niet zozeer een kwestie van cultuur, maar van structuur. Mensen moeten bijvoorbeeld direct aan het werk en belanden niet in een uitkering, zoals in Nederland.


‘De reden dat vrouwen in Nederland achterblijven op de arbeidsmarkt, heeft veel te maken met structuur: de schooltijden, hoge belastingen, de kinderopvang die structureel niet goed is. Daarnaast vindt statistische discriminatie plaats. Werkgevers geven de voorkeur aan mannen; niet omdat ze een hekel hebben aan vrouwen, maar omdat ze ervan uitgaan dat een vrouw toch wel in deeltijd gaat werken of met zwangerschapsverlof zal gaan – ook als dat niet zo is. Dat is discriminatie op economische gronden.

‘Ik ben nu Chinees aan het leren. Alles wordt in het leerboekje genderstereotiep opgeschreven: het meisje is lief, papa gaat naar de fabriek, mama zwaait hem uit. De hiërarchie in zo’n boekje weerspiegelt een ongefundeerde hiërarchie in de maatschappij. Mensen die zich er niet druk over maken, worden toch geïndoctrineerd.

‘In Amerika is politieke correctheid belangrijk, zeker als je op een zeker niveau werkt. Er is een nieuwe etiquette op basis van gelijkwaardigheid in plaats van traditie. Dat verbetert de werkverhoudingen.

‘Mijn advies: vooral nooit moedeloos worden. Besef dat de wereld niet in één dag verandert, maar dat zonder jouw bijdrage níets verandert. Noblesse oblige: je kunt het je niet permitteren om je talenten te verkwanselen.’

Isabelle Buhre