Warme bariton

In 2006 schilderde Alex Turner Take That af als ‘a load of old bollocks’ ,een kwalificatie waar hij nu, vijf jaar later, publiekelijk spijt van heeft. Sterker nog: de frontman van Arctic Monkeys verklaart nu ineens dat hij een grote fan is van de inmiddels oudere-jongenszangroep.

Turner is zijn wilde haren verloren, dat moge duidelijk zijn – iets wat ook te horen is op het nieuwe Monkeys-album Suck It and See. Van de rebelse, rauwe rock met een punkattitude die het debuutalbum Whatever People Say I am, That’s What I’m Not zo onweerstaanbaar maakte, is niet veel meer over.

Niet dat we dat niet zagen aan komen: op Turners recente privéuitstapjes Рeen soundtrack voor de film Submarine en een album met de Last Shadow Puppets Рprofileerde hij zich al als een songwriter die zijn jeugdige, ongebreidelde energie langzaam maar zeker verruilde voor sophisticated songwriting.

Op Suck It and See is hij bijna aan het croonen. De trage melodielijnen van zijn warme bariton zweven over heldere, strak gespeelde gitaar riffs. De songs ademen de sfeer van The Smiths en Morrissey. Maar in tegenstelling tot het oeuvre van die gelauwerde band willen de geesteskinderen van Turner niet allemaal beklijven. Degelijke popsongs met lichtelijk bombastische teksten zijn het dit keer, geschreven door een gearriveerd artiest met twee huizen en een beeldschone vriendin. A load of old bollocks? Zeker niet, maar wat niet is, kan nog komen…

Ruud Meijer