Handle-hulde

Elke week één artikel uit HP/De Tijd in zijn geheel op de website. Deze week de column van Jojanneke van den Berge.

“Wat,” zegt hij trekkend aan een stukje huid dat zijn buikspieren bedekt, “vind je van dit kwabje?” Hij fronst, kromt zijn rug om het velletje wat verder te kunnen uitrekken. “Ik word een papzak.” Het is wat mannen van vijfentwintigplus zeggen als hun relatie de grens van een maand of wat passeert. In eerste instantie lijken ze van een jaloersmakende vrijheid-blijheid te zijn. Waar jij in de seksuele startfase nog gekunsteld je bevalligste houdingen-routine afspeelt (geoefend, geoefend, geoefend voor de spiegel), gooit hij lijf en leden met onbeschroomde passie in de strijd. Maar wanneer de opgekropte lust, de euforie van de verovering niet hard genoeg meer gloeit om lijfelijke onzekerheid te overstemmen, begint hij buikjes te zien die er niet zijn, love handles die er niet hangen.

Een typisch symptoom van de late generatie X, heel Y en bijna ook van Z, maar totaal onbekend bij oudere heren, die babyboomistisch verwend/gewend aan het twintigste-eeuwse gemak van geld en macht als vrouwenmagneten nog fier hun corpulente lijven laten lillen terwijl ze achter hun tweede leg aan waggelen. De laatsten der Mohikanen.
Dwingende schoonheidsidealen zijn niet meer het terrein van vrouwen alleen. Met het verschuiven van het seksezwaartepunt van glamourbeelden waarmee de muren van ons leven behangen zijn, worden ook mannen steeds meer toegegrijnsd door gephotoshopte acteurs, topsporters en jongensmodellen. Manorexia rukt op. In Buenos Aires, anorexiastad bij uitstek, hebben de heren de dames al zo goed als verslagen op het magerheidsfront.
De zomer is olie op ’t lichaamsbeeldvuur. De herenblaadjesschemaatjes ‘word in tien dagen een iron man’ vliegen je om de oren. En deels is de mannelijke fitheidsinhaalslag natuurlijk welkom, maar het moet wel gezellig blijven. Opeens hoor ik mannen over het biertje voor hun neus zeggen: “Weet je dat dit twee bruine boterhammen zijn?” Zie ik ze op een jongensavondje niet meer uitgelaten hand in hand naar de nieuwe beertender rennen, maar elkaar in de lendenen prikken en semi-sneren: “Zo, je bent wel aangekomen hè? Diklap.”
Vrouwen houden van een beetje massa, een laagje vlees. Iets om tegenaan te stompen. Om op te liggen. Om je nagels in te slaan. Echt, we zitten niet te wachten op mister no-butt. Liever wat meer dan niks. Daarom zou ik voor de zomer van 2011, en eigenlijk voor altijd, het thema ‘hulde aan de handle’ willen voorstellen. Voordat het te laat is. Laatst was ik in Londen waar bij de immer-diëtende jongemannen zelfs ultrastrakke skinny jeans nog lubberen om wat voor een kontje door moet gaan, hun benen nog dunner dan hun skinny zwarte dasjes. Seksloze, androgyne wezentjes. Als dat ons voorland is, verhuis ik voorgoed naar Nieuw-Zeeland of zo, waar Maori-mannen eerst twintig kilometer rennen en dan gewoon goedgemutst puur vet eten uit een blikje.

Jojanneke van den Berge