Lab-album

Op sopraansaxofoon gespeelde jazzlicks in popsongs: sinds Branford Marsalis als sideman van Sting An Englishman in New York opblies tot een roze ballon van klapkauwgom, kan ik er niet zo goed meer tegen. Het was dan misschien ook niet zo’n goed idee van Robert Fripp om zijn voormalige King Crimson-kompaan Mel Collins uit te nodigen om mee te komen spelen op A Scarcity of Miracles, een King Crimson Projekct dat in eerste instantie voortkwam uit een jamsessie die Fripp hield met de obscure, maar lichtelijk geniale Britse collega-gitarist Jakko Jakszyk. Collins’ improflarden dwarrelen, onontkoombaar als bladeren in een herfststorm, door de muziek heen. En aangezien die muziek ook al een beetje laidback is, scheren de songs op dit album met enige regelmaat rakelings langs het rijk van de smooth jazz – iets wat nooit de bedoeling kan zijn geweest. De warme, soms net iets te gladde baritonstem van Jakszyk, de man die het raamwerk van de meeste songs schreef, is daar zeker ook debet aan. Het feit dat Robert Fripp A Scarcity of Miracles uitbracht als een Projekct, en niet als een volwaardig King Crimson-album, zegt al genoeg: deze muziek is het kwaliteitskeurmerk King Crimson nog niet waardig. Fripp hanteert zijn Projekcts als een soort onderzoekslaboratorium op momenten dat de creativiteit van het echte King Crimson (met Adrian Belew) dreigt te stagneren. Maar of de samenwerking met Jakszyk wat dat betreft een meerwaarde heeft, kan hij met dit album niet echt hardmaken.

Ruud Meijer