Eindelijk vrij op de boerderij

Stiekem dromen veel ‘stadsen’ in hun krappe appartementen en volgeparkeerde straten ervan: een paar kippen, een hond en een moestuin met verse groenten. En vooral: rust en ruimte. Ruim honderdduizend stedelingen per jaar zetten de stap.

Kataklop, kataklop, kataklop…
Te paard komt Helga door de groene velden aangalopperen bij het Saksische boerderijtje. De houten voordeur vliegt open en drie blonde krullenbollen hollen naar buiten. Bij het witte tuinhek ontmoeten moeder en kroost elkaar. Lachend en blakend van gezondheid. Hoe kan het ook anders met zoveel rust, ruimte en groen om je heen?
De nieuwe televisiereclame van de provincie Drenthe met moeder Helga in de hoofdrol appelleert aan het romantische beeld van vrij leven op het platteland. Net als de paginagrote foto-advertenties van de provincie Zuid-Limburg, die ons probeert te lokken met slogans als: Je zal maar het geluid van een beekje horen, in plaats van het toilet van de buren’ en ‘Je zal maar mogen wonen in een vakantieland’.
Wie er gevoelig voor is, dwaalt bij de betoverende plaatjes even af, knikt bevestigend naar het beekje en vraagt zich af waarom híj daar eigenlijk niet woont. Tweehonderd jaar geleden schreef Tolstoj het immers al en ergens voelen we het nog steeds: de band tussen mens en natuur is toch één van de eerste voorwaarden voor geluk.
Terug in de 21ste eeuw blijken de aansporingen van onze provinciën niet aan dovemansoren gericht. Van een exodus kun je nog niet spreken, maar de migratie van stad naar platteland neemt ontegenzeggelijk toe. Bovendien zegt, volgens een onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), één op de drie stedelingen ooit naar het platteland te willen verhuizen. Als ze geen verplichtingen hadden – als ze vríj waren – kochten ze een boerderijtje om met een paar koeien en schapen hun eigen groene droom te gaan leven.
De aanhoudende populariteit van Boer zoekt vrouw en regionale soaps bevestigt de hang naar het landelijke bestaan, maar – we willen niet naief lijken – groene nachtmerries zijn er natuurlijk ook. Programma’s als Ik vertrek laten zien hoe de drang naar vrijheid en het buitenleven ook kan eindigen: eenzaam en gedesillusioneerd in een bouwval zonder werk, geld of sociale contacten. De vraag of de rurale idylle wel of niet klopt, valt onmogelijk te beantwoorden. Zonneklaar is wel dat veel stedelingen juist vanwege het ideaalbeeld naar het platteland verhuizen.
Jaarlijks ruilen zo’n 120.000 ‘stadsen’ de trams in voor trekkers, meldt het SCP. Zij vormen zo’n driekwart van de nieuwkomers op het platteland. Onder hen onderscheiden we ruwweg twee groepen: zij die een tijdje in de stad hebben gewoond en (vaak met kleine kinderen) terugkeren naar hun geboortestreek en zij die na een druk leven rust zoeken. Behalve deze zogenoemde Drenteniers en de poste restante van de stad zijn er nog vele weifelaars die over de provinciegrens getrokken kunnen worden. Letterlijk ‘over de grens’, want volgens Geeke Snijders van de marketingafdeling van Drenthe stellen nogal wat stedelingen verhuizen naar Drenthe gelijk aan emigreren: “Laatst sprak ik een stel uit de Randstad dat wilde verhuizen en twijfelde tussen Noord-Frankrijk en Drenthe. Alsof dat hetzelfde is.”

Lees het gehele artikel in de HP/De Tijd van deze week.

Karen Geurtsen