Post van Annie

388 seconden leestijd

De gebundelde brieven van Annie M.G. Schmidt vertellen veel over hoe ze was. In een brief aan Gerard Reve drukt ze de volksschrijver op het hartuit de klauwen te blijven van de ‘sjoobusiness’.

Zoals zoveel Nederlanders ben ik opgegroeid met Annie M.G. Schmidt. Ik neem dan ook de vrijheid om haar in de rest van dit stuk gewoon Annie te noemen.

De bekende frase ‘van 8 tot 88 jaar’ zal voor altijd met Annie verbonden blijven. Die leeftijden zijn niet toevallig gekozen. Op zijn achtste begint een mens zelfstandig te lezen en na te denken, volgens Annie. Het was niet dat zij neerkeek op Jip en Janneke, de personages die opduiken in een kinderleven zodra er wordt voorgelezen, maar Annies hart lag toch vooral bij het zelfstandig lezende kind.

Annie is niet alleen tot mij gekomen via haar geschreven werk. Omdat mijn beide ouders meteen na de bevrijding bij Het Parool gingen werken – mijn vader als journalist en mijn moeder als stenotypist – viel de naam Annie M.G. Schmidt al vroeg bij ons aan tafel. Zij was in 1946 als documentalist in dienst gekomen bij die krant en al snel werkte zij mee aan het cabaret De Inktvis, dat bestond uit zo’n beetje alle Parool-coryfeeën.

Dan heb ik het over Simon Carmiggelt, Ton van Duinhoven, Jeanne Roos, Han G. Hoekstra, Wim Bijmoer, Bob Steinmetz, Eli Asser, Clous van Mechelen en Cor Lemaire, om er enkelen te noemen. Mijn ouders waren altijd uitgelaten als De Inktvis optrad, want dat betekende lol maken. Op muziek van Cor Lemaire schreef Annie het liedje Ali Cyaankali, dat tot het lievelingsrepertoire van mijn moeder behoorde, vooral als zij wat gedronken had: “Ik ben Ali Cyaankali/de gevaarlijke vrouw van Rotterdam /zie mij eens fijn gaan/op de Lijnbaan.” Met als hoogtepunt: “Ik lok de heren mee/naar de Kaskadee/en ik doe wat in d’r thee.”


Enzovoort. Een half jaar geleden is Lia Dorana, die het liedje zong in radiofeuilleton De familie Doorsnee, op 92-jarige leeftijd overleden.

Aan De Inktvis kwam een eind toen de groep een keer in de gevangenis optrad en Lages, Kotälla en Aus der Fünten onder het publiek bleken te zitten. Inderdaad het troepje nazi’s dat later ‘de drie van Breda’ zou gaan heten. Om die samenloop is toen bij Het Parool, een voormalige verzetskrant, bitter gehuild. Maar er werden al snel ook weer grappen over gemaakt.

Na mijn jeugd heb ik Annie vooral uit de verte gevolgd. De grootsheid van haar lijfcomponist Harry Bannink zie ik wel, maar ik ben nooit zo’n musicalfanaat geweest. Aan het eind van haar leven heb ik haar een paar maal in levenden lijve ontmoet. Als radio-interviewer, en twee keer – toen zij blind was – als voorlezer van mijn stukjes. Zo was de cirkel rond. Zij werd 84 jaar, de 88 heeft zij niet gehaald.

Op een keer vroeg ik haar of zij zich kon voorstellen dat zij groter zou worden dan Simon Carmiggelt. Ze keek oprecht verbaasd en zei: “Nee.” Carmiggelt was in haar tijd de man om wie alles draaide. Zij groeide onder zijn schaduw. Als zij samen met hem optrad, was zij het voorprogramma. Toch zijn de rollen inmiddels volkomen omgedraaid, een proces dat Karel van het Reve al aankondigde. Weinigen lezen Carmiggelt nog, met uitzondering misschien van columnist Sylvia Witteman. Ook bij mij staan al die boekjes met Kronkels in de kast, maar ik blader er zelfs niet meer in. De kroegtijger, zwaar van postuur, zittend achter een kelkje ouwe klare en altijd een typisch Amsterdamse kwinkslag paraat, is uitgestorven. En daarmee het Kronkel-tijdperk.


