Altijd blijven schnabbelen

‘Jongleurs, acrobaten, al die variété-artiesten sterven uit,’ stelt Bassie somber vast. Zelf toert hij nog manmoedig het land door. ‘Van Roodeschool tot Cadzand en van Julianadorp tot Epen. Verrek, ik had hier linksaf gemoeten.’

Zuchtend draait Bas van Toor (Maassluis, 1935) zijn Ford C-Max de snelweg op. Wit overhemd, zwart leren giletje, zak drop binnen handbereik. Het antwoord van de bijrijder wordt als springplank gebruikt. “Nee, in mijn vak is het ook niks meer. Vroeger had ik elke zomer zo’n tien, twaalf kermissen. Kom ik allang niet meer aan. Ik moet nu echt alles aanpakken, als schnabbelaar. Volgende week doe ik zelfs een verjaardagsfeest, met kip, patat en appelmoes. Daar komen dan dertig, veertig kinderen op af. Want dat beding ik wel van tevoren. Ik kom niet voor vier kinderen opdraven – ik ben geen escort!”

We zijn op weg naar Losser, een Twents grensplaatsje dat bij extreem harde wind zomaar in Duitsland kan komen te liggen. De komst van Van Toors alter ego wordt er al weken aangekondigd. “Bassie, de bekendste clown van Nederland en België, komt met zijn Lachspektakelshow naar Losser. Op zaterdag 16 juli is hij te gast in het openluchttheater Brilmansdennen. Kaarten aan de kassa kosten tien euro, in de voorverkoop bij Primera Marcel aan de Bernard Leurinkstraat is de prijs negen euro.”

In de zak met drop graaiend: “Aankleden, schminken, kunstje vertonen, afschminken, bakkie thee en weer terug.” Hij wil maar zeggen: zo’n optreden als van vandaag, daar heeft hij er al duizenden van gehad. Is het dan niet tragisch dat hij het na al die jaren nog steeds moet doen? Als door een wesp gestoken: “Natúúrlijk hoef ik het niet te doen! Ik heb net twee huizen verkocht, de derde gaat zo in de verkoop! Mijn dvd’s gaan nog altijd met bákken de deur uit, bij Blokker en ’t Kruidvat! Ik heb prima voor m’n oude dag gezorgd, hoor. Er heeft bij mij ook nooit een manager tussen gezeten die zeventig procent pakt. Nee, ik vind dit gewoon leuk om te doen. Een ander van mijn leeftijd gaat op een toneelvereniging, of bij een shantykoor. Ik ben m’n eigen toneelvereniging en m’n eigen shantykoor!”


Zo’n zestig jaar zit hij nu in Het Vak, waarvan een groot gedeelte aan de zijde van zijn jongere broer Aad. Begonnen als acrobaten- en cascadeursduo onder de naam The Crocksons. Hij strekt zich uit naar de achterbank en haalt een iPad tevoorschijn. “Ik heb een Belgische jongen in huis die al mijn foto’s digitaal aan het maken is. Hij heeft er inmiddels 1500 gedaan, dus er liggen er nog 6000 te wachten.” Schuin opzij kijkend: “Kijk, dat is m’n trouwfoto…” We zien een jonge Bas van Toor aan de zijde van zijn voluptueuze echtgenote Coby. Boven op zijn hoofd balanceert broer Aad, maling hebbend aan zoiets futiels als zwaartekracht. Bas: “Ik was beresterk vroeger, drukte zo 113 kilo. Veel in de haven gewerkt als jonge jongen. Balen uien sjouwen. Voelde je het uienvocht je kraag in sijpelen. Heb ook in de vis gezeten. Haring inblikken. Die lucht zweette je er later weer uit. Op dansles nota bene. Ik was het grootste muurbloempje van allemaal.”

Coby ontmoette hij op een kermis, in juli 1960. Hij verkocht er foto’s van zichzelf voor 25 cent per stuk, maar kon zogenaamd nooit teruggeven van een gulden. Coby was de enige die achter hem aankwam voor die drie kwartjes. Bas wist dat hij zijn gelijke had gevonden en liet haar niet meer los.

We naderen knooppunt Rijnsweerd. “Het Vak is dood,” sombert de clown. “Jongleurs, acrobaten, al die variété-artiesten sterven uit. Weet je wat het is? Daar moeten ze veel te lang voor repeteren, dat willen ze niet meer. De goochelaars van tegenwoordig: bijna allemaal hobbyisten. En waar zijn de duo’s gebleven? Vroeger had je Bassie & Adriaan, Laurel & Hardy, de Mounties, de Wama’s… Ik zie geen duo’s meer. En dan bedoel ik niet de combinatie clown-acrobaat, want dat kan niet. Dat hebben we overal laten vastleggen.”


