Rusland

‘Onze’ architecten doen het uitstekend in het buitenland. Zeker in Rusland. Hun geheim? Ze hebben in Nederland leren opereren in een uiterst complex speelveld. ‘Daar moest je ook halsbrekende toeren uithalen om een project goedgekeurd te krijgen.’

De door lange files geteisterde Roebljovskoje Sjosse kronkelt zich door de heuvels ten oosten van Moskou. Om de paar minuten wordt de tweebaansweg tot driebaans gepromoveerd als met speciale toeters en zwaailichten uitgeruste BMW’s en Mercedessen, voorafgegaan door politie-escortes, de twee rijen auto’s uiteen splijten. Aan weerszijden van de weg staan waanzinnige Franse kastelen en excentrieke blokkendozen achter hoge omheiningen. Welkom in Roebljovka, de rijkste buurt van Rusland. Hier wonen Poetin en zijn beschermelingen; mannen die sportclubs in Europa en Amerika bezitten en vriendinnen hebben als Naomi Campbell.

De plotselinge intrede van ongebreideld kapitalisme in 1991 heeft het belang van maatschappelijke verschillen naar de top van de Russische agenda geschoten. Bart Goldhoorn verhuisde midden jaren negentig naar Rusland en geeft sinds 1995 Project Russia uit, het leidende architectuurblad van het land. Goldhoorn gebruikt een bekende Russische mop om te verduidelijken hoe status werkt in het land: “Een Rus heeft een gouden horloge gekocht voor 3000 euro. Hij laat het vol trots zien aan een andere Rus. Die andere Rus zegt vervolgens schamper: ‘Ha, heb jij er maar 3000 voor betaald? Ik heb hetzelfde horloge gekocht voor 4000 euro!'” Die houding is ook merkbaar in de architectuur. Oligarchen kijken wanneer ze bouwen naar grote namen. En er zijn veel Nederlandse architecten met grote namen. Erick van Egeraat, Ben van Berkel, Kees Christiaanse – stuk voor stuk halen ze op de golven van de olieroebels prestigieuze miljoenenprojecten binnen in Rusland.

“Ik weet beter dan veel architecten wat voor Rusland interessant is – wat aansluit bij de Russische cultuur, maar toch echt buitenlands is,” verklaart architect Erick van Egeraat zijn succes in Rusland. Van Egeraat is sinds eind jaren negentig actief in Rusland en was de eerste Nederlandse architect die in Rusland bouwde. We spreken elkaar in het Moskouse Ritz-Carlton, waar ik in de gouden lobby word opgepikt door een hooggehakte Russische assistente.


In strak pak gezeten op het balkon van zijn privélounge, een met magnifiek uitzicht op het Kremlin, legt hij aan de hand van zijn ontwerp van het anderhalf miljard euro kostende complex van het Dinamo-voetbalstadion zijn succes uit. Dinamo is traditioneel de club van de KGB, de vroegere geheime dienst, en dus weinig geliefd bij veel Russen. Maar het is ook de oudste club van het land, en het was de befaamde schrijver Maksim Gorki, die de club zijn slagzin meegaf: ‘Kracht in beweging’. Het stadion staat symbool voor het goede en het slechte van de Sovjet-Unie. Tegelijkertijd moet het staan voor het nieuwe Rusland, dat mee wil in de vaart der volkeren. Bezoekers van het stadion willen plezier hebben, zonder na te hoeven denken over moeilijke zaken. “Een nieuw ontwerp moet dus respectvol worden benaderd,” zegt Van Egeraat. “Mijn project is commercieel, maar het laat tegelijkertijd het historische karakter van de plek in zijn waarde. Andere architecten, zelfs Russische, wilden grote delen slopen, maar dat is niet de bedoeling met een historisch gebouw als dit. Dat soort gevoeligheden moet je begrijpen.”

Ruslands culturele erfgoed ligt er, in tegenstelling tot de huizen en kantoren van de oligarchen, troosteloos bij. In het noorden van Moskou ligt VDNKh, een statige expositie uit de jaren dertig waar alle toenmalige sovjetrepublieken een eigen paviljoen hebben. Nu, twintig jaar na de val van de muur, heeft een vergane sovjetgrandeur het complex in zijn greep. De paviljoenen zijn sinds de val van het communisme overgenomen door kleine ondernemers. In het Armeense paviljoen worden muziekinstrumenten verkocht, terwijl je voor elektronica het best in het Oezbeekse paviljoen kunt zijn.


