Nieuw feminisme: Laurie Penny

Ronkende krantenartikelen kondigen in Engeland ‘the march of the new feminist’ aan. Exponent van deze beweging is Laurie Penny: 24 jaar, briljant, columnist en schrijfster van het onverwacht succesvolle boek Meat Market. ‘Je kunt je geen weg naar de vrijheid neuken.’

We spreken Laurie Penny (1986) in een soort kraakpand dat vol boeken, gitaren, lege wijnflessen, halflege theekoppen en uitpuilende asbakken staat. Ietwat ongewoon in de statige Londense wijk Westminster, waar Porsches, BMW’s en galeries met gedegen kunst de boventoon voeren. Penny – klein en fel, formulerend als sprak ze een zaal met macho beurshandelaren toe – bakt een omelet die ze tussen het gesprek, het mobiel bellen en het roken door op zal eten. Vier keer binnen een uur belt er een koerier van een uitgeverij aan met een ingepakt boek dat ze aanneemt. De bovenbuurman, een blijkbaar nogal geslaagd boekenrecensent (zwart pak, wit overhemd, puntschoenen en rock-’n-roll-haar), komt even later binnenlopen om het van haar aan te nemen, open te maken en het vervolgens (“Deze is dood, dus die merkt het niet”) op een van de vele stapels te kwakken. Laurie lacht. “Het is ongelooflijk,” zegt ze. “Zo gaat het altijd rond dit uur. Ze blijven maar boeken brengen. Londen hè. Kun je nagaan wat het betekent als je boek er tussen uitspringt.”

Ja, het is behoorlijk aangeslagen, uw boek. Had u dat verwacht?
“Helemaal niet. Toen het dit jaar uitkwam, kende op wat krantenlezers na vrijwel niemand me. En ik dacht überhaupt dat maar een paar mensen het boek zouden lezen. Nu zit ik opeens bij BBC Newsnight.”

Het thema leeft kennelijk. Je ziet onder andere in The Independent en The Guardian grote artikelen over ‘New Feminism’. The Evening Standard had het over ‘Angry young activists who have reclaimed the F-word for Generation Y’. Zegt dat u dat wat?
“Eén ding is duidelijk: als je vijf jaar geleden zei dat je feminist was… Nou ja, ik ben al vanaf mijn elfde feminist en ooit was het een geuzennaam, maar tot voor kort kon je er echt niet mee aankomen. Het was een uphill battle; als vrouwen het over women’s lib hadden, zeiden ze er altijd meteen bij: ‘Maar ik ben geen feminist hoor.’ Dat is aan het veranderen. Je ziet actiegroepen ontstaan, er worden essays gepubliceerd, blogs en boeken. Ja, de laatste vijf jaar zie je in het Westen een revival van het feminisme ontstaan, maar – of misschien kan ik beter zeggen ‘dus’ – we zijn allesbehalve bevrijd. De problematiek waar wij als vrouwen mee te maken hebben is nog altijd ontzaglijk.”

Dat is ook de stelling van uw boek. Vrouwen leven ‘onder de tirannie van de patriarchale kapitalistische machine’.
“Waar ik het in Meat Market (Female Flesh Under Capitalism – red.) vooral over heb, is dat we doodsbang zijn voor het vrouwelijk lichaam. Het wordt voortdurend gestraft; we plukken, trekken en schaven eraan, snijden erin en hongeren het uit. Elke dag worden we gebombardeerd met duizenden en duizenden boodschappen die ons duidelijk maken dat we niet jong, slank, ongerimpeld, bruin of wit en vooral ook niet willig genoeg zijn. Er is letterlijk geen ontkomen aan, en dat hele complex van boodschappen houdt behalve angst en onderdrukking een wereldwijde, opgeblazen en nutteloze industrie van schoonheidsproducten, diëten, modeartikelen en alles wat daar bij hoort in stand. Wist u dat driekwart van de vrouwen in de rijke landen zich regelmatig uithongert, om maar zo weinig mogelijk ruimte in beslag te nemen? Van het vrouwelijk lichaam is een merk gemaakt; een geperverteerd merk, opgebouwd uit ziekmakende elementen. Een merk dat ons wordt opgedrongen als een onhaalbare standaard waaraan we minimaal moeten voldoen. Een brandmerk is het.”

Lees het gehele artikel in de HP/De Tijd van deze week.

Gijs de Swarte