Schrijvers op reis: Kees van Beijnum

Elke week één artikel uit HP/De Tijd in zijn geheel op de website. Deze week uit de serie ‘schrijvers op reis’, de vakantie van Kees van Beijnum.

‘Een vriend van mij werkte voor Malaysia Airlines. Hij kon mijn vrouw en mij upgraden van economy naar businessclass. Dus wij daarheen. Zonder vaste planning, Lonely Planet bij ons, ieder een rugzakje. We hoopten een lekker plekje te vinden voor een vakantie van twee, drie weken. Daar aangekomen zagen we vanaf het vasteland een eilandje liggen. Het bleek een heel leuk, klein eilandje. Wel een beetje leeg, er was verder niemand.
We vonden een eenvoudig resort, van die huisjes met daken van palmbladeren en open ramen met luikjes ervoor. Heel exotisch allemaal. Mijn vrouw en ik prezen onszelf gelukkig dat we die plek gevonden hadden, ver weg van de grote toeristenstroom.
’s Avonds, na een mooie wandeling langs zee, viel de stroom uit. We hadden wel een zaklamp meegenomen, maar die deed het niet. Mijn vrouw moest vervolgens in onze hut naar de wc, een gat in de grond met een schot er omheen. Bleek daar een kikker in te zitten ter grootte van een mopshond. Mijn vrouw keerde onverrichter zake terug.
Het was helemaal donker. Ik dacht: weet je wat, ik loop naar de jongen bij wie we vanmiddag hebben betaald en vraag of hij een zaklamp te leen heeft. Ik trof hem aan bij een kampvuurtje, met drie maten. Ze waren overduidelijk stoned of dronken. In plaats van een zaklamp kreeg ik een kaars, zo eentje die voor op een verjaardagstaart. Die was natuurlijk na een paar minuten al op.
Veel maakte het niet uit, we gingen toch slapen. Maar al snel werden we wakker van geritsel. Was er een rat door het raam naar binnen gesprongen. De emmer die we als wc hadden ingezet en waar al in was gepist, had hij omgestoten. Daarna schoot hij onder het bed en keek me een beetje lodderig aan. Misschien was hij ook stoned. Dus ik terug naar die vier figuren bij het kampvuur om opnieuw om een kaars te vragen. Ze konden alleen maar grijnzen als een stel gedrogeerde clowns. Ze liepen met me mee naar de hut, waar ze een heel verhaal begonnen over de waardeloze westerse mentaliteit. Terwijl ik alleen een beetje licht wilde en geen rat onder mijn bed. Mijn vrouw zei op gegeven moment: ‘Kees, wat probeer je nou te bereiken met deze discussie? Volgens mij zijn we tamelijk in de minderheid hier.’ Ik dacht: verrek, ze heeft gelijk. Ze kunnen ons zo vermoorden en aan de leguanen voeren. Laat dus maar zitten, die kaars, die kikker en die rat.
We hebben gezamenlijk de zonsopgang afgewacht en de meest heerlijke duik ooit in zee genomen. Daarna zochten mijn vrouw en ik in de Lonely Planet het duurste, beste verblijf. Daar hebben we de rest van de vakantie heerlijk in luxe genoten.’

Irene de Zwaan