Jihad 2.0

Al-Qaida probeert via internet een nieuwe doelgroep te bereiken: de westerse moslim. Die maak je niet warm met ouderwetse spreuken uit de Koran. Maar wel met rapnummers, een hip magazine en gelikte filmpjes.

Hij zit er ontspannen bij, achter een glazen tafelblad, in een smetteloos wit gewaad en met twee microfoons voor zijn weelderige baard. Wie geen Arabisch verstaat, zou denken dat deze vriendelijke, intelligent ogende moslim een sterk verhaal ophangt. Hij spreekt vlot, met veel handgebaren, en maakt zo nu en dan een grapje.

Maar wie Arabisch verstaat of de vertaling onder ogen krijgt, weet dat hier van onschuldige mannenpraat geen sprake is. “Je hoeft niemand toestemming te vragen om Amerikanen te doden. De Satan bevechten kun je best zonder jurisprudentie,” predikt Anwar al-Awlaki, leider van Al-Qaida op het Arabische Schiereiland, in zijn laatste videoboodschap.

Al-Awlaki wordt wel ‘de Bin Laden van internet’ genoemd. Hij is jong (39), geboren in de Verenigde Staten, charismatisch en spreekt vloeiend Engels. Geknipt dus om Al-Qaida’s nieuwe doelgroep, de westerse moslim, aan te spreken. Die gaat nauwelijks nog naar de moskee en betrekt zijn ideologie niet meer bij sjeiks of andere islamitische geleerden, maar via digitale wegen.

Die nieuwe doelgroep vraagt om een andere benadering. En daar weet Al-Awlaki wel raad mee. Hij gebruikt geen eindeloze Koranrecitaties of wollige theologische taal om zijn gehoor te verleiden tot de jihad, maar sprekende voorbeelden over de ‘seksistische, materialistische en leugenachtige’ westerse maatschappij, die onderworpen moet worden aan de islam.

Eerder verspreidde zijn collega al-Zarqawi, de in 2006 doodgeschoten leider van Al-Qaida in Irak, eenzelfde boodschap, maar dan minder subtiel: hij plaatste filmpjes op internet waarop te zien was hoe ongelovigen werden onthoofd. Dat schoot naar verluidt zelfs Osama bin Laden in het verkeerde keelgat. Onthoofden prima, maar dat hoeft niet de hele wereld te zien. Het zou moslims weleens van Al-Qaida kunnen vervreemden, redeneerde de terroristenleider.


Al-Awlaki is gewiekster, want een meester in het verkopen van opruiende taal in een gematigde verpakking. Dat doet hij niet alleen met video’s, maar ook via zijn Engelstalige Inspire, een online kwartaalmagazine vol interviews met islamitische imams (niet te lang, want dan haakt de lezer af), flitsende foto’s van gewapende jihadstrijders, mooie graphics en licht ironische handleidinkjes als ‘hoe maak je een bom in je moeders keuken’. Het werkt. Al-Awlaki geniet wereldwijd populariteit onder de jonge moslimbevolking – zijn filmpjes kregen, voordat ze werden verwijderd, tienduizenden hits op YouTube.

Het komt een beetje curieus over, een conservatieve moslim die gebruik maakt van de modernste technologische ontwikkelingen. Toch is dat steeds vaker de praktijk. Zelfs de Taliban, die tijdens hun regime het bezit van televisies verboden, twitteren tegenwoordig en berichten sinds kort ook in het Engels. Al-Qaida heeft moderne communicatietechnieken trouwens altijd met beide handen aangegrepen: eind jaren negentig had de organisatie al een website, al moest die noodgedwongen een aantal malen verhuizen, opgejaagd door veiligheidsdiensten die de site steeds platlegden. Tegenwoordig hoeft Al-Qaida zich niet meer in allerlei bochten te wringen een plek te vinden op internet. Het gaat praktisch vanzelf: jihadistische propaganda wordt in massaal gekopieerd door sympathisanten en floreert dan op tal van andere websites, blogs en fora.

Dat jihadisten aan propaganda doen is trouwens op zichzelf niets nieuws. Al in de jaren tachtig werd er film- en fotomateriaal verspreid door Hezbollah, Palestijnse groeperingen, Tsjetsjenen en Afghaanse jihadisten. Dat ging per post of fax, via gedrukte pers of cassettebandjes. Nog altijd zijn in het Midden-Oosten en Zuidwest-Azië cd-roms en dvd’s met jihadistische boodschappen te krijgen, al ligt het genre vaak weggemoffeld onder de toonbank of op het onderste schap, naast de porno.


