Een poging tot liefde

Wie van uw kennissen heeft een goede relatie? Een liefdevolle, trouwe, bestendige, langdurige, gezellige-maar-niet-te-kleffe band? Een paar, op de vingers van een hand te tellen? Vast niet veel meer. Liefde is nou niet iets waar we enorm goed in zijn tegenwoordig. Het scheidingspercentage stijgt en stijgt, relatietherapeuten hebben het steeds drukker. Dertigers gaan massaal uit elkaar, mensen met kinderen scheiden, senioren scheiden. Relatiehoppen en vreemdgaan zijn ‘in’, het samen leuk hebben is ‘uit’. Tot treurnis van een grote groep die smacht naar die alles goedmakende liehiefde. Toegegeven, een beetje gevoelig daarvoor zijn we allemaal wel.

Maar wat je over liefde schrijft, is meestal bij voorbaat al onwaar. Net zoals je begrippen als waarheid of geluk moeilijk in woorden kunt vatten. In dat licht is iedere poging een dappere. Filosoof en nrc.next-schrijver Jan Drost wil ons in Het romantisch misverstand met behulp van filosofen een handvat aanreiken om de liefde anders te bezien. “Als het licht in de filmzaal aangaat, is dat niet het einde van het verhaal. Dan begint het pas,” zegt Drost. Hij bedoelt: in het echte leven. Hij wil weg van de kitsch uit Hollywoodfilms en Bouquetreeksen. Weg van de eigen-beeldenliefde die de ware romanticus omarmt. Op naar iets nieuws. Maar wat?

Allereerst is het boek een interessante les in basistheorieën uit de liefdesfilosofie, van Socrates tot Levinas en Amos Oz. Of je het met ze eens bent of niet, die lieden hadden soms prikkelende ideeën over het onderwerp. Zoals Schopenhauer, die niet gelooft in vrije wil maar in natuurkrachten: “Wij zijn de Wil tot Leven die zich van zichzelf bewust wordt.” Of Nietzsche: “Vrouwen geven zichzelf weg, mannen nemen erbij.” Een vrijwillige duik in de chaos, noemt Rousseau het: “Hoe kun je van een ander vrij mens houden, als je vandaag niet weet wat zij morgen zal doen?” En volgens Stendhal vallen we niet op schoonheid maar op een belofte van geluk: je vindt mooi met wie je denkt gelukkig te worden.

Allemaal stof tot nadenken. Maar er bestaan scheurkalenders vol soortgelijke citaten. Dat Drost in zijn uitleg met zelfhulpboekclichés strooit als ‘we moeten gewoon dankbaar zijn, en geven’, ‘openstaan voor de ander’, doet het verhaal geen goed. Hij doet ook geen moeite te beantwoorden hóe dat dan moet.


Wat de auteur probeert te zeggen, komt neer op zoiets: houd het realistisch en dichtbij, die liefde. Omarm niet de dramatiek maar de nuance. En omarm het samenzijn.

Minder woorden hadden Drosts betoog sterker gemaakt. Al staan tussen die vele vragen, opsommingen van gedachtes en overpeinzingen soms wel mooie zinnen: “Het leven wil zo vreselijk eindeloos alleen maar zichzelf dat je er duizelig van wordt.”

De conclusie van Drost is opmerkelijk. Vind je eigen waarheid in literatuur en kunst, want ‘betere kunstenaars hebben betere woorden en beelden dan wij’, schrijft hij. Het strijkkwartet opus 130 van Beethoven, bijvoorbeeld, wekt volgens hem het verlangen op lief te hebben en bemind te worden.

Na lezing van Het romantisch misverstand moet je dus zelf op zoek naar antwoorden, bij anderen. Een van de antwoorden (het mijne): schenk een glas wijn in en omarm je geliefde.

Jan Drost: Het romantisch misverstand. De Bezige Bij, €18,50. Ook verkrijgbaar via www.ako.nl

Pauline Bijster