Oude pareltjes

Je ziet het bijna voor je: de negenjarige Pat Metheny die verlekkerd naar een tv-optreden van de Chantays staat te kijken. Deze surfrockband had in 1963 een hit met Pipeline, een instrumentaal nummer dat visueel werd ondersteund met ingestudeerde danspasjes, spectaculair zwaaiende gitaarhalzen en – een noviteit in die periode – een elektronisch keyboard.

Metheny speelde toen nog trompet, en hoewel het nog drie jaar zou duren voordat hij definitief zou overstappen op de gitaar, zou dit weleens een cruciaal moment kunnen zijn geweest. Pipeline staat in elk geval op What’s It All About, een album met oude nummers, voornamelijk uit de jaren vijftig en zestig, die Metheny nooit is vergeten omdat ze melodisch en harmonisch nog steeds interessant zijn. Om de tijd te doden tussen soundcheck en concert speelde hij ze vaak op zijn akoestische baritongitaar, het instrument waar hij ook het met een Grammy onderscheiden album One Quiet Night (2001) mee opnam. De bariton heeft dikkere snaren, die een reine kwint lager worden gestemd dan die van de standaardgitaar – met als voordeel dat je bij solo-optredens je eigen, sonore baslijnen kunt meespelen.

Metheny graaft diep in nummers als Alfie (Bacharach) en Cherish (Madonna) en vindt er elementen in van ongekende schoonheid die tot dusver onder de oppervlakte verborgen lagen. Pipeline speelt hij echter op een gewone steel string, het instrument waarop hij wellicht met die aanstekelijke Pipeline-riff de eerste passen naar een glanzende carrière zette.

Ruud Meijer