Sjonnie

Elke week één artikel uit HP/De Tijd in zijn geheel op de website. Deze week de column van Frank Heinen.

Wij wisten het dus al een tijdje, van Sjonnie.
‘Wij’, dat is de geheime sekte wielervolgers die samenkomt op geheime internetfora. Je kunt er niet zomaar bij, bij die sekte. De ballotage is streng: noem één naam. Is die naam bij onze sekte algemeen erkend als Geheimtip, als toekomstig kasseienkoning of potentieel Tourvorst, dan laten we je toe in onze rangen.
De leeftijd van een Geheimtip doet niet ter zake. Het mooiste is natuurlijk als je een Geheimtip van een jaar of zestien bij de kladden hebt. Een jongen uit Valkenburg die je elke ochtend wel erg makkelijk de Cauberg op ziet pedaleren, op zijn stadsfiets en met een tien kilo zware boekentas op zijn rug. Een Kazak van 21 is ook prima, zo eentje die het hele dorp van zijn prijzengeld moet onderhouden, na de training een eland schiet om hem rauw te verorberen en voorlopig alleen maar wedstrijden in de Kaukasus mag rijden, vanwege ‘iets’ met zijn visum.
De werkelijk ervaren sekteleden herken je overigens aan het bagatelliseren van dopinggebruik: een zin als ‘iedereen weet dat het onmogelijk is om een Tour te rijden zonder gedegen medische begeleiding; doping hoort daar bij’ doet het in kennerkringen uitstekend.
Echter, een Geheimtip blijft de beste entree in onze besloten club.
Je hebt renners die tot op hoge leeftijd een Geheimtip blijven. Sjonnie Hoogerland was er zo één.
Sjonnie reed jarenlang voor obscure ploegjes in Nederland en België waarvoor hij obscure wedstrijden in Nederland en België reed, wat hem een obscure bekendheid in Nederland en België opleverde. Een groot talent, dat bij Rabobank in de jeugd had gereden, maar daar was weggestuurd. De echte kenners van onze club voegden daar dan veelbetekenend aan toe: “En dat had niets met zijn talent te maken.”
Beetje een losbol, Sjonnie. Ideaal voor ons wielervolgers, want zo konden we op onze hoogst geheime bijeenkomsten rustig een eind weg mijmeren over wat Sjonnie allemaal wel niet had kunnen bereiken als hij niet zo’n losbol was geweest.
Die Sjonnie toch.
Het seizoen 2009, dat was een tegenvaller. Reed Sjonnie opeens de stenen uit de straat! Kwam-ie op tv, werd-ie geïnterviewd omdat hij zo fijn voorop had gereden en omdat hij zo lekker Zeeuws de G kon inslikken. Opeens wist iedereen ook dat Sjonnie Sjonnie heette, en niet Dzjonnie, of John. Mooie boel. Later dat jaar werd hij nog twaalfde in de Ronde van Spanje en vijfde in de Ronde van Lombardije. Beetje veel van het goeie, voor een Geheimtip.
Wij wielervolgers waren natuurlijk opgelucht toen Sjonnie in 2010 geen deuk meer in een pakje boter reed. Zie je wel: een losbol, zeiden we opgelucht tegen elkaar. En wat jammer: er had nog veel meer ingezeten hoor, als je puur keek naar z’n talent.
Sjonnies leven als Geheimtip ging op voor een herkansing.
Ach, das war einmal.
Wij wielervolgers kijken uit principe niet naar de Tour. Dom vermaak voor de vakantievierende massa vinden we dat. In juli zoeken we liever op internet naar live verbindingen met de Österreich Rundfahrt. Het duurde dus even voor ik op de hoogte was van Sjonnies activiteiten in Frankrijk.
In het Journaal zag ik hem eerst bijna het ravijn insturen, om even later in het prikkeldraad te worden gekatapulteerd. Bloeden. Huilen op het podium, vader erbij.
Ik wist meteen hoe laat het was.
De foto van Sjonnies billen, de wonden als een ritssluiting in de huid, hangt intussen bij half Nederland in de woonkamer. Iedereen weet dat Sjonnie zijn mosselen eet met schelp en al. De hotels in Yerseke zijn tot oktober 2014 volgeboekt met bedevaartgangers. De vriendin van Sjonnie krijgt in het najaar een late night-talkshow. Over Sjonnie. Tafelheer: Sjonnie.?Wij van de sekte zullen niet kijken, we zullen op zoek zijn naar onze eigen, nieuwe Sjonnie

frank heinen