De gemeente Moskou heeft eindelijk besloten VDNKh de oude glorie terug te geven. De Nederlandse projectontwikkelaar TCN heeft, in samenwerking met UNStudio van Ben van Berkel, het winnende ontwerp geleverd voor de vier miljard euro kostende verbouwing.

Van Berkel tekende ook het winnende ontwerp voor het prestigieuze Danstheater in Sint-Petersburg. Het werd geroemd om de interactie met de historische omgeving, om de wijze waarop het progressieve ontwerp opgaat in de omgeving, en om het open zicht dat het biedt op de Petrus-, en Pauluskathedraal en de Vladimirkerk. “Het was hard werken om dat in goede banen te leiden,” zegt Van Berkel. “Het was een behoorlijk lastig project. Er is zo veel regelgeving hier, zo veel partijen die willen meedenken over hoe zo’n ontwerp integreert in de omgeving.”

Nederlandse architecten hebben bij dergelijke projecten in het complexe speelveld tussen politiek, bureaucratie en publiek wel ervaringen die van pas komen. “Als Nederlandse architect ben je gewend aan de inspraaksystemen in Amsterdam en Rotterdam,” vertelt Kees Christiaanse, oprichter van architectenbureau KCAP. “Daar moest je ook halsbrekende toeren uithalen om een project goedgekeurd te krijgen, omdat er zo veel partijen waren dat je er bijna niet uitkwam.” Polderen is zowaar een vaardigheid die in Rusland van pas komt. Maar het is in Rusland wel moeilijker. “Het is geen Duitsland,” zegt uitgever Goldhoorn. “Het is niet meer allemaal maffia, maar het blijft risicovol. Wat dat betreft zou je het mensen niet aanraden. Het blijft natuurlijk een vrije markt met vrije jongens.”


Van Egeraat ondervond aan den lijve wat wildwest zakendoen in Rusland inhoudt. Hij ontwierp twee torens voor Moscow City, een prestigieus doch door schandalen geteisterd zakendistrict. Maar zijn opdrachtgever, projectontwikkelaar Capital Group, weigerde te betalen; het ontwerp zou niet voldoen aan hun eisen. Toen het Amerikaanse bureau NBBJ de opdracht vervolgens kreeg toegewezen, bleken hun plannen wel erg veel overeenkomsten te vertonen met die van Van Egeraat. Hij spande een rechtszaak aan tegen de projectontwikkelaar en werd na een lange juridische procedure uiteindelijk door het Stockholm International Arbitration Court in het gelijk gesteld.

Deze gang van zaken – een projectontwikkelaar vraagt een bekende architect een ontwerp te maken om aandacht te krijgen voor een bepaald project en dumpt de architect dan om zelf met zijn plan aan de haal te gaan – is gemeengoed in Rusland. Het is moeilijk voor de gedupeerde architect om zijn gelijk te halen bij de rechter, omdat die zich doorgaans laat omkopen. Van Egeraat was de eerste architect die een zaak tegen een louche projectontwikkelaar wón. Van Egeraats overwinning bracht een jurisprudentie waarvoor veel Russische architecten hem voor zijn.

Op 1500 kilometer afstand van Moskou, in de Oeral, ligt Perm, een voormalige gevangenisstad. Tijdens een volkstelling in 2010 bleek dat de populatie voor het eerst sinds decennia onder de miljoen zielen lag. Zoals in veel Russische steden overleefde het grootste deel van de plaatselijke industrie de concurrentiestrijd met het Westen niet. Gedwongen door een gebrek aan toekomst vertrekt eenieder die wat in zijn mars heeft naar Moskou. Dit fenomeen doet zich voor in de hele voormalige Sovjet-Unie; Moskou is sinds 1991 de spil in een Russische versie van de American Dream.


