De wereld aan je voeten

Elke week één artikel uit HP/De Tijd in zijn geheel op de website. Deze week hebben wij een serie van acht portretten van jongeren over vrijheid. Ze zijn jong en ambitieus, en weinig in hun leven ligt nog vast. De wereld ligt aan hun voeten. Hieronder alvast één portret.

Shirin Abdulkarim
(18, Amuda, Groningen)

‘Ik wil graag kinderen. En ik wil naar Italië, en naar Egypte. En de Verenigde Staten. Naast school werk ik in een schoenenwinkel, twee tot vier dagen in de week. Als ik vrij ben, ben ik het liefst met vriendinnen. Thuis zijn vind ik ook fijn, of met mijn moeder de stad in, gewoon op een terrasje zitten. Ik zie haar ook als een vriendin.
Ik doe nu havo, maar kan daar helaas niet mee doorgaan. Na de zomer begin ik met een mbo-opleiding voor tandartsassistente. Daarna wil ik naar het hbo om te leren voor mondhygiëniste. Het liefst wilde ik tandarts worden.
Ik ben geboren in Syrië, mijn ouders zijn Syrische Koerden. Ik was vier toen we als vluchtelingen naar Nederland kwamen. We waren illegaal hier en konden dus eigenlijk weinig doen. Mijn vader was ziek en Syrië was te bedreigend voor Koerden op dat moment. Hij is een procedure begonnen om hier te mogen blijven. Tot mijn twaalfde hebben we in asielzoekerscentra gewoond. Toen het generaal pardon werd ingesteld, hebben we dat gekregen. Dat is nu bijna vijf jaar geleden. Volgend jaar krijgen we de Nederlandse nationaliteit, als onze geboorteaktes tenminste uit Syrië kunnen komen. Ik zou blij zijn als ik de Nederlandse nationaliteit krijg, het is hier fijner. Alles is beter geregeld, de scholen zijn beter, zelfs de straten zijn beter. Je kunt hier geld verdienen. Mijn moeder heeft snel Nederlands geleerd en haar inburgeringscursus gehaald. Ze heeft altijd gewerkt sinds we hier zijn, eerst als overblijfjuf, nu doet ze een opleiding tot kinderjuf. Ze wil niet thuis zitten. Zij heeft ook het meest gedaan in ons gezin, voor mij en mijn zusje en drie broertjes. Mijn vader heeft veel tijd in ziekenhuizen doorgebracht.
Ik weet wel van de oproer die speelt in Syrië, maar het dringt niet zo tot me door, mijn leven speelt zich gewoon hier af in Groningen. Heel graag zou ik nog een keer teruggaan, maar dat kan nu niet. De kans bestaat nog steeds dat we daar worden opgepakt, omdat we als landverraders worden beschouwd.
Tot ik trouw, blijf ik thuis wonen. Mijn vader zou het een beetje eng vinden als ik eerder uit huis ga. Ik wil het zelf ook niet. Thuis is het altijd druk en gezellig. Mijn vader is soms banger dan nodig, maar het is logisch, hij kent Nederland minder goed dan ik. Ik sluit niets uit, maar zou wel graag trouwen met een islamitische jongen. Bepaalde dingen vind ik belangrijk om aan mijn kinderen door te geven: geen varkensvlees, geen alcohol, wel God. Mijn ouders hebben bepaalde verwachtingen van mijn toekomstige man, maar ze zeggen ook: ‘Je trouwt zelf met hem.’
Als ik mezelf vergelijk met mijn ouders toen ze jong waren, of sommige andere mensen, voel ik me heel vrij. Maar ik mag bijvoorbeeld niet uit, zoals sommige vriendinnetjes. Misschien ben ik ook jong volwassen geworden door wat we hebben meegemaakt. Maar ik heb geen zorgen, ik mag trouwen met wie ik wil, leren wat ik wil. De angst hebben mijn ouders voor me weggehaald.”

Pauline Bijster