Voorzichtig met de zorg

Wie vrienden heeft met een kind met een lichamelijke en/of verstandelijke beperking, beseft des te meer hoe hij bevoorrecht hij is met gezonde kinderen.

Met bewondering kan ik kijken naar de liefde en de inzet van deze vrienden. Met veel doorzettingsvermogen gaan ze op zoek naar therapieën en worstelen ze zich door de bureaucratie van de jeugd- en gezondheidszorg om het kind zo veel mogelijk wél te laten kunnen. Een van hen wist zelfs tientallen vrijwilligers in zijn dorp te strikken om de intensieve therapie die hij in het buitenland had gevonden mogelijk te maken. Het resultaat: er kan veel meer dan de artsen ooit hadden verwacht.

Uitgaan dus van ‘mensen met mogelijkheden’ in plaats van ‘met beperkingen’. Die les leerde ik halverwege de jaren negentig al in mijn tijd bij Philadelphia Zorg Het was in diezelfde tijd dat staatssecretaris Erica Terpstra het persoonsgebonden budget (pgb) introduceerde, een systeem waarmee mensen zelf hun zorg konden organiseren. Kinderen konden daardoor langer thuis blijven wonen, en groepen van gelijkgestemde ouders konden samen een huis huren om daar de zorg voor hun kinderen te organiseren. Het bood nieuwe mogelijkheden en nieuwe perspectieven.

Het pgb was nieuw, en er werden strikte verantwoordingseisen aan gesteld. Voorlichting was nodig om een weg te wijzen in de procedure van aanvragen en uitvoering. Om er überhaupt voor in aanmerking te komen, gold een strikte indicatiestelling: welke zorg is vereist bij de vastgestelde zorgzwaarte?

Sindsdien heeft het pgb een enorme vlucht genomen. Waren er in 1998 nog 13.000 mensen met een pgb, inmiddels zijn dat er 130.000. En onder die 130.000 zijn dus ook die vrienden van mij.

Op zich zou de overheid blij moeten zijn met het succes van het pgb, want het is gemiddeld zo’n 25 procent goedkoper dan verblijf in een instelling. Het geld komt rechtstreeks ten goede aan de zorg en gaat niet verloren aan bureaucratie en managementlagen van zorginstellingen.


Waarom nu dan toch deze bezuiniging?

De kosten van de zorg en zeker van de AWBZ zijn de afgelopen jaren explosief gestegen. In tien jaar tijd maar liefst met 66 procent, van 14 naar 23 miljard euro. En van de 9 miljard die erbij is gekomen wordt 2 miljard verklaard door de stijging van het aantal pgb’s. Terwijl die opmerkelijk genoeg niet evenredig heeft geleid tot een daling van de vraag naar zorg in natura.

De analyse van de staatssecretaris is dan ook dat het aanbod van het pgb een nieuwe vraag heeft gecreëerd. Een deel van de mantelzorg die anders vrijwillig werd gegeven, wordt nu vergoed via het pgb-systeem. En inderdaad, ik ken ook ouders die minder zijn gaan werken om meer voor hun eigen kind te kunnen zorgen en een deel van dat inkomensverlies opvangen via een pgb. Is dat dan oneigenlijk gebruik?

Dat valt niet zo algemeen te stellen. Bepalend moet de zorgzwaarte zijn, dus de indicatiestelling. Wanneer een regeling op eens veel meer gaat kosten, dan moet je als overheid gaan kijken of je die niet te makkelijk hebt gemaakt. Of het uitgaan van ‘goed vertrouwen in de mens’ niet tot misbruik leidt.

Iets vergelijkbaars hebben we gezien in de kinderopvang toen er een vergoeding kon worden aangevraagd voor opa’s en oma’s die oppasten. De kosten voor kinderopvang stegen enorm, maar er gingen vrijwel geen extra vrouwen aan het werk. Rara, hoe kan dat?

Kortom, een regeling groeit bijna altijd uit z’n voegen door misbruik en te soepele regels. En dan moet er opeens fors worden ingegrepen. Het gevolg: de goeden lijden onder de kwaden. Dat schrijnt. Zeker wanneer je die ‘goeden’ van dichtbij kent. Bezuinigen zal helaas moeten, ook in de zorg, maar laten we vooral naar handhaving van de regels en zorgzwaarte kijken. Laten we het kind niet met het badwater weggooien!

import jack de vries