Maar het verschil tussen Perm en andere Russische steden is dat hier sinds 2007 Oleg Chrikoenov de dienst uitmaakt. Chrikoenov, een oud-student van de KGB-universiteit met een westerse blik, is gouverneur van de regio Perm. Hij probeert de verloedering een halt toe te roepen door Perm, naar het voorbeeld van Bilbao in Baskenland, tot Ruslands culturele centrum te bombarderen. Maar hij investeert ook in structurele stadsvernieuwing; hiervoor nodigde hij Kees Christiaanse van architectenbureau KCAP uit. Die moet de stad een grondige Evro-remont – een renovatie in Europese stijl – laten ondergaan.

Kees Christiaanse kan alle facetten van de stadshervorming van Perm beïnvloeden, tot de kleinste details aan toe. Zo viel het Christiaanse op dat de trams in de hoofdstraat heel traag reden. “Ik kwam erachter dat de Russische zakenlieden in hun zwarte SUV’s over de tramrails reden, waardoor de trams constant werden gehinderd. Daarom hebben we drie maanden lang politieagenten op elke hoek van de straat gezet, die boetes van twintig euro uitdeelden. Dat had tot gevolg dat binnen een paar weken de trams twee keer zo snel konden rijden.”

Maar hij beïnvloedt ook essentiëlere zaken. Midden in Perm ligt een aantal valleien, mooie groengebieden die vroeger volkstuinen herbergden. Nadat met de val van de Sovjet-Unie de staat zijn regulerende taken niet meer kon vervullen, veranderden deze valleien in een open riool, waar bewoners en chemische industrieën illegaal hun vuil dumpten. Om van dit probleem af te komen, plande de gemeente de bouw van een nieuw stadscentrum op de andere oever van de rivier. Het plan zou echter destructieve gevolgen hebben; het bestaande centrum zou verder wegkwijnen, de toch al te uitgestrekte stad zou nog uitgestrekter raken, maagdelijk land zou worden volgebouwd en mensen die aan de andere kant in dorpjes wonen zouden moeten vertrekken. En tot overmaat van ramp zou er ook nog eens een chemische afvalput worden achtergelaten.


En dit zijn plannen die onder de progressiefste gouverneur van het land waren uitgewerkt. Dergelijke destructieve werkwijzen zijn schering en inslag in Rusland, waar vaak onverantwoord gebruik wordt gemaakt van de oneindige ruimte die het land biedt. Christiaanse ontwikkelde een plan dat voorziet in de herontwikkeling van het bestaande centrum én in het opruimen van de afvalput.

Toch krijgt Christiaanse ook kritiek te verduren in Perm. Lokale architecten zijn boos dat ze een prachtklus kwijtraken aan een buitenlander die volgens hen weinig van de lokale cultuur begrijpt. Het is een gevoel dat leeft bij veel Russische architecten, die met lede ogen aanzien dat buitenlandse collega’s steevast de voorkeur krijgen bij grote projecten.

Van Egeraat legt uit dat dit ook komt doordat buitenlandse architecten projecten ontwerpen met een gedurfd en uitdagend karakter, terwijl Russische collega’s doorgaans werken in de stijl van ‘u vraagt, wij draaien’. Hij stelt hoge eisen aan zijn eigen werk in Rusland. “Ik heb mijn buik vol van het Nederlandse ‘handig zijn in andere landen’. Als je als architect in het buitenland werkt, moet het om meer gaan dan geld verdienen; dat is een idee dat een beetje neokoloniaal is. Wat je maakt, moet wel een verrijking zijn. In Rusland moet je iets maken wat een Rus níet gemaakt had.”

Hoewel er veel geld te verdienen valt in Rusland, kom je met alleen geldhonger niet ver. “Ik geef ze in Rusland weinig kans – de botte hufters die hier alleen voor de centen komen, worden door de Russen hard teruggepakt,” zegt Van Egeraat.


Maar er zijn ook problemen waar zowel buitenlandse als Russische architecten mee te maken krijgen. Volgens Jevgeni Koljesov, directeur van het Internationaal Genootschap van Architecten, worden architecten in Rusland als slaven behandeld. Opdrachtgevers, ingenieurs en aannemers dwingen hen eindeloze concessies te doen aan prijs en functionaliteit, met als resultaat trieste, grijze flats die plompverloren in de ruimte zijn geplaatst, een beeld dat iedereen die ooit voet heeft gezet in de voormalige Sovjet-Unie zal herkennen.