In navolging van de algemene trend in medialand is de jihadistische content de laatste jaren steeds vluchtiger, dynamischer en blitser geworden. Je kunt het zo gek niet bedenken of het is er: games die een wereldomvattend moslimrijk verheerlijken, rapnummers waarin het Westen boete moet doen, video’s die uitleggen hoe je een AK-47 gebruikt, en zelfs websites die kinderen met vrolijke liedjes en kleurrijke tekeningen voorbereiden op het martelaarschap. Dergelijk materiaal wordt steeds vaker in allerlei talen geleverd. Westerse moslims zijn immers een interessante doelgroep, die uit de eerste hand beschikt over kennis van de cultuur die dient te worden ontwricht.

De moslims die zich laten verleiden door de jihadistische speeltuin op internet zijn vaak jong en vervreemd van hun omgeving. Ze grijpen terug op hun religie als enige troost in een steeds hardere samenleving die zich naar hun idee tegen hen persoonlijk keert. Al-Qaida speelt slim in op de onderbuikgevoelens van deze moslims. De westerse macht, die zo veel onredelijkheid veroorzaakt, zo is de boodschap, moet met geweld worden aangepakt. Oneliners als ‘dood aan Amerika’ en ‘eeuwige roem voor de martelaar’ vallen bij hen in vruchtbare aarde. De wereld wordt geschetst als een imperium van goed en kwaad.

Het neigt naar ironie als je bedenkt dat met de modernste middelen wordt teruggegrepen op de oudste vorm van geloofsbelijdenis. De jihad stamt uit de begintijd van de islam (de zevende eeuw na Christus), toen andersgelovenden in grootscheepse veroveringsoorlogen werden bekeerd of werden gedwongen om beschermingsbelasting te betalen.

Nu is de moderne jihad lang niet meer zo succesvol als toen die nog per kameel werd bedreven. Toch zijn een paar verwarde zielen er wel door aangezet tot aanslagen, soms geheel op eigen houtje uitgevoerd. De voorbeelden zijn talrijk: de moord op Theo van Gogh in 2004, de bomaanslag in Milaan op een legerkazerne (2009, twee lichtgewonden), de Duitse Kosovaar die twee maanden geleden in Frankfurt op een bus vol Amerikaanse militairen schoot (twee doden) en de terroristen die eind april een café in hartje Marrakech opbliezen (zeventien doden). In alle gevallen ontkende Al-Qaida betrokkenheid, wat doet vermoeden dat de terreurorganisatie vreest haar geloofwaardigheid met deze relatief kleinschalige en en slecht voorbereide aanslagen te verliezen. Uiterst bloedige aanslagen laat Al-Qaida wél op haar conto schrijven. Zoals de drie bomaanslagen in Irak in januari, waarbij 133 doden vielen.


Toch is het aantal terroristische aanslagen de laatste jaren afgenomen, vooral door de overal aangescherpte veiligheidsmaatregelen. Anwar al-Awlaki heeft vooralsnog geen aantoonbare bijdrage geleverd aan Al-Qaida’s succes in het veld. Toch gaat de terroristenleider onverstoorbaar verder, en niet alleen hij. Elke dag verschijnen op internet nieuwe martelaarfilmpjes van jihadisten die zichzelf opblazen, soms met een lach, want de hemel lonkt. Ze trekken duizenden kijkers: vooral bewonderende moslims, die zich via hun beeldscherm even een échte jihadist wanen.

Openlijk oproepen tot terreur kan leiden tot strafrechtelijke vervolging. Jihadisten proberen regeringen en veiligheidsdiensten daarom te slim af te zijn. Ze maken gebruik van ongecontroleerde providers uit landen waarvan nog nooit iemand heeft gehoord en verpakken opruiende teksten in gelikte plaatjes. Veel jihadistische websites balanceren op het randje van strafbaarheid.

Jihadology.net: een volledige online bibliotheek met vertalingen van speeches en essays van onder anderen Anwar al-Awlaki en Osama bin Laden. Maar je kunt er ook terecht voor fundamentalistische gedichten, liederen en opiniërende lectuur.

As-sahab.com: sinds 2001 hét mediaproductiehuis van Al-Qaida. Verwacht geen schokkerige grotvideo’s, eerder uiterst moderne documentaires, compleet met geïmproviseerde nieuwsbulletins waar steeds meer Engels- en Franstalige jihadisten (met sok over het hoofd) aanschuiven.

Al-fateh.net: Israëlische soldaten gaan naar de hel, Palestijnse strijders naar de hemel, luidt in het kort de boodschap op deze site van Hamas, die kinderen voorbereidt op het martelaarschap.

Baghdadsniper.net: biedt een indrukwekkende collectie martelaarsvideo’s en vechtscènes die victorie kraaien voor de jihadisten. Beschikbaar in een talloze talen, waaronder Duits, Frans en Koreaans.

Irene de Zwaan