Rite de passage

Waarin we debuterende schrijfsters streng toespreken.

Op de natste julidag sinds mensenheugenis vierde uitgeverij Nijgh & Van Ditmar haar zomerfeest in een modieuze Piet Hein Eek-achtige setting: het uit aangespoeld wrakhout opgetuigde proeflokaal Hannekes Boom. Dat de zomer zich niet liet zien, was een tegenvaller, maar voor sommige bezoekers waren er belangrijker zaken aan de orde. Zoals voor de familie Jonkman, die massaal naar de hoofdstad was gekomen, met medeneming van alle aanverwanten. Dochter Renske had heur literair debuut geschreven, dat die dag gedoopt zou worden door de Limburgse vakbroeder Leon Verdonschot. Naast de Jonkmannetjes trof de bezoeker naast een enkele Nijgh-scribent (uw gewaardeerde aandacht voor prijsauteur Robert Vuijsje, met naast hem Lebowski-auteur James Worthy) vooral een bonte verzameling druipnatte paraplu’s, doorweekte regenjassen en van hemelwater verzadigde hoofddeksels, overschoenen en sluitvaliezen.

Grofweg driekwart van de bezoekers had met het boek van de jeugdige literator bovendien geen enkele bemoeienis: men kwam hier omdat de spijskaart nog ouderwets laag geprijsd was. Er ging nog flink wat tijd overheen voor al dat volk zich in z’n poncho en rubberlaarzen had gehesen en naar buiten was gestommeld, maar toen was het ook meteen raak. Paul Brandt van Nijgh & Van Ditmar beet het spits af van wat een toesprakenfestival zou worden. Na de hoofdredacteur, die zijn bijdrage nog ouderwets van papier las, was het de beurt aan Leon Verdonschot, die de elektronische variant van het spiekbriefje hanteert. En toen de auteur zelf.

Enigszins samenvattend kan gesteld worden dat de jeugdige Renske, totdat zij een boek publiceerde, vooral bekend stond om korte stukjes op internet, aangevuld met een incidentele bijdragen in kranten en weekbladen. Voor haar stukjes op internet had Renske een prijs gekregen, waarbij zij aangetekend dat deze prijs voor de eerste maal, en later nooit meer zou worden uitgereikt.


Toch hadden we dit alles grootmoedig door de vingers gezien als hierna de bierkranen waren opengedraaid en er onbekrompen zou worden getoost op het nieuwe boek. Maar wie dat hoopte, had buiten de Jonkmannetjes gerekend. Pa wist nog een heleboel buitengewoon belangwekkende anekdotes over dochterlief, waarvan de onthulling geen uitstel gedoogde. En toen dat was volbracht, meende Renske dat het een goed idee was om een fors deel van het boek aansluitend hardop voor te lezen.

Namens de beroepsgroep van societyverslaggevers, waartoe ook collega Charlotte van Drimmelen van Het Parool behoort, roepen we alle beginnende auteurs op: laat als het even kan het beklimmen van de Olympus gewoon over aan een specialist als Bart Vos. En wie dan toch zo nodig moet debuteren: hou het kort. Laat je familie thuis. Speel ze een bedrieglijke uitnodiging in handen, op vele dagreizen van de echte locatie. Aldaar beperk je je speech tot: “Dit is mijn nieuwe boek. Koop het. Lees het. Proost.”

Jan Zandbergen