Schrijvende spionnen

Toch wel een beetje merkwaardig, dat gedoe over de journalistieke nevenactiviteiten van oud-AIVD-spion Paul Kraaijer.

De door De Telegraaf gebrachte onthulling dat Kraaijer onder de dekmantel van journalist was ingezet voor onderzoek naar extreem-linkse organisaties, was voor de Nederlandse Vereniging van Journalisten zelfs aanleiding om minister Piet Hein Donner van Binnenlandse Zaken om opheldering te vragen. “Als dit waar is, is het schadelijk voor de beroepsgroep,” liet NVJ-bestuurder Thomas Bruning weten. SP-Tweede Kamerlid Ronald van Raak liet zich in soortgelijke bewoordingen uit.

Maar was er wel iets nieuws onder de zon? Nee, niet echt, want er zijn meer spionnen in de vaderlandse journalistiek geweest. Neem Alexander Stempels, tussen 1957 en 1969 mede-hoofdredacteur van de Nieuwe Rotterdamsche Courant. Weliswaar geen spion in de klassieke zin van het woord, maar wel iemand met twee petten op: naast hoofdredacteur was Stempels namelijk hoofd van de afdeling publiciteitscensuur van de Nederlandse Censuurdienst. Die NCD, een onderdeel van het leger, zou worden gemobiliseerd in oorlogstijd. Stempels zou dan leiding gaan geven aan een dienst die zevenhonderd Nederlandstalige uitgaven zou gaan checken op informatie die de Russen van pas zou kunnen komen. De aanstaande bezetter mocht niets wijzer worden gemaakt. Er zou ook controle vooraf zijn: alle ANP-berichten zouden aan de censuur worden onderworpen, evenals het radio- en televisienieuws. Destijds wist bijna niemand van het bestaan van de sluimerende NCD, en al helemaal niet van Stempels’ ‘tweede baan’. Die zou pas enkele jaren geleden aan het licht komen.

Nog een mooi voorbeeld: good old Jan Heitink. Toen de voormalige Telegraaf-journalist in maart 2009 op 87-jarige leeftijd overleed, werd hij door zijn krant uitgebreid herdacht als ‘oud-adjunct-hoofdredacteur, succesvol correspondent in Parijs en fel bestrijder van communistische regimes’. Allemaal waar, maar geschiedschrijfster MariĆ«tte Wolf voegde er een paar maanden later in haar dissertatie Het geheim van De Telegraaf nog wat saillante informatie aan toe. Heitink, zo schreef ze, was tijdens zijn correspondentschap in Parijs (1957-1963) een informant van de Franse geheime dienst en belandde daarna – met goedvinden van de hoofdredactie van De Telegraaf – op de loonlijst van de Binnnenlandse Veiligheidsdienst, die hem voor zijn ‘hand- en spandiensten’ maandelijks een vergoeding van driehonderd gulden betaalde. Naar verluidt briefde Heitink vooral informatie over het links-radicale actiewezen aan de dienst door. Aan zijn dubbelrol kwam pas in 1983 een eind: Heitink ging toen met pensioen.

import de tijd