Meer Europa

Voor een euroscepticus als ik, die vanaf het begin in 1991 kritisch tegenover de vorming van een Europese muntunie stond, is het even wennen om voor ‘eurofiel’ te worden uitgemaakt. In welke dark room heb ik gezeten dat ik mij van deze identiteit niet bewust was? Maar het is waar, sinds de euro in 2002 ook echt ons betaalmiddel is, denk ik dat we op termijn meer Europese beleidsafstemming op financieel-economisch gebied moeten accepteren. Ik heb nooit geloofd dat het Duitse model, met zijn nadruk op financiële discipline en prijsstabiliteit, na invoering vanzelf op de hele eurozone kon worden overgedragen. Daarvoor is een krachtig centraal bestuur nodig (dat er nog niet is), en het convergeren van de Europese economieën. Dat laatste is niet echt gebeurd, behalve op de verkeerde gebieden, zoals de lage rente waartegen de zuidelijke lidstaten die tot dan toe veel hogere rentepercentages hadden betaald ineens konden gaan lenen.

In plaats van de zuidelijke lidstaten te disciplineren, heeft de euro daar juist tot een bonanza geleid waarvoor we nu met de Griekse schuldencrisis de prijs betalen. Ik zou liegen als ik zei dat ik zoiets had voorzien. Ik had nog wel zo veel vertrouwen in de financiële marktpartijen dat ik dacht dat die uit eigenbelang zouden waken voor te grote risico’s. Maar de kredietcrisis heeft geleerd dat dit een illusie was. De zaken zijn veel te zonnig in-geschat, alsof het in Europa voortaan alleen nog mooi weer zou zijn. Je kunt ook zeggen dat we niet eurosceptisch genoeg zijn geweest.

Het lijkt erop dat de euro precies het tegendeel heeft bewerkstelligd dan was beoogd. In plaats van financiële discipline is een onontwarbare schuldenkluwen ontstaan die nog erger is geworden door de noodverbanden die de afgelopen tweeënhalf jaar zijn aangelegd om de banken voor een failliet te behoeden. Overheden die al grote schulden hadden, hebben nog meer schulden op zich genomen. En het ergste is nog niet voorbij. De miljardentoezeggingen aan Griekenland reiken tot het najaar en het is helemaal niet zeker dat de afgesproken saneringsplannen kunnen worden doorgevoerd of gaan werken. De eisen van de noordelijke landen zijn zo streng dat de Grieken daar menselijkerwijs niet aan kunnen voldoen, waardoor een Grieks failliet boven de markt blijft hangen. Afkoppeling van de Grieken is op dit moment te riskant vanwege besmettingsgevaar naar andere landen, waardoor de hele eurozone gevangen zit in een web van fatale afhankelijkheden.

Het is een realiteit die nog lang niet overal is doorgedrongen en geaccepteerd, niet in Griekenland, en ook niet bij ons. De euro is vooral zo’n bittere pil omdat we hem al hebben geslikt en (vrij naar Balkenende) eerst het zoet kwam en toen het zuur. Het kan best dat hij alsnog wordt uitgespuwd, maar een eurozone die uit elkaar spat leidt tot veel meer gifpillen. Als landen elkaars schulden niet meer erkennen, zijn de rapen gaar en kun je elke discipline of langetermijnverplichting vergeten, financieel, economisch en politiek. Wat dat voor onze beleggingen en pensioenen betekent, laat zich raden. Zelfs als een Griekse default niet te vermijden is, dan nog moet dit op een gecontroleerde manier gebeuren. En dat vergt veel meer Europese coördinatie dan we tot nu toe willen weten. De transferunie, waarin een constante overdracht van gelden van financieel solide landen naar minder solide landen plaatsvindt, en die er volgens de EMU-verdragen niet mocht komen, is er in ongereguleerde vorm via de schuldencrisis al. De Fransen begrijpen dat, net als de Belgen, die altijd genoegen namen met een Europees gemiddelde.


Nederland, op andere terreinen vaak soft en meegaand, stelt zich achter de rug van Duitsland in geldzaken juist keihard op. Een onhoudbare positie, die nog heel wat uitleg van Mark Rutte gaat vragen. We krijgen meer Europa, goedschiks of kwaadschiks. Ik dacht niet dat de vaderlandse kiezer daar al op was voorbereid.

import dirk jan van baar