Hoevelaken, rechtsaf. “Tegenwoordig kun je entertainmentorganisatie studeren. Onzin, dat kun je alleen maar leren door een paar keer flink op je muil te gaan. Zo is het met mij ook gegaan. Ik ben een keer voor drie ton de boot ingegaan. Dat geld had ik geleend aan een promotor die Elton John had geboekt, maar er niet op had gerekend dat-ie vooraf al z’n hele gage wilde hebben. Die gozer dreigde ook nog even niet op te treden. Toen ben ik met die geschminkte kop naar de kleedkamer gegaan. Daar liep-ie rond in een oranje panty – zie je het voor je? Dus ik tegen Elton John: ‘Als jij niet optreedt, dan zal de hele wereld weten dat jij hier bent afgegaan! Ik zit al 35 jaar in Het Vak, mister!’ En hij ging spelen hè? ‘Was it good, mister Bassie?’ vroeg-ie nog. Ja, dat was het, maar er zat gewoon geen hond. Dat hele festival was een fiasco, ze stonden de shoarma zó de plomp in te mieteren omdat die toch niet werd verkocht. En ik was m’n drie ton kwijt. Maar ik heb een spreuk verzonnen: een man zonder dromen is armer dan een man zonder geld. En ik heb nog elke dag dromen. Wat zeg je? Ja geld ook, gelukkig wel.”

Afslag Barneveld. Tijd voor een aanval op het gesubsidieerde toneel. “Die gasten hebben echt maling aan het publiek. Ik kwam eens zo’n acteur tegen. ‘Wij spelen voor onszelf,’ zei-ie met zo’n arrogant stemmetje. Ik zeg: ‘Waarom moet ík dan een deel van je salaris betalen?'”

En, in één moeite door: “Voor tekstschrijvers is geen waardering in Nederland. Ik was een jaar of zes geleden in Las Vegas, bij een show van Al Martino. Die liet z’n publiek een staande ovatie geven voor z’n tekstschrijver, ene John of Jack. Die erkenning krijg je hier niet. Ik schreef voor Sjakie Schram ”k Heb niks, gezien, ‘k heb niks gezien, keek erregens anders naar…’ Dat kondigde-ie doodleuk aan als z’n eigen nummer. Heb ik nog eens vanuit de zaal geschreeuwd: ‘Jóuw nummer? Dat heb ík geschreven, lul!’ Geen enkele waardering! Gelukkig pak ik na 45 jaar nog wel steeds de poen van dat liedje.”


‘Deventer 6, Hengelo 50’ meldt het verkeersbord waar we onderdoor zoeven. “Even Annie bellen.”

Annie is Annie de Reuver, de 94-jarige oud-zangeres van de Skymasters, die in 1952 een dijk van een hit had met Kijk eens in de poppetjes van m’n ogen. Annie komt al sinds de oerknal elke dinsdagavond bij Bas en Coby bridgen. “Dag Bas!” galmt het uit de handsfree.

“Ik ben op weg naar Losser, bij Oldenzaal,” krast de clown met zijn kenmerkende stemgeluid.

“Wat een roteind!” antwoordt Annie. Dan, zich herpakkend: “Moet je mij horen, ik lijk m’n moeder wel! Terwijl wij in ons vak niet over afstanden mogen zeuren, toch?”

Bas: “Nee, want dan moet je de klus niet aannemen, als schnabbelaar.”

Afslag Rijssen, Goor, Enter. Bas meldt Annie dat hij een paar dagen met Coby naar Ibiza gaat. Eerst zou hij Aad opzoeken in diens huis in Carihuela, ‘maar daar zijn we dit jaar al twee keer geweest’.

Annie: “Gelijk heb je. Nu kun je tenminste doen wat je wilt.”

Bas: “Dat doen we toch wel. We hebben vannacht nog wat gedaan – ik wist niet dat het nog kon op mijn leeftijd!”

Die laatste ontgaat Annie.

“Dat geloven de mensen niet,” zegt Bas, als Annie is weggedrukt, “maar ik ben nog elke dag verliefd op m’n vrouw. Daarom kan ik ook geen liedjes schrijven over liefdesverdriet. Ik heb voor André van Duin Jo met de Jojo geschreven, geen enkel probleem. Maar een smartlap over een vrouw, dat gaat niet. Heb ’t één keer geprobeerd. Zette ik een foto van Coby voor m’n neus en maakte ik een lied over een man die tegen zijn overleden echtgenote zegt wat er van de kinderen is geworden. ‘Jan zit nou op de grote vaart, je dochter heeft drie kinderen gebaard…’ Ik werd zo emotioneel dat ik de tekst heb verscheurd en weggegooid. Wat een rotlied! Gelukkig lag Coby gewoon beneden te slapen.”


Bas van Toor heeft geen autoradio nodig. Bas van Toor is zijn eigen autoradio. Almelo-West. Wierden-Noord. Hardenberg. Ommen.

“…en toen waren we Joop Doderer kwijt, want die was zó dronken…”

Nijverdal. Zwolle.

“…Carrell had op een gegeven moment twee zieke clowns en zei: ‘Ik verdubbel jullie gage en dan is het jullie probleem.’ Dus zó ben ik als clown begonnen en… Ik geloof dat ik helemaal verkeerd zit, met m’n gelul.”