Die flats zijn een erfenis van de wijze waarop de Sovjet-Unie werkte, legt Bart Goldhoorn uit. In een kapitalistische economie organiseert de markt de complexe logistiek van de bouw. Er zijn talloze producenten die hun klanten willen bereiken met een enorme keuze aan producten voor de ontwerper. Maar in de Sovjet-Unie produceerde één fabriek alle onderdelen van een heel gebouw. Die onderdelen werden naar de bouwplek gebracht, waar de hele boel vervolgens in elkaar werd getimmerd. Dat is ook de reden waarom elk sovjetappartement identieke deuren, kozijnen en badkuipen heeft. Een fabriek produceerde één soort raam, één soort deur en één soort badkuip, anders was het bouwproces niet te organiseren. “Dat leidt tot een soort stad die bijzonder eenvormig is. Er is heel wat voor nodig om dat te veranderen; de hele logistiek moet weer worden opgebouwd. Dat geeft wel aan wat de problemen zijn bij het organiseren van bouwwerken. En die zijn er nog steeds.”

“Woningbouw in Rusland is nog steeds van een abominabel laag niveau. Hoogwaardige woningbouw voor de opkomende middenklasse, de motor van de economie, is er nauwelijks. Mensen worden in hoge torens opgeborgen die er wel beter uitzien dan vroeger, maar die vaak ongelooflijk slecht gebouwd zijn. Ze kopen alle kozijnen in de winkel in Duitsland en het wordt maar in elkaar geflanst,” beschrijft Christiaanse de problemen in de Russische woningbouw. Ook hier liggen kansen, aangezien Nederlandse architecten volgens Christiaanse bij uitstek sterk zijn in het ontwerpen van grootschalige woningbouw.


Helaas worden de grote architectenbureaus hier weinig voor gevraagd, terwijl de kleinere kantoren de stap naar Rusland zelden aandurven. Zij kunnen niet, zoals grote kantoren, Russische regelaars inhuren die fulltime bezig zijn om de corrupte, kafkaëske bureaucratie de juiste papieren te ontfutselen (ook wel het ‘russificeren’ van bouwplannen genoemd).

Ondanks de vele barrières tussen tekenen en bouwen lijkt het erop dat de komende jaren tal van grote Nederlandse projecten zullen worden gerealiseerd. Christiaanse is in Perm al bezig zijn plannen te implementeren, terwijl Van Egeraats Dinamo-stadion dient klaar te zijn vóór het WK voetbal in 2018. Projectontwikkelaar TCN wacht op groen licht om bij het expositieterrein VDNKh van start te gaan, en Van Berkels Danstheater wordt in 2014 opgeleverd, om maar een greep te doen uit het aanbod.

De naam Rem Koolhaas ontbreekt nog op de lijst, maar het lijkt een kwestie van tijd voordat ook hij zijn eerste grote opdracht krijgt. Koolhaas wordt al wel steeds beroemder in Rusland, mede door zijn nauwe betrokkenheid bij het Strelka Instituut voor Media, Architectuur en Design. De school is sinds de opening in 2010 gevestigd in de garage van de voormalige chcoladefabriek Rode Oktober, op de plek waar het foeilelijke standbeeld van Peter de Grote uit het water van de Moskva oprijst en de immense kathedraal van Jezus de Verlosser zijn schaduw werpt.

De oprichters van Strelka, vijf rijke Russen, kwamen in hun zoektocht naar een grote naam voor hun prestigeproject uit bij Koolhaas. Door het integreren van ideeën over architectuur, media en design probeert hij met de school een mentaliteitsverandering teweeg te brengen in de starre wereld van het Russische architectuuronderwijs. Toch is de school ook typisch Russisch. Het exclusieve instituut telt slechts 25 studenten, die allemaal een Apple-computer krijgen, plus huisvesting in het peperdure centrum van Moskou.


Het gebouw is een wereld van verschil met andere Russische opleidingsinstituten. Geen eindeloze gangen, afgebladderde verf en een streng-academische sfeer, maar een open, modern complex waar iedereen hippe kleding draagt en Engels spreekt. De school herbergt daarnaast een van de hipste kroegen van de stad; de Strelka Bar. Hier kun je je onder de Moskouse happy few mengen om te genieten van het schitterende uitzicht en drankjes van zeven euro.

Herbert Mosmuller