Victor Reinier: ‘Alles jatten ze – spiegels, windscherm…’

Hij is geen echte autorijder. De acteur haalde zijn rijbewijs weliswaar in één keer, maar pas op zijn 26ste, ‘omdat het nodig was voor werk buiten de stad’. Daarnaast heeft Victor Reinier (1963) nooit een auto op zijn naam gehad, iets dat binnenkort eindelijk gaat gebeuren. Hij zoekt namelijk een nieuwe auto. De reden: hij leent de Volvo stationcar van zijn ex-vrouw te veel. Vindt hij niet prettig voor haar. Maar welke te kiezen? “Lastig. Ik weet echt niet waar ik moet beginnen. Ik weet wel dat het geen benzineslurper moet zijn. Ik las laatst dat Fiat superzuinige auto’s maakt. Het best zou natuurlijk een hybride zijn – die schijnt zo zuinig in gebruik te zijn dat je nauwelijks nog naar de benzinepomp hoeft.”

Gelukkig krijgt hij hulp van vrienden: “Eén stuurt me drie mails per dag met geschikte auto’s. Helaas heeft die vriend een heel ander idee over het begrip ‘geschikt’ dan ik. Hij ziet me het liefst in een Mercedes met twaalf cilinders.”

Totdat hij de ware heeft gevonden, maakt hij gebruik van trein, scooter en fiets. Dat doet hij al decennia. “Het heeft geen zin om de auto te pakken als ik voor Flikken naar Maastricht moet – kost me veel te veel uren. Ik koop altijd een eersteklasticket en kan me zo ondertussen goed voorbereiden op mijn rol.” Wel zou hij het chic vinden als de NS bij storingen ook eersteklasbussen ter beschikking zou stellen, ‘want daar betaal je toch voor, of zie ik dat verkeerd?’.

Fietsen vindt hij het handigst, scooteren het leukst. Zijn Vespa gebruikt hij als ware het zijn fiets. Voordat hij er gehelmd op springt, controleert hij hem altijd even. “Elke keer is het weer een verrassing om te zien wat er nog van over is. Alles wordt gejat: spiegels, windscherm, en dan weer het zadel. Elke keer weer opnieuw.” Hij overweegt een elektrische scooter, maar vraagt zich af of dat handig is in verband met het ontbreken van voldoende oplaadpunten. “Ik ben niet iemand die zijn verlengsnoer uit het raam hangt.”

Door zijn rol als rechercheur Wolfs in Flikken ontdekte Reinier ook andere manieren om van A naar B te komen: te paard, in een speedboot, op een quad, in een helikopter en op de motor. Dat laatste vond hij erg spannend, maar uit zelfbescherming was hij zo verstandig er niet meteen een aan te schaffen. “Ik vind het vreselijk lastig om me aan de toegestane snelheid te houden.” Maar het zou zomaar kunnen dat er voor het eind van het jaar toch ineens een BMW GS voor de deur staat.


“Mijn droomauto is de Chrysler 300C Touring. Dat is zo’n enorm idioot bakbeest, sommige mensen vinden het een soort lijkwagen. Onzin! Hij heeft iets filmachtigs, een Dick Tracy-achtige uitstraling. Ik ben er via een sponsor ooit eens mee van Italië naar Nederland gereden. Wát een comfort. Wát een genot. En wát een benzine. Mijn ex vond het niks. Ze noemde het mijn ‘midlifechrysler’.”

Bouwjaar: 2006

Motorinhoud: ‘geen enkel idee’

Gewicht: ‘poeh’

Vermogen: ‘nog minder’

Topsnelheid: ‘iets harder dan wettelijk toegestaan’

Acceleratie: ‘valt tegen’

Gem. verbruik: ‘tja…’

import wielen