Almelo-West. Wierden-Noord. Hardenberg. Ommen.

“…toen stonden Aad en ik in het voorprogramma van Edith Piaf…”

Nijverdal. Zwolle.

“…want Coby heeft een van de kinderen van Frida van ABBA nog een schone luier gegeven…”

Stilstaand op de afrit: “Ik rij altijd blindelings naar m’n schnabbels, maar dit is kennelijk een nieuwe weg. Hm, toch de kaart er maar even bij pakken.”

Op weg naar Enschede: “Er zijn geen plekken in Nederland waar ik niet heb geschnabbeld. Van Roodeschool tot Cadzand en van Julianadorp tot Epen in Limburg. En veel in Duitsland natuurlijk, met Roberto Blanco, Mireille Mathieu, Annie Cordy, Siegfried en Roy… Verrek, ik had hier linksaf gemoeten!”

Stapvoets door het centrum van Glanerbrug.

“De gages in Duitsland waren vroeger vier keer zo hoog als in Nederland. Kon je van één optreden mooi een bankstel kopen.”

Losser, eindelijk.

“…zaten we met 32 stripteasedanseressen in een kleedkamer in Zürich. Die mokkels waren zo onnozel dat we ze konden wijsmaken dat we een klein mannetje in onze kluis hadden zitten en dat het wel leuk zou zijn als iedereen hem even gedag zou zeggen, voor-ie de bühne opging. We hebben blínd gelegen, Aad en ik! Maar waar is dat openluchttheater nou?”


Een voorbijwandelende autochtoon moet uitkomst brengen. “Hier omkeren, de rotonde driekwart nemen en bij de kerk linksaf, dan krijg je een kronkelweggetje tot aan een vakwerkhuisje, daar moet je links omheen… O nee, dan kom je aan de achterkant… Bij het vakwerkhuisje dus réchts, nee toch links, kun je ’t onthouden?”

Bas, bij het wegrijden: “Altijd een risico, dat je net de dorpsgek treft.”

In het door weelderig loof omzoomde openluchttheater zitten de eerste drie bezoekers al te wachten: een als Bassie en Adriaan verklede tweeling van vijf, met hun oma. Bas stapt op ze af voor een praatje.

“Waar is Adriaan?” vraag de miniatuur-Bassie.

“Die is met pensioen,” antwoordt de echte.

“Néé, jullie hebben ruzie gemaakt!” roept de miniatuur-Adriaan.

Bas: “Aaah, dat was tien jaar geleden! Jij maakt toch ook weleens ruzie met je broertje?”

Oma vraagt zich intussen af waarom het gesprekje wordt genotuleerd. “HP/De Tijd? Bestaat dat hier in Losser ook?”

Bas: “Mevrouw, het is net onkruid: je ziet ’t overal.”

Oma: “En is dat dan dagelijks, zo’n blad?”

Tijd om het gezicht te verven en van Bas Bassie te maken. Tegen de fotograaf: “Ik heb één lullig principe en dat is: geen foto’s maken als ik me schmink. Dat is net als Sinterklaas zonder baard, dan gaat de illusie verloren. Na afloop mag je alles fotograferen, álles! Ik trek dan zo m’n broek voor je naar beneden, haha!”

“Ik heb nooit contact met andere clowns,” zegt hij, terwijl hij de huid rond zijn ogen en mond wit maakt. “Dat gelul van hoeveel succes ze wel niet hebben gehad in Brussel en zo, daar zit ik niet op te wachten.” En, als het elastiek waaraan de rode dopneus is bevestigd door zijn wangvlees snijdt: “Ik treed ook weleens op voor studenten. Heb ik een mooie openingswitz, moet je horen… ‘Ik heb zelf ook gestudeerd. Gynaecologie. Drie maanden, toen kon ik niet meer tegen de lucht.’ Nou, dan heb ik ze in m’n zak!”


Showtime in Losser. Zaterdagmiddag, 14.00 uur. Samen met schoonzoon Evert van den Bos, die de plek van Adriaan heeft ingenomen, doet de clown z’n kunstje. “Met m’n grote rooie schoenen/en m’n grote rooie neus/laat ik alle mensen lachen/niemand neemt me serieus.” Onder het motto ‘lekker twee uur lang lol trappen’ wordt de jongste jeugd getrakteerd op woordgrappen van het kaliber ‘Harry Koffiepotter’, ‘Hans Koekoeksklok’ en ‘Vader Boterham’, een stukje poppenkast, een mondharmonica-intermezzo en een goochelact waarbij tien euro in de zakken van de clown verdwijnt.

Na afloop, bij een kopje thee, polst de organisatie of Bas wellicht zin heeft om in de zomer van 2012 mee te werken aan een adaptatie van Alice in Wonderland. Hij maakt het af op een overnachting in een mooi hotel en twee gratis maaltijden. “Natuurlijk doe ik dat voor niets,” zegt hij, terwijl we Losser achter ons laten. “Als je 75 bent, moet je niet alles meer vertalen in geld.”

Michiel Blijboom