Een goed gesprek met Henk Krol & Miranda van Kralingen

‘Een mopje zingen en weer wegwezen, dat werkt niet bij audities. Absoluut niet.”

Ik zie dat je boos wordt. Daar zit kennelijk een pijnpuntje?

“Ja, bij andere operahuizen gebeurt dat vaak wel, maar dat wilde ik als artistiek directeur van Opera Zuid niet op mijn geweten hebben.”

Dat heeft een reden?

“Natuurlijk. Als sopraan heb ik voor diverse operahuizen gezongen: Stuttgart, Berlijn, Parijs, Bilbao, Bazel, Amsterdam, noem maar op. Ik heb de vreemdste audities meegemaakt. Meestal een of meer mensen achter een tafel, vaak mannen, en jij ervoor om even vlug iets te laten horen. Een van hen maakte het wel heel bont. Hij zat in het halfduister met een schemerlampje op het bureau voor hem. Als hij dat lichtje uitdeed – dat kon zelfs tijdens een aria zijn – wist je dat je kon ophoepelen. Hij had niet eens de beleefdheid het tegen je te zeggen.”

Dat heb jij meegemaakt?

“Ja, tijdens een auditie voor Die lustige Witwe in Zwitserland. Met die rol had ik bij andere grote operahuizen triomfen gevierd. Ik wist precies hoe het moest. Maar al na enkele seconden deed hij het lichtje uit. ‘Entschuldigung?’ zei ik. ‘Ist etwas nicht richtig?’

‘We zoeken een slanke meid,’ zei hij. Kennelijk had hij vooraf niets over mij opgezocht, zelfs mijn foto’s niet bekeken. Ik ben nooit mager geweest, en de zwaartekracht trok toen al aan me. Bij die gelegenheid sprak ik de historische woorden: ‘Auf Wiedersehen. Sie hören noch von mir.’ Met de nadruk op ‘Sie’. Ik wist zeker: dit is de laatste keer geweest. De tranen biggelden over mijn wangen. Ik ben meteen in een taxi gesprongen naar de luchthaven. Ik was er nota bene vier dagen op eigen kosten voor onderweg geweest! Op het vliegveld van Zürich smeekte ik de vrouw achter de incheckbalie: ‘Ich will nach Hause, ich will nach Hause!’ Ze zag mijn wanhoop, glimlachte beminnelijk en regelde een eerdere vlucht dan oorspronkelijk was geboekt.”


Hoe organiseer jij dan audities?

“Ik houd alleen rolgerichte audities. Dan weten zangers wat ze mogen verwachten. Algemene audities waarop je wel vijftig mensen per dag hoort, zijn voor mij taboe. Na die eerste kennismaking laat ik de mensen ook nog eens samen zingen; zo kunnen ze zelf ervaren of de stemmen mooi samensmelten en of er chemie is tussen hen.”

Bij jou dus geen schemerlampje?

“Nee, wie auditie doet, is per definitie niet bij stem. Zangers zijn hartstikke zenuwachtig, ze hebben in een hotel in een vreemd bed geslapen. Daar moet je allemaal doorheen prikken. Je moet op zoek naar de ingang van hun ziel. Zij zijn immers de zangers die iets voor jouw gezelschap gaan beteken. Voor mij begint een auditie vaak niet eens met gezang. Laat ze eerst maar praten. Ik wil weten wie ze zijn, wat hen bezighoudt, waar ze passie voor voelen. Om ze gerust te stellen, geef ik dingen over mezelf prijs. Meestal begin ik met: ‘Hoe oud bent u? Ik ben 51 en ik doe niet aan leeftijdsdiscriminatie.’ Dat zijn kleine pogingen om het zieltje van die doodnerveuze mensen weer naar voren te halen.”

Zou je niet veel liever altijd met dezelfde mensen willen samenwerken?

“Ik ben een echt ensemble-mens. We hebben zo’n negen vaste zangers, die in wisselende samenstelling meedoen. Zij zijn al goed op elkaar ingespeeld, ze weten dat ze gewenst zijn. Ze kennen mij en ze kennen elkaar. Ik steun ze, daar kunnen ze op rekenen. Een dirigent die zegt dat een zanger eruit moet, dat is bij mij onmogelijk. Desnoods gaat de dirigent maar weg. Ik heb mijn ploeg samengesteld, dat is de club die het moet doen. Ik bepaal wie zingt, niet de dirigent en niet de regisseur. Ik heb het laatste woord.”


Patron Harrie Hendriks zet scheermesschelpen op tafel. Op het bordje prijkt zelfs een toefje ‘scheerschuim’.

Je doet niet aan leeftijdsdiscriminatie, maar je trekt wel opvallend veel jonge mensen aan.