Wat een verschil met het werk van Annie M.G. Schmidt. Nog steeds gaat dat in alle uithoeken van de wereld in flinke oplagen over de toonbank. Wie had dat in 1950 kunnen denken?

Ter ere van Annie Schmidts honderdste geboortedag zijn honderd van haar meest karakteristieke brieven gebundeld en ingeleid door haar biograaf Annejet van der Zijl. Voor mij is deze bundel een feest van herkenning, want achter veel van de namen in het register zie ik een bekend gezicht. Maar ook wie al die namen niets zeggen, kan uit dit boek veel leren over Annies persoonlijkheid.

Een selectie als deze geeft natuurlijk alleen hapsnap weer hoe de auteur in het leven staat. De allermooiste brief vind ik die van 5 augustus 1974, aan Gerard Reve. Al een paar maanden eerder had zij zich, in een brief aan haar zoon Flip van Duijn, met enige zorg over Gerard uitgelaten: “Deze week zagen we de Van het Reves (Karel en Gerard) samen met Brugsma. De kreten van Gerard over Surinamers: ‘Alle koffiebonen in de jumbo en weg d’r mee’ en ‘Alle arbeiders in een aparte wijk met een hek ervoor als ze eruit willen kan dat met een verlofpasje’. Dat kwam allemaal over het Nederlandse volk heen vallen als een ijzige lawine. ’t Was erg mooi toen hij het schreef, maar in dit programma kwam het vreemd over.”

In haar augustusbrief krijgt zij de gelegenheid zich rechtstreeks tot Gerard te richten, want Reve wilde ook in Frankrijk gaan wonen en had gevraagd om ‘een lijstje aanwijzingen aangaande emigratie’. Dat lijstje krijgt hij, maar Annie geeft Gerard ook goede raad aangaande zijn omgang met de showbusiness, omschreven als ‘sjoo-Mjoezikal’.


Allereerst typeert Annie zichzelf. Zij is een ambachtsvrouw, een vakmens, maar geen kunstenaar. Als zij een stoel maakt, maakt zij een stoel waar je lekker op kunt zitten. Het is meegenomen als die stoel ook mooi en elegant is, maar dat is niet het uitgangspunt.

Gerard daarentegen is een kunstenaar. Hij maakt schitterende stoelen. Mocht je er ook op kunnen zitten, dan is dat voor hém mooi meegenomen, maar dat is niet waar het de kunstenaar om te doen is. Vandaar dat Annie Gerard waarschuwt voor ‘de Toubers en de Boebies’, die van hem een showfiguur willen maken: “Ze doen iets met je. Ze komen aan je. Ze gebruiken je, vreten stukken van je op, om je weer uit te braken ten behoeve van de trendigentsia.”

En dit is haar conclusie: “Je denkt waarschijnlijk belust. Laat ze m’n werk gebruiken met een mooi lijstje eromheen, mits dat werk maar intact blijft. Maar zo gaat het niet. Het blijft niet intact in de sjoobusiness. Je uitspraken, die zo mooi zijn, worden er uitgepeuterd en apart opgediend, als krenten met een sausje. Modieuze krenten.”

Erg goed naar Annie geluisterd heeft Gerard niet. Mogelijk dat haar werk daarom langer zal blijven bestaan dan het zijne.

Liefs van Annie -De mooiste brieven van Annie M.G Schmidt, ingeleid door Annejet van der Zijl. Querido,€19,95. Ook verkrijgbaar via www.ako.nl.


Hoofdredacteur

Frank Poorthuis (1956) is sinds 1981 werkzaam als journalist. Hij werkte freelance en sinds 1995 voor de Volkskrant, waar hij van 2001 tot 2005 chef van de Haagse redactie was. Daarna was hij adjunct-hoofdredacteur bij Vrij Nederland, De Pers en Het Parool. Hij is 1 februari 2011 begonnen als hoofdredacteur van HP/De Tijd. Hij is een liefhebber van de politieke reconstructie en het goed geschreven profiel, maar ziet het blad ook graag een voortrekkersrol vervullen in het maatschappelijke en culturele debat. HP/De Tijd in topvorm, zegt hij, 'is een gids voor het moderne leven, met een knipoog'.

Lees ook
Meer artikelen