Het verdwenen bestand

Uilskuiken van de week: hoofdofficier van justitie Kitty Nooy.

In Groot-Brittannië stapten vorige week als gevolg van het News of The World-afluisterschandaal de hoofdcommissaris van politie en zijn secondant op. Ze stelden geen onderzoek in terwijl er zes vuilniszakken vol bewijsmateriaal beschikbaar waren. Nog is het einde van de NoTW-crisis niet in zicht, de positie van de Britse premier David Cameron kwam zelfs in gevaar.

In Nederland zouden we van zoiets niet zo’n heisa maken. Dat bleek toen bij ons op hetzelfde moment ook een beerput openging. Eentje die, uitgedrukt in mensenlevens, veel verwoestender consequenties heeft gehad.

Het betreft de zaak-Tristan van der Vlis, die op zaterdag 9 april in een winkelcentrum te Alphen aan den Rijn zes mensen doodschoot en er zeventien verwondde met drie probleemloos door de politie op zijn naam gestelde wapens (lees de uitmuntende reconstructie van Ivo van Woerden in het vorige nummer van HP/De Tijd).

Een dag later verscheen hoofdofficier van justitie Kitty Nooy in het journaal. Ze beloofde antwoord te geven op de vraag ‘waarom er is gebeurd wat er zaterdag is gebeurd’. De rijksrecherche zou de zaak tot op de bodem uitzoeken.

Onlangs was het dan zover. Helaas, zei Nooy op een persconferentie, zal de waarheid nooit helemaal boven tafel komen. Er is namelijk een computer-bestand – uit 2008, dus nog niet eens zo oud – dat zelfs ‘de beste ict-specialisten van het Openbaar Ministerie’ niet geopend kunnen krijgen. Alleen uit dat document zou kunnen blijken hoe het in vredesnaam mogelijk is dat een suïcidale maniak als Van der Vlis een wapenvergunning kreeg van het korps Hollands Midden, waar informatie over Van der Vlis’ geestesgesteldheid en een eerder incident met een luchtbuks voorhanden was.


In de eerste plaats vraag je je af wat Nooy onder een ICT-specialist verstaat. Iemand die een bestand uit 2008 niet geopend krijgt, is dat in mijn ogen niet. Eerlijk gezegd geloof ik geen snars van dat hele bestand-verhaal. Mocht het onverhoopt toch waar zijn, dan hoeven we ons in ieder geval niet meer druk te maken om privacygevoelige informatie die de overheid van ons verzamelt: net zo snel raakt ze die weer kwijt.

Of dat weigerachtige bestand nu wel of niet bestaat, doet niet ter zake. Een hoofdofficier van justitie zou moeten weten dat ze na drie maanden onderzoek niet met zo’n excuus kan komen aanzetten. Niet alleen omdat het sterk herinnert aan de foto-ontwikkel-capaciteiten van het ministerie van Defensie daags na de val van Srebrenica, maar vooral omdat het op ongenadige wijze illustreert wat een amateuristische prulorganisatie het OM eigenlijk is. Wie daar iets aan wil veranderen, treedt niet met een ongeloofwaardig voorwendsel in de openbaarheid, maar neemt – in dit geval samen met korpschef Jan Stikvoort (die de conclusie van de rijksrecherche dat Van der Vlis rondliep met een wapenvergunning met zijn handtekening erop afdoet als slechts ‘juridische taal’) – zijn verantwoordelijkheid à la de Britse hoofdcommissaris.

In plaats daarvan schoof Nooy de verantwoordelijkheid voor het drama af op Van der Vlis’ behandelaars, die volgens haar hun beroepsgeheim hadden moeten prijsgeven omdat ze ‘vermoedelijk’ weet zouden hebben van zijn vuurwapenobsessie. Ook besloot ze een jongeman te vervolgen die mogelijk heeft geweten van Van der Vlis’ voornemen.

Misschien zal blijken dat de behandelaars, de jongeman en wellicht nog anderen over deelinformatie beschikten. Dat neemt niet weg dat vaststaat dat de politie en daarmee het OM álle informatie had en desondanks een wapen-vergunning verstrekte, waarna gebeurde wat er gebeurde.


Nooys opmerking op de persconferentie dat Van der Vlis ook zonder wapenvergunning tot zijn daad zou zijn gekomen, lijkt een nieuwe gedoogvariant: omdat hij toch wel tot zijn daad zou overgaan, is het maar goed dat hij met van overheidswege goedgekeurde wapens te werk ging.

Joris van Casteren