Ommekeer

Dit voorjaar heeft zich in Duitsland een heuse omwenteling voltrokken. Wat zich in maart nog liet aanzien als een bondsregering die even de weg kwijt was, is in juni uitgedraaid op een natie die een heel andere richting is ingeslagen dan de rest van de wereld. Duitsland schaft zichzelf niet af als industriële natie, maar stapt wel uit de kernenergie. Aan het besluit is geen immigrant te pas gekomen, dit willen de Duitsers helemaal zelf. Geen enkel ander land heeft zo radicaal op de kernramp in Japan gereageerd, hoewel Duitsland geen aardbevingsgevaar kent en de bondsregering amper een half jaar eerder had aangekondigd weer kerncentrales te willen bouwen als overgangstechnologie naar een duurzame CO2-arme toekomst.

Geen wonder dat de buitenwereld naar adem moet happen. Wat is er in de anders zo consistente Angela Merkel gevaren? Zijn de Duitsers, die bij het bombarderen van Libië ook al verstek lieten gaan en door de Griekse schuldencrisis kopschuw van Europa zijn geworden, van hun ankers geslagen? De euforie in Duitsland over de eigen moed om van een ‘fatale weg’ af te stappen, is groot. Het zou een unieke kans zijn voor de Duitse industrie om leidend te worden in de ontwikkeling van alternatieve energie. Am Deutschen Wesen soll die Welt genesen.

Tegelijk ontbreekt het niet aan stemmen die voor zulke hoogmoed waarschuwen. Velen zien een geloofwaardigheidsprobleem voor Merkel. Opportunistisch met de wind meebuigen, is in Duitsland altijd fout, ook als de draai van links tot rechts wordt toegejuicht. Het maakt de overwinning voor de links-radicale Groenen totaal, want zij ontlenen hun bestaansrecht aan de strijd tegen kernenergie. Hun zienswijze wordt nu ook door conservatieve kiezers gedeeld. Baden-Württemberg heeft voor het eerst een Groene minister-president en zelfs de CSU in Beieren is nu groen. Vreemd is dat niet. Zwitserland en Oostenrijk kennen al langer conservatieve milieugroepen die de Alpenpassen groen willen houden.

De Duitse liefde voor de natuur is bekend, net als de hang naar romantiek. Geen heimatfilm zonder gezonde berglucht, alles moet ecologisch verantwoord zijn. Je kunt in het afzweren van de duivelse kernenergie een stap naar de onbedorven wereld van vroeger zien, naar het Zwarte Woud waar je fijn kon houthakken. Zulke clichés doen het goed in het buitenland, waar de Groenen als zeer Duits fenomeen zijn geduid. In de Duitse vredesbeweging, gedragen door alternatieve ’68-ers en een links protestantisme, zaten hysterische trekjes, zoals antiamerikanisme en angst voor moderne technologie.


Maar ik geloof niet dat dit veel verklaart. Wolfgang Schäuble, de secondant van de bondskanselier die na een aanslag in 1990 in een rolstoel belandde, is geen zweverig type. Merkel is geen kruidenvrouwtje dat bij volle maan danst, maar een rationele natuurwetenschapper. En Audi, Mercedes en BMW zijn er ook nog.

Het kan dat Merkel van slag is, maar dat maakt haar ommekeer nog niet ondoordacht. Mij zou het niet verbazen als haar vertrouwen in deskundigen en risicoanalisten, die de kredietcrisis niet hebben zien aankomen en een kernramp als in Japan voor onmogelijk hielden, een deuk heeft opgelopen. Het hedendaagse Duitsland wil risico’s uitsluiten. Het is gevoelig voor cijfers en wetenschappelijk onderzoek, niet voor esoterisch doemdenken. Ook SPD-bankier Sarrazin onderbouwde zijn professorenklacht over een ‘dommer Duitsland’, afgelopen herfst, met statistieken. Misschien is het een slag in het duister dat Duitsland zijn toekomstige stroomvoorziening afhankelijk maakt van nog niet bestaande groene technologie, alsof de wetenschap die op commando kan leveren. Dat kun je utopisch noemen, of een interessant experiment. Ik weet niet of 2011 als een ‘Duitse lente’ de boeken in gaat, na alle lentes die we elders al hebben gehad. Zeker is dat dit voorjaar Duitsland een bijzondere politieke klimaatverandering bracht.

import dirk jan van baar