‘Na de oorlog een mof op de troon kon niet’

Tekenaar Erik Varekamp (46) en scenarist Mick Peet (48) zijn al acht jaar bezig het leven van prins Bernhard te reconstrueren in stripvorm. Speciaal voor HP/De Tijd schetsen ze, ter ere van Bernhards honderdste geboortedag op 29 juni, hoe Nederland in 1945 ontsnapte aan een ‘dictatuur van Oranje’.

Dat deel 1 van Agent Orange kort voor Bernhards overlijden verscheen en niet erna, is achteraf bezien mazzel met een hoofdletter M geweest. Tekenaar Erik Varekamp en scenarist Mick Peet waren van plan om er een paar maanden langer over te doen. Het kon namelijk nog mooier, beter, zorgvuldiger. Maar hun uitgever René van Praag zei: “Huppetee, een nietje erin en nog voor Sinterklaas in de winkel leggen.”

Bernhard stierf op 1 december 2004 op 93-jarige leeftijd. Een van de laatste boeken die hij tot zich nam, was Agent Orange, de jonge jaren van prins Bernhard. Achter in deze graphic novel trof hij een kopie aan van zijn eigen lidmaatschapskaart van de NSDAP. En dat terwijl hij altijd in alle toonaarden had ontkend lid te zijn geweest van Hitlers nazipartij.

Gerard Aalders, de recalcitrante historicus van het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies die op 1 maart met pensioen ging, had al eerder onthuld dat Bernhard NSDAP-lid was geweest. Maar nu hij het bewijs had toegespeeld aan Varekamp en Peet – zo’n kaart zíen maakt toch meer indruk dan er alleen over lézen – was voor de prins de maat vol. Niet alleen ontkende hij nogmaals ooit NSDAP’er te zijn geweest (‘Bernhard boos op auteurs van stripbiografie,’ kopte de Volkskrant op 15 november 2004), ook belde Bernhard Aalders op en kafferde hem uit.

Een rel was geboren. Dat was niet slecht voor de verkoop van het boek.

Ook met de volgende delen maakten de auteurs nieuws. Deel 2 (2006) meldt dat het auto-ongeval van prinses Juliana in 1938 mogelijk een moordaanslag door de SA was. Het nieuwtje van deel 3 (2008) was dat – maar dat klinkt gezien ’s mans reputatie een stuk minder verrassend – Bernhard tijdens de oorlog een affaire had met de Amerikaanse actrice Frances Day. Vorig jaar november verscheen Agent Orange deel 4. Daarin laten de makers Bernhard een brief aan Hitler schrijven met het aanbod om stadhouder van bezet Nederland te worden (de roemruchte stadhoudersbrief) en onthullen ze dat de prins in 1942 ternauwernood ontsnapte aan een moordaanslag door een Engelse communist.


De vraag is steevast: hoe wéten Varekamp en Peet dit allemaal? Ze halen hun informatie overal vandaan, verklaren ze dan. Uit gedrukte en audiovisuele media, archieven, boeken en bij allerhande historici, met name Aalders en Coen Hilbrink. In een Amsterdams restaurant passen de twee vervolgens de puzzelstukjes aan elkaar. Bij twijfel komen ze met een calcu-lated guess. Voor de hoofdlijnen van hun strip zijn altijd een of meer concrete aanwijzingen voorhanden, claimen ze.

Op pagina 19 van deze HP/De Tijd begint een soort voorpublicatie uit Agent Orange deel 5, dat pas in 2012 verschijnt. Aanleiding: de honderdste geboortedag van Bernhard zur Lippe-Biesterfeld.

Een man die, als alles net een beetje anders was gegaan, koning Bernhard der Nederlanden was geworden.

Bernhard op de troon, wiens idee was dat?

Erik Varekamp: “Het werd Bernhard concreet voorgesteld op 13 juni 1945 door de OD, de Orde Dienst. Die moest na de Duitse capitulatie voor rust en orde zorgen in ons land. De leiders, zeg maar de voormalige legertop, waren grote fans van Bernhard.”

En zij zeiden: ‘Bernhard, word alsjeblieft koning’?

