Bruto nationaal geluk

Liever gelukkige mensen dan rijke mensen, luidt de nieuwe VN-missie.

De Algemene Vergadering van de Verenigde Naties heeft onlangs een bijzondere resolutie aangenomen: voortaan moeten de lidstaten geluk en welzijn centraal stellen bij het bepalen van hun beleid, omdat ‘gelukkig zijn een fundamenteel doel is van ieder mens’. De ontdekking van geluk als ultieme drijfveer van de mens heeft als consequentie dat de VN kennelijk afstand nemen van economische groei als belangrijkste doel. Liever gelukkige mensen dan rijke mensen, zo kun je de nieuwe VN-missie samenvatten.

Het is toch niet te geloven? Het hoogste orgaan van de wereld – of nou ja, zo veel macht hebben de VN niet, maar vooruit, een van de belangrijkste fora ter wereld – ontpopt zich als een pastoraal-therapeutisch vergaderclubje dat als het eerste het beste spirituele genootschap of wicca-kring de wazige notie ‘geluk’ omarmt. Healing, innerlijke rijkdom, geluk – het is allemaal een pot nat. De beproefde wijsheid ‘geld maakt niet gelukkig’ gaat niet voor niets al millennia lang mee, maar als resultaat van intensieve besprekingen tussen vertegenwoordigers van 193 landen is deze eyeopener misschien toch wat magertjes.

Dat de VN het serieus menen, blijkt uit het voornemen om niet meer zo zwaar te tillen aan het bruto nationaal product, maar het bruto nationaal geluk als graadmeter te gebruiken. Deze index werd ontwikkeld door onze eigen emeritus geluksprofessor Ruut Veenhoven, die al meer dan veertig jaar onderzoek doet naar de sociale condities voor menselijk geluk. Hij stelde vast (en met hem nog tal van andere sociaal-psychologen en economen) dat er geen lineair verband bestaat tussen geld en geluk. Als iemand platzak is, maakt geld gelukkig, maar vanaf een bepaald welvaartsniveau leidt meer geld niet tot meer geluk. Dan worden andere zaken belangrijker, zoals gezondheid, vrijheid, onderwijs, mensenrechten, enzovoort.


Natuurlijk is dit waar. Het is zelfs zo’n dooddoener dat je er niet eens wetenschappelijk onderzoek naar hoeft te doen. Zoals je ook niet hoeft te onderzoeken dat een hongerig persoon blij is met een hamburger en nog blijer met drie hamburgers, maar niet in extase raakt van tien hamburgers (zeker niet als-ie geen ijskast heeft). Boven een bepaald comfortminimum draagt extra rijkdom niet meer bij aan het geluksniveau. Dit geldt voor individuen en op het niveau van landen zal het effect ongetwijfeld ook optreden. Het geluksniveau van Nederland is in veertig jaar niet gestegen, terwijl de collectieve welvaart wel is toegenomen. Toch kan de stelling niet straffeloos worden omgedraaid, zo van: we zijn zo gelukkig met ons allen, er kan wel wat welvaart af. Oftewel: we hebben geen economische groei meer nodig.

Economische groei betekent zo veel meer dan alleen extra materie en consumptie. Het staat ook voor bedrijvigheid, dynamiek, ontwikkeling, toekomstperspectief en bovenal: kansen voor individuen om ergens naar te streven. Een land zonder economische groei is een land dat geplaagd wordt door werkloosheid en daardoor stagneert of zelfs achteruit kachelt. Jongeren die geen werk kunnen vinden, niet in loondienst en niet bij de overheid, en die geen startkapitaal kunnen lenen om een eigen bedrijf te beginnen, bevinden zich in een uitzichtloze positie. Als er één klinkklaar recept voor individueel en collectief ongeluk bestaat, dan is het wel het gevoel geen kant op te kunnen. Waaruit je kunt afleiden dat vrijheid belangrijker is dan geluk.

De Amerikaanse Founding Fathers hadden dit goed begrepen door in hun onafhankelijkheidsverklaring life, liberty and the pursuit of happiness als onvervreemdbare rechten te garanderen. Geen woord hierin over de staat die zich moest toeleggen op maximalisatie van het bruto nationaal geluk. Het najagen van geluk kon gerust aan de burger zelf worden overgelaten. De staat dient zich te beperken tot het creëren van randvoorwaarden en zonder economische groei valt gans het raderwerk stil.

Beatrijs Ritsema