“Zo wil ik dat Opera Zuid zich onderscheidt: door jongeren die het heilige vuur hebben een kans te geven. Ik wil werken met mensen tussen wie chemie bestaat, die vaak met elkaar hebben gewerkt en die daardoor op een steeds hoger niveau aan een productie kunnen beginnen. Vroeger werkte ik bij operahuizen waar iedereen even bij elkaar werd gegooid, je deed je dingetje en je ging weer weg. Terwijl je voelde dat je zeker nog een of twee lagen dieper had kunnen gaan. Met een vast ensemble lukt dat. Dan kom je nader tot de kern. Fysiek ook. Men kent elkaar al langer, zo verdwijnen barrières. Ik had daar zelf trouwens nooit moeite mee. Als de tenor mijn boezem beet moest pakken, mocht dat. Als je maar tot de kern komt.”

Leg je dat uit aan die jonge mensen?

“Ja, ze weten dat ik niet wil dat ze ‘operazoenen’. Geen tuitlipjes; de monden moeten elkaar echt wel vinden. Als er een broek uit moet, dan gaat die uit. Dan wil ik geen onderbroek blijven zien. Laat ze dan maar in het donker verdwijnen. Bij die jonge mensen ligt mijn hart. Hun wil ik de kans geven door te groeien.”

Je stopt veel tijd in je werk: je hebt je eigen optredens, je coacht mensen en je presenteert in op Radio 4 je eigen zondagmiddagprogramma. Wat vindt je man ervan dat je zo druk bent?

“Hij weet dat ik een drammer ben. Als iets tegenzit ga ik niet voor ietsje minder; nee, ik wil het altijd helemaal goed. Daardoor ben ik eigenlijk nooit klaar.”


Je vertaalt ook de boventiteling zelf?

“Dat is in de eerste plaats een bezuinigingsmaatregel, maar ik vind ook dat die teksten moeten passen bij de regie. Ik wilde geen archaïsche boventitelingen meer. Dat gevoel voor taal heb ik van mijn vader. Daarom schrijf ik ook de teksten voor de flyer en spreek ik de spotjes in. Voor het radioprogramma schrijf ik ook mijn eigen teksten. Gelukkig heeft een dag 24 uur, daar gebruik ik er vele van. Ik ben dolblij met mijn iPad en iPhone voor het bellen, mailen en twitteren. Time-management is voor mij heel belangrijk.”

Dat is toch dodelijk voor je privéleven?

“Nou, Tjitte en ik zijn al bijna dertig jaar bij elkaar. Het is voor hem hanteerbaar, maar hij waarschuwt me wel met enige regelmaat. ‘Kraal, nu even op de rem,’ zegt hij dan. Gelukkig gaat hij vaak mee. Dan zijn we even niet die twee van living apart together.

Maar hij snapt bijna alles en keurt veel goed. Hij is altviolist, zelf musicus dus. Hij groeit met me mee. Het is een enorme lieverd.”

Er komt nu een bouillabaisse op tafel met ingelegde zeeduivel en kokkels. Daarbij een thee van venkel.

Hoe blijf je wakker als je na zulke lange dagen naar huis rijdt?

“Veel koffie, geen drank, raampje open en keihard The Stones op. De volgende dag meestal spierpijn omdat ik zo heb zitten swingen in de auto.”

En hoe ontspannen jullie dan samen?

“Wij zijn enorme dieren- en filmliefhebbers en lezen graag. Veel Frans. Lekker in bed, glas wijn erbij. We houden van klassieke auto’s en ’s zomers zeilen.”

Wanneer wist je dat je zangeres wilde worden?

“Ik was vier, zat met mijn zusjes bij pa en ma achter in de auto te piepen en riep: ‘Ik wil zangeres worden.’ Dat begon met jazz, later werd het klassiek en ging ik naar het conservatorium in Den Haag.


Je zong vaak voor de koningin: bij een van haar huwelijksjubilea, het jubileum van de Raad van State, bij staatsbezoeken en in de Nieuwe Kerk tijdens het huwelijk van Willem-Alexander en Máxima. Je hebt een speciale band met haar?