Mick Peet: “Klopt. Maar het idee om hem de baas van het hele spul te maken, was al tijdens de oorlog in Londen ontstaan. Daar zat de top van de Nederlandse industrie, samen met jongens als Erik Hazelhoff Roelfzema (alias ‘de soldaat van Oranje’ – BG) en een hoop corpsballen. Zij formuleerden een politieke blauwdruk van het Nederland na de bevrijding. Het doel was herinrichting van Nederland volgens opvattingen die je als zeer rechts en misschien zelfs wel als fascistisch kunt betitelen. Na de oorlog zagen die rechtse krachten tot hun afgrijzen dat er socialis-tische ministers werden geïnstalleerd. Vandaar de oproep aan Bernhard: neem het zaakje alsjeblieft over. Koningin Wilhelmina wilde dolgraag stoppen. Ze had al in 1938 willen aftreden.”


En Juliana?

Varekamp: “Men besloot dat zij haar handen vol had aan de prinsesjes. De dictatuur van Oranje kon, vond iedereen, veel beter door haar man worden geleid.”

Een dictatuur? Een echte?

Peet: “Er was inderdaad sprake van een soort militair regime. Een regime dat vond dat de communisten een kopje kleiner moesten worden gemaakt. Dat was al in de oorlog begonnen. Bernhard was in september 1944 hoofd van de Binnenlandse Strijdkrachten (BS) geworden, een bundeling van alle verzetsgroepen. Maar veel verzetsgroepen waren communistisch. Daar was Bernhard niet dol op, en vice versa. Het was een heel andere bloedgroep dan de romantische reactionairen rond de prins. Vanuit de staf van de prins kwamen er op een gegeven moment verordeningen om communistische verzetsstrijders uit te leveren aan de SD en de SS. Dat heeft onder anderen Hannie Schaft het leven gekost.”

Je zou dus kunnen stellen dat prins Bernhard ‘het meisje met het rode haar’ heeft laten fusilleren?

Peet: “Ja, dat is in a nutshell wat er is gebeurd. De kringen rond Bernhard waren zeer conservatief en wilden geen nieuwlichterij of leninistische en bolsjewistische grappen. Dit is de geschiedenis van Nederland zoals die mij niet wordt verteld in de geschiedenisboeken.”

Varekamp, met gepijnigde blik: “Nou, ik vind dit wel vrij heftig: ‘Bernhard vermoordde Hannie Schaft.’ Zover zijn we nog niet. Maar er zijn inderdaad linkse verzetsstrijders die bevelen hebben gezien aan de OD dat communisten desnoods gewapenderhand moesten worden aangepakt.”


Noem eens wat concrete bronnen.

Varekamp: “Schrijfster Conny Braam citeerde uit instructies van de BS: ‘Gelieve alle namen en adressen van communisten te geven, daar ze nu al een bedreiging vormen.’ En volgens verzetsman Jan Brasser stond in de richtlijnen van de OD: ‘Als de Duitsers zijn verslagen, is het onze taak om een ieder die niet sympathiseert met het huis van Oranje en toch bepaalde machtsposities wil bekleden, desnoods met wapengeweld te weren.'”

Peet: “En dan waren er nog de papieren hierover in de kluis bij oorlogsmisdadiger Pieter Menten. Hij had ze gekregen van een hoge SD’er. Ze kwamen in 1972 naar buiten. De prins heeft toen geprobeerd Menten uit de wind te houden, omdat die dreigde met deze documenten.”

Terug naar 1945. Bernhard werd geen koning. Waarom niet?

Varekamp: “De Engelsen en de Amerikanen vonden het geen goed idee. Ze vochten namelijk toch wel voor democratie. Bovendien herkenden ze in Bernhard de blaag, de flierefluiter die hij was. Daar komt bij dat hij een Duitser was.”

Peet, grijnzend: “Zo kort na de oorlog een ‘mof’ op de troon zetten, had niet echt getuigd van goede smaak.”

Hadden de Britten en Amerikanen daar dan iets over te zeggen?

Peet: “Jazeker. In de bevelstructuur van de geallieerden was Bernhard verantwoording schuldig aan de headquarters van opperbevelhebber Dwight Eisenhower. Het Britse Foreign Office en de OSS, de voorloper van de CIA, zeiden gewoon wat er moest gebeuren, anders kreeg Nederland geen geld.”

Had Bernhard meer kans gemaakt als hij Nederlander was geweest?


