Foppe op Tuvalu

De laatste tijd voel ik me als voetbalfan af en toe Truman Burbank uit The Truman Show. Ik vermoed dat alles wat er in het voetbal gebeurt door een geheim internationaal genootschap van comedyschrijvers wordt bedacht, alleen om mij in de war te brengen.

Lierse SK begint een Idols voor voetballers op de Egyptische staatstelevisie? Grapje van Wim Helsen. Sepp Blatter benadert Henry Kissinger voor FIFA-functie? Typische kronkel van John Cleese. Edgar Davids in de raad van commissarissen van Ajax? Mislukte Jörgen Raymann-witz. Foppe de Haan bondscoach van Tuvalu? Welke briljante komiek zou dat verzonnen hebben?

Zijn naam is Paul Driessen en hij is 28 jaar. Hij doet typetjes, zijn specialiteit is dat van een kale jongen met twee grote passies: VVV Venlo en eilanden. Natuurgetrouw en nauwelijks van echt te onderscheiden, groeit Driessen in zijn rol van de Boudewijn Büch van de Peel.

In een interview met Voetbal International legt Driessen uit dat hij zijn fascinatie voor ‘van die rare debutanten op een WK’ deels te danken heeft aan een documentaire over de interland tussen de twee slechtste voetballanden ter wereld: Bhutan en Montserrat. Die wedstrijd, The Other Final, werd gespeeld op de dag dat in Tokio de WK-finale Duitsland-Brazilië plaatsvond. Brazilië won met 2-0, Ronaldo scoorde twee keer. (Diezelfde Ronaldo nam vorige week trouwens afscheid van het Braziliaanse elftal en van het voetbal. Jammer dat hij er zelf niet kon zijn, wel leuk dat hij zijn dertig kilo zwaardere tweelingbroer had gestuurd). Op die dag, de dag dat de Goddelijke Kanaries eigenhandig een hoofdstukje voetbalgeschiedenis schreven, zat de Nederlandse regisseur van The Other Final langs een veldje in een land waar uitsluitend monniken wonen. Waanzin. Alsof voetbal een kermisattractie voor getikte Aziatische geestelijken is, en niet voor goedgetrainde westerse kerels.

Zo’n film is natuurlijk koren op de molen van het typetje van Paul Driessen. In het VI-interview gooit hij al snel alle remmen los – op zijn teksten moet weken geprutst zijn door een team van professionele grappenverzinners. Ik gok Herman Finkers, Nico Dijkshoorn en Raoul Heertje.


“Het eiland Naura heeft geen gras en viel voor mij meteen af. Dan heb je nog Palau en de Marshalleilanden, maar in die landen heerst echt totaal geen voetbalcultuur. Daar had ik echt vanaf nul moeten beginnen wat voetbal is. Dat gaat mijn petje te boven.” De keuze valt op Tuvalu. Zonder er ooit een voet te hebben gezet, schrijft Paul een beleidsrapport voor de Tuvaluaanse voetbalbond. Eventueel wilde hij zelf wel bondscoach worden, al kwam dat idee voort uit ‘een dolletje met wat vrienden, tijdens een barbecue’. Hieraan herken je de ware comedian: bedenk iets uitzinnigs en zwak dat daarna licht af om je publiek in verwarring te brengen, om er daarna weer vol overheen te gaan. Driessen beheerst het ritme van de avondvullende voorstelling.

Paul over zijn aankomst op Tuvalu: “Iedereen deed gewoon zijn ding. Slapen vooral. De Tuvaluaan is heel terughoudend.”Over tactiek: “Ze moeten in hun posities gaan voetballen.” Over de 16-0 nederlaag tegen Fiji: “Er was geen geld voor het vliegtuig en dus gingen de spelers met de boot naar dat toernooi. Vijf dagen op ruwe zee. Toen ze aankwam, waren ze allemaal zeeziek en had de helft overgegeven.” Er was al een website (vriendenvantuvalu.nl nu is er dus ook een bondscoach. Foppe. Zou het dan toch waar zijn?

Foppe van Heerenveen. Foppe van Riemer. Foppe van Geke. Us Foppe. Foppefoppefoppe. Hoe vaker je het uitspreekt, hoe geloofwaardiger het wordt, Foppe op Tuvalu. Er komt al een boek van, las ik, een journalist die wel een tijdje met Foppe en Paul in een hangmat wil liggen. En er komen natuurlijk ook een stripboek, een documentaire (Another Other Final) en een iPad-app van Foppe op Tuvalu. En als ik dat dan allemaal heb aangeschaft, bekeken en gelezen, klinkt uit de hemel de stem van Paul Driessen: “GeFopt.”

import frank heinen