Tijdreis met de trein

Er zijn grofweg twee manieren om grove onwaarschijn-lijkheden in een verhaal te verklaren. Je kunt de weg der logica bewandelen en met zorgvuldige rationele argumenten proberen aan te tonen waarom iets wél mogelijk zou moeten zijn. Filmmakers houden daar niet van. Die kiezen liever voor het alternatief: een verklaring opdissen waaraan werkelijk geen touw valt vast te knopen. De ervaring leert dat kijkers daar genoegen mee nemen. Het geldt in elk geval voor uw recensent. In Source Code wordt toegelicht hoe het mogelijk is dat een man wakker wordt in het lichaam van iemand anders en met enige regelmaat wordt terugge-stuurd in de tijd. De wetenschapper – uiteraard gekleed in zo’n witte laboratoriumjas die in commercials wordt gedragen door deskundigen die ovenschalen laten aanbranden of fronsend de kalkaanslag in een wasmachine monsteren – houdt een omstandig betoog waarin lichaamsverwisseling en tijdreizen worden toegelicht. Dat daar geen snars van te begrijpen valt, is helemaal niet erg. Het besef dát er een verklaring is, zal voor de meeste kijkers volstaan om zich mee te laten slepen door het verhaal. Want dat is behoorlijk spannend.

Een jonge man (Jake Gyllenhaal) schrikt wakker in een trein die op weg is naar Chicago. Hij weet niet hoe hij daar komt. Hij weet evenmin wie de vrouw is die op vertrouwelijke toon tegen hem praat. En de gelaatstrekken die hij in de spiegel ziet, komen hem ook niet bekend voor. Hij krijgt echter ruimschoots de gelegenheid zich daarin te verdiepen, want hij wordt met enige regelmaat terug in de tijd gestuurdom op hetzelfde tijdstip in dezelfde trein wakker te schrikken. We krijgen dus steeds dezelfde episode van acht minuten voorgeschoteld, met dien verstande dat de hoofdpersoon zich elke keer méér weet te herinneren. Het doel van die herhaalde uitstapjes naar het verleden is het verzamelen van informatie over een op handen zijnde terroristische aanslag.

Hoewel de premisse van het verhaal dus – op z’n zachtst gezegd – nogal ingewikkeld is, wérkt het wel. De hoofdpersoon – en met hem de kijker – laat elke keer met aangevulde informatie zijn blik weer door diezelfde treincoupé dwalen. Wat is er niet pluis? Welke passagiers gedragen zich verdacht? Ogenschijnlijk onbelangrijke details winnen gaandeweg aan betekenis. De informatie wordt bekwaam gedoseerd en daarmee blijft het spannend. Stukje bij beetje komen we ook iets te weten over relationele en emotionele besognes van de hoofdpersoon. Die zitten het verhaal echter niet in de weg, en zo bezien is Source Code beter geslaagd dan The Adjustment Bureau, een recente sf-thriller die in dezelfde vijver vist. De kracht van Source Code is vooral de verdienste van regisseur Duncan Jones, ook wel bekend als Zowie Bowie (inderdaad, de zoon van). Twee jaar geleden maakte Jones een sterk regiedebuut met de sf-film Moon, die voor ‘slechts’ vijf miljoen dollar was gemaakt. Voor Source Code beschikte hij al over 32 miljoen dollar. Het is te hopen dat Jones die lijn – qua budget althans – niet verder doortrekt en zielloze blockbusters gaat maken. Source Code is een fraai staaltje commerciële en eigenzinnige sf. Die combinatie is zeldzaam.


Source Code. Regie: Duncan Jones. Vanaf 9 juni in de bioscoop.

Erik Spaans