Lachen, Israël…

Een onwaarschijnlijk gezelschap op een opmerkelijke reis – dat moet wel voer tot schrijven geven. Een trip door het Beloofde Land vanuit het perspectief van een literair personage. Credit auteur>door dries muus

Drie schrijvers, een priester en een NCRV-cameraploeg gaan naar Israël.

Het klinkt als het begin van een mop, en al op de eerste pagina’s van Grillroom Jeruzalem laat P.F. Thomése merken dat zijn bedoelingen voor de vijfdaagse trip niet al te ernstig zijn: “Dit moet haast wel lachen worden.”

Een humanitaire organisatie, UCP, stuurde in december 2010 een ‘speciale schrijversdelegatie’ naar het Beloofde Land. Thomése dus, samen met Rosita Steenbeek, Jan Siebelink en priester Antoine Bodar. De schrijvers maakten een tour langs de toeristische hoogtepunten, zoals de Klaagmuur, het graf van Jezus en de Gazastrook. UCP (United Civilians for Peace) is inmiddels opgeheven, vermeldt het nawoord. We mogen dankbaar zijn dat de reis er nog net van af kon vóór de opheffing. Al is het maar omdat Grillroom Jeruzalem anders nooit was geschreven.

Want inderdaad, lachen werd het – ook voor de lezer. Maar niet alleen maar. Thomése wisselt spot en vermakelijk gekanker af met aangrijpende, soms haast schokkende passages. Dat is knap. Het is lastig om nog echt verbaasd te zijn over slecht nieuws uit het Midden-Oosten. Laat staan geschokt. ‘Tientallen gewonden bij aanslag in Tel Aviv’, lees je in de krant – voor de zoveelste keer – en verveeld blader je door naar de sport- of de kookrubriek.

“‘Israël’ behoort tot het soort nieuws dat al sinds ik-weet-niet-hoe-lang niet meer tot me doordringt,” schrijft Thomése, “(-) retorische rituelen die plichtmatig op de nieuwsredacties moeten worden uitgevoerd, een dagelijkse journalistieke stoelgang waar om reden van ‘het is nu eenmaal zo’ geen einde meer aan komt.”

De Amerikaanse satirische krant The Onion, die zich specialiseert in nep-nieuwsberichten, vatte het in 2007 aardig samen in een artikel met de kop: ‘Middle East Conflict Intensifies As Blah Blah Blah, Etc. Etc.’ Een Nederlandse schrijver die op een veredeld schoolreisje naar Israël gaat, moet wel erg pretentieus zijn om te geloven dat hij iets origineels toe te voegen heeft aan de enorme reeks Midden-Oostenpublicaties. Thomése geeft nergens blijk van die pretentie, en toch schetst Grillroom Jeruzalem een beter, verrassender beeld van het conflict dan de meeste nieuwsitems of achtergrondartikelen.


Het is een reisverslag, geen fictie, maar het verslag is zo persoonlijk dat het aanvoelt alsof je alles door de ogen van een literair personage ziet. Er is hier geen journalist aan het woord, maar een schrijver. De objectiviteit is ver te zoeken. Thomése is, zoals het een schrijver betaamt, in de eerste plaats gericht op het verhaal. In een van de grappigste passages in het boek fantaseert hij dat Steenbeek, Siebelink en Bodar geblinddoekt en gekneveld worden door de jihad, en vervolgens worden afgevoerd op snelle paardjes. “Het zou enorm stimulerend zijn voor mijn verhaal, zo’n ontvoering.”

Thomése paart een levendige fantasie aan een grote voorliefde voor filmclichés. Na een tijdje krijgt het iets voorspelbaars, als hij weer eens een bizar tafereel vergelijkt met een filmscène, of een fanatieke voorlichter met een Hollywoodacteur. Een iets te vaak gebruikt stijlmiddel. Maar regelmatig werkt het wel. Thomése laat zien hoe het Beloofde Land de verbeelding prikkelt – de verbeelding van iemand die veel tv heeft gekeken. De omgeving prikkelt niet alleen Thoméses verbeelding trouwens, maar ook zijn verontwaardiging en vrees.

Hij beschrijft zijn indrukken op een jaloersmakend soepele toon. Veel spreektaal, hier en daar een bijna lyrische alinea. Grillroom Jeruzalem wekt de indruk in één keer, zonder haperen of herschrijven, neergeschreven te zijn. In bijna elke zin klinkt de typische droogkomische toon door, de toon die we kennen uit J. Kessels: The Novel of de eerdere reisverhalen in de bundel Greatest Hits.

Het Midden-Oosten-conflict is bij Thomése even absurd als afgrijselijk, en gek genoeg doet de absurditeit niets af aan de rampzaligheid. Soms weet je niet of je er nu om moet lachen of dat je er terneergeslagen van wordt, en de schrijver lijkt er ook niet over uit. Hij stuurt je in elk geval niet een bepaalde richting op: elk oordeel heeft iets ongemakkelijks.


Thoméses sceptische houding doet geregeld denken aan de reisverhalen van Paul Theroux. Theroux laat geen mogelijkheid onbenut om af te geven op gewoonten die hem niet bevallen. En dat zijn er nogal wat. Hij is geen reiziger die zijn kritische vermogens verliest zo gauw hij de douane is gepasseerd – integendeel. Maar als hij een keer ergens door gegrepen is, in positieve zin, springt het enthousiasme er des te duidelijker uit. Zoiets geldt ook voor Grillroom Jeruzalem.

De verontwaardiging van iemand als Thomése is meer waard dan de verontwaardiging van de gemiddelde activist.

Grillroom Jeruzalem is een wrang-komisch boek, dat beduidend minder opgewekt eindigt dan het begon. Tegen beter weten in snakken Thomése en zijn reisgenoten op hun laatste avond naar een absolute waarheid – ‘een waarheid die wij, aan ons nachtelijke tafeltje in het trendy Tel Aviv, geen van allen meer goed onder woorden weten te brengen’.

P.F. Thomése: Grillroom Jeruzalem. Contact, €10. Ook via ako.nl.

Dries Muus