Peet: “Ja, dat denk ik wel. Kijk naar Frankrijk, waar die pedante kwast van een De Gaulle zijn land vanuit het niets de baas wilde laten spelen in Europa. En dat terwijl half Frankrijk zich in de oorlog had gecommitteerd aan de Duitsers. In die zin was Bernhard dus wél de juiste persoon op juiste plek geweest: iemand die graag tegen Eisenhower aan schuurde.”

Goed, Bernhard kreeg dus op 13 juni 1945 in Paleis Het Loo de vraag voorgelegd van die OD-leiders: wil je koning worden? Hoe reageerde hij?

Varekamp: “In de twee biografieën waarin de prins het verzoek kort aanstipte, verklaarde hij dat hij iets antwoordde als: ‘Heren, wij zijn geen Balkanland, wij zijn een van de oudste democratieën ter wereld. Ik verbied jullie daarom om er nog over na te denken.'”

Hoe nobel.

Varekamp: “Ik vrees dat het in werkelijkheid iets anders ging. Bernhard was een blaag van 33. Die ging die geharde verzetslui even vertellen hoe wereld in elkaar zat? Daar geloof ik dus niks van. En hij zal heus wel gecharmeerd zijn geweest van het idee om voortaan op de postzegels te staan.”

Had dat gekund zonder grondwetswijzigingen, zo’n ‘dictatuur van Oranje’?

Peet: “Ja. De toon werd eigenlijk al gezet tijdens de oorlogsjaren, met de regering en het vorstenhuis in ballingschap in Londen. Zoals Winston Churchill zei: koningin Wilhelmina was eigenlijk de enige vent in ons kabinet. Zij was feitelijk de baas. Die structuur kon moeiteloos worden overgeheveld naar het naoorlogse Nederland.”

Varekamp: “Wilhelmina kreeg in Londen alleen een beetje tegenspraak van de kleine premier Pieter Gerbrandy. De rest was lijp of doof. Of bang. Bang voor de majesteit. Wilhelmina wilde eigenlijk nog wel wat meer macht voor de kroon. Bernhard ook.”


Peet: “Het enge is dus dat ze daar niet alleen in stonden; ook de mannen met de wapens en die uit het bedrijfsleven hadden er wel oren naar. Het had maar een haar gescheeld of ze hadden hun zin gekregen. Ik vind het interessant dat er buitenlandse invloeden nodig waren om dit te verijdelen. Het zelfreinigende vermogen van Nederland was nihil.”

Jullie zijn erg stellig in jullie beweringen. In al jullie boeken staat echter een disclaimer, waarin wordt benadrukt dat het een ‘satirische weergave’ van Bernhards levensverhaal is, en situaties soms ‘op speculatie berusten’.

Varekamp: “Dat tekstje moet er vooral in van de uitgever en zijn advocaten. Ik ben er zelf niet zo gelukkig mee. Een eventuele rechtszaak had ik met vertrouwen tegemoet gezien.”

Peet: “Onze boeken bevatten natuurlijk wel satirische elementen. Zo laten we Bernhard veelvuldig peperdure auto’s aan gort rijden.”

Agent Orange deel 1 werd in sommige recensies nog ‘roddel en achterklap’ genoemd. De daarop volgende delen werden steeds serieuzer genomen.

Peet: “We hebben het Acht Uur Journaal gehaald! Het komt deels doordat Bernhard in zijn jeugd, die we in deel 1 beschrijven, nog vrij onschadelijke fratsen uithaalde. Maar in de Tweede Wereldoorlog wordt de context grimmiger, en daarmee ook Bernhards verhaal. Bovendien hebben recensenten allang door dat we onze verhaallijnen heus niet uit onze duim zuigen. Ik durf te stellen dat onze lezing aanzienlijk accurater is dan de verhalen die de beroepsleugenaar Bernhard zelf altijd over zijn leven heeft verteld. Díe waren pas ongeloofwaardig.”

Varekamp: “Er ligt nog zoveel over die man in hermetisch afgesloten archieven. Als die ooit opengaan, hebben we materiaal voor nog wel honderd boeken.”


Koning Bernhard de Eerste, hoe zou dat eruit hebben gezien, denken jullie?

Peet: “Bernhard was geheid een hermelijnen mantel gaan dragen, dol als-ie was op decorum en pracht en praal. Visueel zou zijn koningschap dus vrij overtuigend zijn geweest.”

Varekamp, grinnikend: “Maar ik denk niet dat onze strip door de censuur was gekomen.”

Boudewijn Geels