Stom zuipen

Tieners drinken niet uit ongenoegen, maar gewoon omdat het kan.

Arie Boomsma is heus een aardige jongen, hij helpt homo’s uit de kast komen en zet zich in voor de poëzie. Op die doelen is niets aan te merken. Maar soms steekt er in hem iets pastoraals de kop op waar ik een beetje iebel van word. Vorige week lichtte hij bij Knevel & Van den Brink zijn volgende project toe: het tv-programma Lang zal je lever, over het comazuipen onder jongeren. Geflankeerd door een ex-comazuipster die na psychologische begeleiding haar leven had gebeterd, analyseerde hij waarom zo veel jongeren zich bewusteloos drinken en in het ziekenhuis terechtkomen.

“Omdat ze het geld ervoor hebben misschien?” suggereerde Knevel, maar zo plat lag het niet volgens Boomsma. Het kwam eerder doordat veel jongeren geen goed gevoel over zichzelf hebben: zeg maar een laag zelfbeeld. Met deze gewatteerde analyse wordt jeugdig alcoholmisbruik in één adem gepsychologiseerd en geëxcuseerd: ze kunnen er niets aan doen, want als je geen hoge dunk van jezelf hebt, ga je aan de drank. Logisch toch? Hoe de jongeren aan dat lage zelfbeeld komen, laat zich raden: te veel onzekerheid, te weinig bevestiging, te veel verwaarlozing, te weinig liefde, kortom tieners lijden aan het leven zelf.

Medeleven met zondaars is altijd goed, maar te veel empathie werkt patroniserend. Alsof comadrinkers zielige types zijn die een uitweg voor hun problemen zoeken in de drank. Welnee, bijna alle gevallen zijn te herleiden tot regelrechte stompzinnigheid. Jonge tieners zonder drink-ervaring die stiekem experimenteren met flessen sterke drank. Die na drie in straf tempo geleegde glazen tegen elkaar zeggen: “Nou, ik merk er niets van” en vervolgens bij het vijfde glas omvallen. Die wedstrijdjes houden wie het meeste bier kan drinken in een half uur. Likeuren of andere mengdrankjes achteroverslaan alsof het limonade is (de zoetheid maskeert de alcohol). Alles door elkaar drinken omdat het je wordt aangeboden. Urenlang gezellig meedrinken met de rest, terwijl je maar vijftien jaar oud bent en nog geen vijftig kilo weegt.


Achter de 648 gevallen van in het ziekenhuis opgenomen comazuipers in 2010 (weer een stijging vergeleken met het jaar daarvoor) staan duizenden of tienduizenden tieners die aan de goede kant van de streep bleven, maar dat is zuiver toeval. Hadden ze net een glaasje meer gedronken of waren ze die avond iets vroeger begonnen of hadden ze niet op tijd de boel uitgekotst, dan waren zij de pineut geweest. De scheidslijn tussen comazuipers en niet-comazuipers is flinterdun – ze drinken allemaal te veel, of ze nu wel of niet in het ziekenhuis belanden.

Met een laag zelfbeeld heeft dit vanzelfsprekend niets te maken. Het zijn de omstandigheden die gelegenheid bieden. Tieners drinken niet uit ongenoegen met hun leven, maar gewoon omdat het kan, omdat hun vrienden het ook doen, omdat het bij vrijetijdsbesteding hoort en omdat er niets anders te doen is om drie uur ’s nachts. Eigenlijk precies dezelfde redenen als waarom volwassenen drinken. Voor tieners is het nog moeilijker om maat te houden dan voor volwassenen, die hier ook vaak de grootste moeite mee hebben.

Tieners zitten niet anders in elkaar dan dertig, veertig jaar geleden, maar hun dagelijkse leven ziet er wel totaal anders uit. Ze leiden veel meer het leven van een semi-volwassen kostganger, waarin ze met inachtneming van hun schoolverplichtingen hun eigen tijd indelen, er hun eigen sociale agenda op na houden, zelf geld verdienen met baantjes, gaan en staan waar ze willen, zonder bedtijden of thuiskomtijden. Natuurlijk roepen ouders: “Is je huiswerk af? Geen drugs, niet roken, gebruik condooms en drink niet te veel!” Maar zijn ze eenmaal uit het zicht, dan moet je het maar vertrouwen. Je kunt tieners niet de omgang met leeftijdgenoten verbieden.


Het alcoholprobleem is te groot voor ouders. De wettelijke leeftijdsgrens moet naar achttien jaar.

import beatrijs ritsema