Kleine helden

In de klassieker Winesburg, Ohio schrijft Sherwood Anderson over de manmoedige pogingen van onbeduidende mensen om toch iets van hun leven te maken. Hulde voor de nieuwe vertaling.

In de ultieme feelgoodfilm, Frank Capra’s It’s a Wonderful Life, verzucht hoofdpersoon George Bailey: ik wou dat ik nooit geboren was. Vervolgens laat een engel hem zien hoe de levens van zijn geliefden eruit hadden gezien als die wens zou worden vervuld. George’s broer zou zijn overleden op zijn negende, zijn vrouw zou doodongelukkig zijn geweest, zijn kinderen zouden nooit zijn geboren. “Each man’s life touches so many other lives. When he isn’t around, it leaves an awful hole,” zegt de engel tegen George. Zoiets zou je ook over de positie van Sherwood Anderson (1876-1941) in de Amerikaanse literatuur kunnen zeggen.

Ernest Hemingway, William Faulkner, J.D. Salinger, Charles Bukowski, Philip Roth, John Updike – het is maar een greep uit de verzameling van grote schrijvers die door Anderson zijn beïnvloed. Of in sommige gevallen zelfs door hem zijn gaan schrijven. “Good old Anderson!” schreef John Fante ooit, “I think he made a writer out of me.” Dat Fante waarschijnlijk iets vergelijkbaars over een dozijn andere schrijvers heeft gezegd, doet weinig af aan Andersons erfenis.

En toch is Anderson allang niet meer zo bekend als de schrijvers die op hem leunden. Ja, Philip Roth situeerde zijn recente roman Indignation in Winesburg, het dorpje uit Andersons bekendste boek. Een duidelijk eerbetoon. Maar veel meer dan een paar obligate vermeldingen in recensies leverde het niet op. Het bleef stil rond Anderson, zoals het de afgelopen vijftig, zestig jaar stil is geweest. Helemaal in Nederland. Daar lijkt nu verandering in te komen.

Enkele weken terug verscheen bij Van Oorschot Nele Ysebaerts prachtige nieuwe vertaling van Winesburg, Ohio (het origineel verscheen in 1919). Voor liefhebbers een mooie gelegenheid om het te weer eens herlezen, voor lezers die nog nooit aan Anderson zijn toegekomen een mooie gelegenheid om kennis te maken met het kleurloze plattelandsstadje Winesburg en zijn allesbehalve kleurloze inwoners.


Winesburg, Ohio is een roman in verhalen. In elk verhaal zoomt Anderson in op een van de dorpsbewoners. De centrale figuur is de jonge George Willard, de ambitieuze verslaggever van de plaatselijke krant. Hij komt in de meeste verhalen voor. Niet dat hij de hoofdpersoon is, of de verhalen vertelt. Aan het woord is telkens een naamloze alwetende verteller, die de levens van de dorpsbewoners op nuchtere toon samenvat. Feitelijk, bijna. Voor zover je van ‘feitelijk’ kan spreken als er wordt verteld over verlangens, dromen en angsten.

Die toon is een van de wonderlijkste dingen van het boek. Wonderlijk, omdat er zelden zo veel effect is bereikt met zo weinig nadruk. Wat niet wil zeggen dat Andersons toon kaal is, of sober. Een schrijver als Hemingway mag dan veel aan de verbeelding van de lezer overlaten en in eenvoudige zinnen schrijven, in die nadrukkelijke kaalheid zit ook iets bombastisch. Iets opdringerigs, bijna.

Anderson daarentegen is even bescheiden als trefzeker. Je krijgt nergens de indruk dat hij je per se ergens op wil wijzen. Hij vertelt over half mislukte levens, en als er uit die verhalen af een toe een inzicht of een les naar voren komt, is dat mooi meegenomen. Maar het is nooit een streven.

Het mooiste verhaal is misschien wel ‘Eenzaamheid’, over Enoch Robinson. Daarin zie je goed hoe Anderson te werk gaat: op de eerste pagina beschrijft hij een of twee belangrijke karaktereigenschappen van zijn hoofdpersoon en vat hij in enkele zinnen zijn levensloop samen. Hij stipt het verband tussen de eigenschappen en de levensloop aan, de rest laat hij aan de lezer over. Die heeft inmiddels allang een beeld gevormd van de hoofdpersoon, van zijn achtergrond, en van zijn treurige toekomst.


“Op een keer werd hij aangereden door een tram en tegen een ijzeren paal gesmakt. Daardoor werd hij kreupel. Dit was maar een van de vele dingen die verhinderden dat van Enoch Robinson iets terechtkwam,” zegt de verteller. Een compleet leven in een paar zinnen. Die zinnen zijn tegelijkertijd feitelijk en diep doorvoeld, de verteller schakelt van een nuchter beschreven, rampzalig voorval over naar Enochs hele leven – een enorme stap, maar zo voelt dat niet aan.

Enoch kan zijn gedachten niet delen met de mensen om zich heen en sluit daarom andere vriendschappen. Betere. Met imaginaire vrienden. Hij wordt langzaam gek, zou je kunnen zeggen, maar ook dat voelt niet zo aan. Gegeven de omstandigheden lijkt het een volstrekt logische keuze. Dat is wat Anderson in vrijwel al zijn verhalen laat zien: iedereen is hulpeloos. Zijn personages hebben geen invloed op de buitenwereld en zo mogelijk nog minder op wat er zich binnen in hen afspeelt.

Over die hulpeloosheid had Anderson cynisch kunnen zijn. Maar hij is warm, zonder sentimenteel te worden. Juist door hun hulpeloosheid krijg je medelijden met alle personages, en door de onhandige pogingen om hun levens te verbeteren, voel je ook nog een soort bewondering voor ze – hoe gewoon, hoe weinig uitzonderlijk ze allemaal ook lijken. Winesburg, Ohio bewijst dat over ieder leven een mooi boek geschreven kan worden.

Sherwood Anderson: Winesburg, Ohio. Van Oorschot, €20. Vertaling: Nele Ysebaert.

Ook verkrijgbaar via www.ako.nl

Dries Muus