Laat ze maar praten – toch?

Mensen die zich niets aantrekken van het oordeel van anderen, hebben iets bewonderenswaardigs. Niet iedereen zegt zo uitgesproken wat in hem opkomt als bijvoorbeeld schrijfster Naima El Bezaz of columniste Ebru Umar. Niet iedereen kleedt zich zo bijzonder als Lady Gaga. De meeste mensen zijn voorzichtiger. Bang voor mislukking, bang voor kritiek en vooral voor wat anderen zullen denken… Het is sinds de klassieke oudheid al vaak herhaald: een verstandig mens let niet op de mening van de rest. Volgens Seneca luistert een wijze stoïcijn niet naar de raad van familieleden: “Met goede bedoelingen wensen ze je het slechte toe.” Instemming van de goegemeente vond hij evenmin belangrijk. “Eén toehoorder is genoeg.” De vraag van deze week: maakt ongevoeligheid voor de mening van anderen je gelukkig? Of is het niet erg om belangrijk te vinden wat anderen van je denken?

“Ik hang het omgekeerde standpunt aan: dat juist gevoeligheid voor de mening van anderen je gelukkiger maakt. Of misschien niet gelukkiger, maar wel nieuwsgieriger en – hopelijk – tactvoller en toleranter.

“Ik kan gelukkig worden als iemand een mooie probleemstelling formuleert, of iets zodanig opschrijft dat ik er wat van opsteek. En hoewel gunstig commentaar plezierig is, moet je juist ook naar kritiek luisteren. Tenminste, naar beargumenteerd commentaar, zodat je hetzij iemands opvatting kunt doorgronden, hetzij door opbouwende kritiek je werk kunt verbeteren. Je moet je critici uitkiezen; mensen die alleen op de man spelen, helpen je niet verder.

“Sinds 1994 plaats ik mijn stukjes ook op internet. Dat was heel leerzaam: ik kreeg op discussiefora systematisch commentaar van voornamelijk hoogopgeleide mensen. Het was gelukkig niet zo grof als nu.

“Dat je moet luisteren naar anderen, wil niet zeggen dat je met elke opinie mee moet waaien. Eind jaren tachtig dachten veel mensen bijvoorbeeld dat ziekten voortkwamen uit negatief denken en stress. Ik ging tegen die onwetenschappelijke onzin in. Door stress verzwakt je immuunsysteem wel eventjes, maar daarvan krijg je geen hartaanval of kanker. En sommige stress is juist heel goed voor een mens.”

“Ja, je wordt absoluut gelukkiger als je je geen zorgen maakt om je imago. Het is alleen onhaalbaar. Ik ben de dertig al gepasseerd, en nog steeds zit ik als een puber na te denken over wat anderen van me vinden. Een keer per week check ik mijn online reputatie. En ik weet zeker dat ik me in het bejaardentehuis nog steeds afvraag: lig ik wel goed in de groep? Want je weet: het bejaardenhuis is een keiharde wereld.


“Ongevoeligheid kun je niet ontwikkelen. Hoogstens kun je een soort spel spelen. Dat doe ik op Facebook: daar speel ik een betere versie van mezelf. Een andere strategie is die van het worstcasescenario. Wat kan er nu gebeuren? Iemand vindt me misschien belachelijk. En dan? Als ik mijn baas per ongeluk beledig, word ik misschien ontslagen. Jammer dan.

“Toen ik erg zenuwachtig was voor mijn eerste interview, op Radio 1, deed ik een gedachtespelletje, alsof ik voor Radio Hobbitland sprak. Het maakte dus niet uit wat ik zei, want er luisterden alleen maar hobbits. Dat hielp.

“De Romeinse keizer en filosoof Marcus Aurelius heeft heel wijs geschreven dat je je niet druk moet maken over je imago, omdat je er straks toch niet meer bent. Maar dat zei hij vooral tegen zichzelf, om zich moed in te praten. De conclusie die ik trek als ik hem lees, is dat hij zich er juist de hele dag druk om maakte. Fascinerend: je weet wat goed is om te doen, maar je geest is te zwak om het uit te voeren. Marcus Aurelius lezen helpt enorm. Niet omdat hij een oplossing geeft, maar omdat je in hem een medepatiënt vindt.”

“Ik denk dat ongevoeligheid voor de mening van anderen je zeker gelukkiger maakt. De essentie van emancipatie ligt in de autonome blik, in het feit dat je vooral je eigen oordeel als maatstaf neemt. Alleen echt gefundeerde andere meningen zijn dan nog relevant. Die autonomie betekent niet dat je egoïstisch bent, en geen enkele appreciatie voelt voor wat anderen denken. Integendeel. Je kunt veel respect en empathie opbrengen voor andere meningen zonder je eigen oordeel over de zaak te veranderen.


“Wat er in een bepaalde cultuur toe doet, hangt af van de geldende erecode. Schopenhauer schreef er een hilarisch en gevat boekje over: De kunst zich aanzien te verschaffen. In onze rechtsstaat heeft het respect voor de wet en voor pluraliteit de rol van erecode. En als er een informele erecode voor het Westen te geven valt, heeft ‘betrouwbaarheid’ er volgens mij een belangrijke plaats in. Het is oneervol, schandelijk en gnant als je betrapt wordt op een leugen. De eer van een wetenschapper of politicus hangt af van zijn of haar geloofwaardigheid. Deze erecode heeft steeds betrekking op feiten. Wie je eer in twijfel trekt, moet met bewijzen komen. Dat criterium biedt een goede bescherming tegen willekeurige of op roddel gebaseerde meningen.

“Volgens mij is het een teken van wijsheid als je een belediging niet noodzakelijkerwijs wil vergelden. Dit idee is al terug te vinden bij Socrates en in het boeddhisme: de mogelijkheid om ervoor te kiezen niet als gekrenkt persoon door het leven te gaan. Integendeel, een belediging bezoedelt wie haar uit, niet wie haar ontvangt.”

Isabelle Buhre