Rutte unplugged

Hoe vrij is de liberaal Mark Rutte om te zeggen wat hij werkelijk vindt van vice-premier Verhagen en Geert Wilders, van de Koningin, van de meisjes en van de democratie? Tijd voor een interview dat nooit gehouden zal worden, behalve in dit speciale nummer.

Meneer Rutte, fijn dat u ons te woord wilt staan.
“Graag gedaan. Uw verzoek om eens een echt vrij gesprek te voeren was zo origineel dat ik daaraan geen weerstand kon bieden. Maar is het keurslijf waarin de journalistiek tegenwoordig moet opereren dan zo knellend?”

Het begint al bij de voorlichters, die willen altijd alle vragen van tevoren weten, ze willen bij het interview zitten en dan sms’en ze voortdurend, zuchten nadrukkelijk als een vraag hen niet zint of geven knikjes aan hun baas in een of andere geheimtaal.
“De meeste voorlichters komen uit de journalistiek, dus…”

Ze willen ook altijd de uiteindelijke tekst van tevoren lezen…
“Voor de afwikkeling is dat de snelste weg. Mijn voorlichter haalt er heus geen zinnen uit die niet zijn uitgesproken, want u heeft altijd de geluidsband als bewijs.”

Het ligt ook aan de huidige generatie politici: zij kunnen on the record haast niet meer normaal praten. Het is jargon dat zit ingebed in het soort peptalk dat tijdens de mediatraining is aangeleerd.
“Nou nou nou, dat valt toch wel mee?”

En als ze iets gewaagds zeggen, dan is het meteen: ‘je moet het zo niet opschrijven, hoor’ of ‘dat was natuurlijk off the record, hè’.
“Kom maar op met je vragen, ik lust ze rauw, ha ha.”

Als minister-president kunt u eenvoudigweg geen eerlijke antwoorden geven, want bij iedere beladen opmerking breekt de herrie uit in de media en in de Kamer, en dan moet u retireren.
“Daar heeft u een punt.”

Als interviewer kun je natuurlijk iemand doorzagen, maar op papier slaat dat meestal hartstikke dood.
“Op tv vind ik het wel lachen, hoor, als een collega wordt aangepakt. Maar inderdaad, zo’n Clairy Polak moet je niet te lang zien, want dan zap je weg. Knevel en Van den Brink zijn trouwens ook heel erg drammerig en irritant.”

Het was een vurige wens om eens vrijuit te spreken met de hoogste baas van het land, zonder last of ruggespraak. Eigenlijk als twee volwassen, werkelijk vrije mensen.
“Ik ben er klaar voor.”

Laten we eerst eens wat collega’s onder de loep nemen. Ik zeg: vice-premier Maxime Verhagen?
“Dan antwoord ik: lichtelijk onbetrouwbaar, al heb ik daarvoor geen bewijzen, het is meer een gevoel. Het zit ‘m in kleine dingen. Zo laat ik nooit belangrijke documenten op mijn bureau achter als Maxime komt. En weet u dat hij altijd en overal pennen jat? Nu heb ik van mamá een heel dure vulpen gekregen ter ere van de installatie van mijn kabinet. Maar die heeft-ie al een keer bij zich gestoken. Gelukkig net op tijd zag ik hoe hij hem zogenaamd argeloos in zijn jasje stopte. Hij verontschuldigde zich omstandig, maar ik weet wel beter. Maxime, of anders de CDA-fractie, zal mijn kabinet opblazen, daarvan ben ik overtuigd. Over een, twee jaar.”

Lees het gehele interview in de HP/De Tijd van deze week.

Frans van Deijl