Een irreëel wereldbeeld

Enkele jaren geleden was Hamed Abdel-Samad nog een ongelukkige student politicologie in Duitsland. Dat hij ongelukkig was, lag niet aan hemzelf, zo redeneerde de zoon van een Egyptische dorpsimam, maar aan de seksistische, materialistische en bovenal decadente westerse cultuur, die hem als vrome moslim te veel uitdaagde.

Die gedachte sneuvelde na het lezen van Oswald Spenglers De ondergang van het Avondland. Abdel-Samad verwachtte daarin argumenten te vinden tegen de in zijn ogen verachtelijke westerse beschaving, maar stuitte in plaats daarvan op herkenning. Ook de islamitische cultuur was zijn hoogtepunt voorbij, concludeerde hij. Onderweg naar het moderne tijdperk hadden de Arabieren hun ruimhartige geest verruild voor een onaantastbare, allesbepalende kracht, de Koran geheten.

De ondergang van de islamitische wereld is een aanklacht tegen de lijdzame, zichzelf verheerlijkende en starre islamitische cultuur, die niet in staat is om een antwoord te geven op vraagstukken uit de 21ste eeuw. De alomtegenwoordige hoofddoekjes, religieuze symbolen en uitingen van islamitisch fundamentalisme zijn geen teken van hoogmoed, stelt Abdel-Samad. Eerder van een cultuur die worstelt met haar eigen bestaan.

Je zou het toeval (of pech voor de schrijver) kunnen noemen dat nog geen vier maanden na het verschijnen van het boek in Duitsland, een revolutie uitbrak die Abdel-Samad voor onmogelijk hield. Hij erkent dat bij jonge moslims individualiseringsprocessen plaatsvinden, waarbij ze excessief van internet gebruikmaken. Maar, stelt hij: “Dit verzet mondt niet uit in een revolutie, maar gaat (-) op zoek naar zondebokken in het buitenland, die voor de eigen misère ter verantwoording kunnen worden geroepen.”

Het is jammer dat de auteur voorbijgaat aan de mogelijkheid dat verandering van bínnenuit wordt afgedwongen, omdat de situatie door de benarde politieke en economische omstandigheden onhoudbaar is geworden.

In plaats daarvan betoogt Abdel-Samad dat de islamitische wereld uiteindelijk ten onder gaat doordat de oprakende olie- en watervoorraden de onderdrukte, slecht opgeleide bevolking dwingen tot migratie naar Europa, met assimilatie tot gevolg. Gezien de volgens Abdel-Samad ‘schizofrene’ houding van deze ontwortelde moslims – met enerzijds een minderwaardigheidscomplex, anderzijds visioenen van almacht – valt eerder te verwachten dat zij hier hun toevlucht zoeken tot de zekerheid die de Koran biedt.


Daar valt dus over te discussiëren, en dat is ook het uitgangspunt van dit boek. Na vertaling in het Arabisch is daar een missie bij gekomen: de islamitische wereld een spiegel voorhouden. In dat opzicht is het boek erg geslaagd. Het is alleen de vraag of moslims de boodschap van Abdel-Samad onder ogen durven komen. Zo niet, dan zou de schrijver op één punt in elk geval gelijk krijgen: veel moslims dulden geen kritiek, omdat die indruist tegen hun irreële wereldbeeld dat de islam de ongebreidelde succesfactor is en de westerse cultuur de grote boeman.

Een beeld dat Abdel-Samad, inmiddels politicoloog, goed kent van zijn studentenjaren in Duitsland, waar hij nu overigens met veel plezier woont.

Hamed Abdel-Samad: De ondergang van de islamitische wereld. Contact,€21,95. Ook verkrijgbaar via www.ako.nl.

Irene de Zwaan