Piskijkers en valse hoeren

De speelse opzet blijkt al uit de ondertitel. We hebben te maken met ‘dé gids voor uitgaan, sightseeing, eten en drinken in het Amsterdam van de zeventiende eeuw’. Een soort Lonely Planet dus, maar dan eentje die de lezer in staat stelt ruim drie eeuwen terug te reizen in de tijd. Het concept van Amsterdam voor vijf duiten per dag is losjes geïnspireerd op Het oude Rome voor vijf denarii per dag dat de reiziger langs Romeinse tempels en slavenmarkten anno 200 na Christus voert.

Het idioom van de moderne reisgids blijkt zich prima te lenen voor het opdissen van historische informatie, want het boekje leest makkelijk weg en bevat talloze wetenswaardigheden. Zo leren we veel over de mores van Amsterdamse marktkooplieden. Slagers boden gevilde konijnen aan waarvan de voorpoten intact waren gelaten. Zo wist de klant zeker niet met een dode kat te worden afgescheept. Ook over omgangsvormen worden we bijgespijkerd. Wie wordt uitgenodigd voor een diner hoeft géén lepel mee te nemen. De nieuwe mode dicteert dat de gastheer daar zelf voor zorgt. Soms worden zelfs – uiterst modern! – vorken verstrekt. Genodigden worden uiteraard wel verondersteld hun eigen mes mee te nemen.

Regels en codes waren ook in de zeventiende eeuw aan veranderingen onderhevig, en wat de exclusiviteit van de vork betreft, maakt het nogal een verschil of je 1600 dan wel 1700 als peildatum hanteert. De auteurs gaan uit van het laatste kwart van de zeventiende eeuw. Uiteraard smokkelen ze daar weleens mee. De vorm van het boek maakt generaliseren onontkoombaar, met alle contradicties van dien. Op pagina 43 staat dat de Amsterdammer buitenshuis zwierig gekleed ging, ‘als een musketier’. Maar twaalf pagina’s verderop wordt omstandig betoogd dat zelfs prominente Amsterdammers wars waren van uiterlijk vertoon en zich onopvallend kleedden.

Over doktoren wordt nogal laatdunkend gedaan. “Ze voelen hooguit de pols van de patiënt en kijken naar de huidskleur, tong of urine.” Pieter Adriaanszoon Verduijn (die ooit de rechterarm van een brouwer amputeerde) wordt opgevoerd als de beroemdste dokter. Daarmee wordt geen recht gedaan aan tientallen doktoren en artsen (bekender dan Verduijn) die de stand van de medische wetenschap met sprongen vooruit hielpen. Het karikaturale beeld van ‘piskijkende’ dokters lijkt vooral ontleend aan contemporaine schilderijen. Maar daar hadden dergelijke scènes toch vooral een anekdotisch karakter.


Over schilders gesproken: dat Rembrandt ‘zich een slag in de rondte schilderde om aan de vraag te voldoen’ klopt evenmin. Bij zijn faillissement stonden er maar liefst zestig (!) onverkochte schilderijen van eigen hand in zijn atelier.

Dat er weleens een detail niet klopt, is gezien de reikwijdte van het onderwerp onvermijdelijk en doet niets af aan de kwaliteiten. Hell en Los hebben een ontzagwekkende hoeveelheid informatie weten in te dikken tot een vermakelijk en uiterst leesbaar boekje. Tot slot nog een waarschuwing: pas bij een recreatief bezoekje aan het Spinhuis op voor ex-prostituees. Zij zullen u proberen geld af te troggelen door te beweren u te herkennen als vroegere klant.

Maarten Hell & Emma Los: Amsterdam voor vijf duiten per dag. Athenaeum-Polak & Van Gennep, €24,95. Ook verkrijgbaar via www.ako.nl.

Erik Spaans