Psychologisch steekspel

De zomer is van oudsher het seizoen waarin de Amerikaanse studio’s hun blockbusters met veel publicitair geweld aan de man brengen. Daarbij draait het vooral om sequels en superhelden. In de laatste categorie worden we getrakteerd op Captain America (voormalige brekebeen waakt over Amerikaanse normen en waarden), Thor (stripheld, losjes gebaseerd op Noorse mythologie) en The Green Lantern (jongeman met bovennatuurlijke gaven bewaakt de wankele vrede in het universum). Daarnaast heeft de succesvolle X-Men-serie een slimme doorstart gekregen met nieuwe avonturen die zich afspelen vóór de eerste reeks. Dat geeft de studio de gelegenheid voort te borduren op de populariteit van de serie met een (nieuwe) cast die vooralsnog geen hoge salarissen kan bedingen. Wat de sequels betreft kregen of krijgen we deze zomer een tweede deel van Kung Fu Panda, Cars en The Hangover, een derde deel van Transformers, een vierde deel van Pirates of the Caribbean en een áchtste – en tevens laatste – deel van Harry Potter.

Natuurlijk worden er in het vakantieseizoen óók arthousefilms en ‘kleine’ titels uitgebracht. Maar dat zijn nogal eens kneusjes waar distributeurs eigenlijk niet goed raad mee weten. Bij sommige titels kun je je met recht afvragen waarom er moeite voor gedaan wordt.

Een van de meest zielloze en overbodige films die ik in de afgelopen jaren gezien heb, is My Son, My Son, What Have Ye Done – een mislukt tussendoortje van de Duitse veteraan Werner Herzog. Die film beleefde z’n première op het festival van Toronto, waar ik er getuige van was hoe tweederde (!) van de toeschouwers de zaal voortijdig verliet. Of dat percentage nog hoger is opgelopen, weet ik niet: na een uur hield ik het zelf ook voor gezien.

Om onnavolgbare redenen heeft een distributeur de moeite genomen de Nederlandse rechten voor dit broddelwerkje te kopen en er geld in te steken door ondertitelde kopieën te laten maken.

Zo’n beslissing wordt des te onbegrijpelijker als je ziet hoeveel goede films géén distributie krijgen. Laat ik me beperken tot één recent voorbeeld: Stone van de Amerikaanse regisseur John Curran (The Painted Veil). Het titelpersonage (Edward Norton) is wegens brandstichting in de gevangenis beland en gaat regelmatig langs bij een parole officer (Robert De Niro) die moet beoordelen of hij voor vroegtijdige vrijlating in aanmerking komt. Dat Stone zijn zaak met veel overtuigingskracht bepleit, maakt aanvankelijk weinig indruk op de ambtenaar die over zijn lot beschikt. Maar die raakt danig in de war als de verleidelijke vrouw van Stone (Milla Jovovich) hem bezoekjes begint te brengen.

Stone is géén meesterwerk. Daarvoor maakt het verhaal net iets te veel vreemde en onbevredigende zwenkingen. Maar de film beschikt wél over twee bijzondere hoofdrolspelers. Die hebben zich met zichtbaar plezier laten meeslepen door het psychologische steekspel van hun personages. Robert De Niro en Edward Norton zijn twee acteurs die het verschil kúnnen maken en dat hier ook weer eens doen. Daarom is het jammer dat Stone de bioscoop hier nooit heeft gehaald en eerder deze maand geruisloos op dvd werd uitgebracht.


Stone. Regie: John Curran. Inmiddels uitgebracht op dvd.

Erik Spaans