“De koningin ontroert mij. Ze is echt de moeder van Nederland. Als ik zie hoe ze bij rampen de hand vasthoudt van slachtoffers, dan weet ik dat het écht is. In mijn periode als operazangeres zong ik op het paleis tijdens een Koninginneconcert Klein klein kleutertje in een klassieke bewerking. Dat ging finaal mis. Ik stopte. Maakte een grapje over de vele beroemdheden die voor me zaten en zag dat de koningin me bemoedigend toeknikte. Daarna zong ik Als je overmorgen oud bent en Kleine Anita van Jules de Corte, die ook aanwezig was. Na afloop kwam de koningin naar me toe en zei: ‘Ik vond die liedjes van Jules de Corte het leukst.’ Samen liepen we naar een ander zaaltje en daar sloeg ze haar arm om me heen. Toen wist ik dat ze een enorme schat is. Sindsdien is er altijd een blik van herkenning als we elkaar weer tegenkomen. Later heb ik haar weleens bedankt voor dat knikje. Als burger van Nederland kan ik in alle oprechtheid zeggen dat ik van onze koningin houd. Ik kan boos worden wanneer ik onzin over haar hoor. Ze heeft heel veel tegenslagen gekend, veel kritiek moeten verduren en is altijd sterk gebleven. Wauw. Dat geeft mij kracht.”

Als hoofdgerecht is er een bresseduif, het borstje rood en het pootje in liham (Limburgse ham), de buik in livar. Dat alles op couscous met een sauternejus en een balletje lever.

Je bent teleurgesteld in programma’s als De Wereld Draait Door.


“Het is om gierend gek van te worden. Elke malloot mag daar een minuut wat muziek laten horen, maar voor reguliere operaproducties is nooit ruimte. Het is steeds hetzelfdeclubje. Ik heb ooit meegedaan met een nummer van Anouk in de hoop zo ook wat aandacht te krijgen voor Opera Zuid. In vredesnaam, dacht ik, het is voor de goede zaak. Dat vonden ze leuk, maar als je dan zegt: ‘Doe ook eens iets met net even meer diepgang en dat toch toegankelijk is,’ dan geven ze niet thuis. Vind je het gek dat de politiek nu niet meer weet wat er allemaal in het theater wordt aangeboden? Het is niet eerlijk. Altijd weer diezelfde sidekicks. De angst regeert, alles wordt opgeofferd voor het format en de kijkcijfers.”

Nu ben je weer boos, maar dan vooral op de politiek?

“Schreeuwen heeft geen zin. Ik ben niet van de botte bijl; het huidige kabinet kennelijk wel. Er komt al een btw-verhoging, maar als de verhalen die uit Den Haag tot ons komen waar zijn, moet Opera Zuid verdwijnen. Er is nog niets bevestigd, maar het lijkt er sterk op. Buiten de Randstad wordt het kaalslag, vooral in de zuidelijke provincies. Het conservatorium in Maastricht wordt bedreigd, bestaande orkesten moeten fuseren of zelfs verdwijnen, de amateurwereld wordt de nek omgedraaid. De komende jaren kunnen we minder tijd besteden aan onze producties, we zullen vooral aan de slag moeten met dure reorganisaties die uiteindelijk resulteren in een kwalitatief en kwantitatief minder aanbod. Als je wil bezuinigen is dat niet logisch. Opera Zuid produceert nu metminder kosten meer volwaardige opera’s dan in de uitgelekte plannen van het kabinet staan vermeld. Het is onvoorstelbaar datniemand in Den Haag onze best practices opmerkt of ook maar enige kennis van zaken heeft, laat staan dat men er iets mee doet. Goede adviezen worden weggewimpeld.


“Laten we niet rücksichtslos afbouwen. Als je het eenmaal kwijt bent, kost het kapitalen om het weer opnieuw in het leven te roepen. Kijk vooral naar waar iemand voor in de wieg is gelegd. Er wordt nu gerommeld met de bestemming van talentvolle mensen. Zo krijgt ‘kunstmatig’ een heel andere betekenis. Dit kille, koude ingrijpen maakt me verdrietig en ongelooflijk kwaad. Het ligt ook niet aan één partij. Iedereen staat erbij en kijkt ernaar, niemand grijpt in.

Wat zou je doen als Opera Zuid echt ophoudt te bestaan?

“Dan begin ik een reisbureau, denk ik. Leuk communiceren met mensen. Of ik ga schrijven, schilderen met woorden. Ik merk het wel; alles wat ik heb gedaan, kwam altijd vanzelf op mijn pad.”

Waar eens een friettent was gevestigd, en later het lesbische café De roze ruit, huist nu restaurant De Opera in ‘s-Hertogenbosch. Al had eigenaar Harrie Hendriks vanwege die voorganger zijn etablissement Pot-au-feu willen noemen, maar daar stak zijn vrouw Anne Engel een stokje voor. De keuken, onder leiding van chef-kok Niek van der Laan, doet aan slowfood. Traditionele gerechten komen weer tot leven, verloren gewaande smaken naar boven. Men serveert met veel liefde een steeds wisselende ‘keukenwandeling’ van kleine gerechten, afgesloten met een product naar keuze van de imposante kaaswagen. Een topper, negen HP’tjes waardig.

import aan tafel