Schuldverslaving

De vraag is of politici de rol van afkickbegeleider willen spelen.

Ik ben een optimist. Maar niet by nature, helaas. Soms is het hard werken om positief te blijven. Zoals nu: de economieën van Europa, de Verenigde Staten en – jawel, ook China – hebben problemen. De drie motoren van de wereldeconomie dus. De eerste twee dreigen stil te vallen, de laatste oververhit te raken. Het kernwoord bij alle drie is: schulden.

In Europa kost de schuldencrisis, en niet in de laatste plaats de traagheid van de aanpak ervan, geld en groei. De euro is weliswaar voor even gered, maar zolang Griekenland (en Ierland en Portugal en zelfs Spanje, Frankrijk en België) er niet bovenop komt, zal de euro een zwakke plek blijven en steeds opnieuw een aanslag doen op het vertrouwen en de economische ontwikkeling.

De oplossing is duidelijk: Europese landen moeten zich meer met elkaar bemoeien. Samen een munt delen, vereist dat we ook in elkaars keuken kijken. Maar de tijdgeest is er niet naar. Juist als het moeilijk gaat, keren de blikken naar binnen en lijkt ‘meer Europa’ een kansloze richting. De frustratie over wat er misging – inclusief fraude door de Grieken, opportunisme van de Ieren en de lethargie van de Portugezen – is bij velen groot. Begrijpelijk, maar onverstandig. De conclusie dat we nooit aan de euro hadden moeten beginnen, kan niet vertaald worden in dat we hem nu moeten opgeven.

Dan de Verenigde Staten. Ook daar drukt de door de financiële crisis opgelopen staatsschuld steeds zwaarder op de economie. Kredietbeoordelaar Moody’s liet twee weken geleden weten dat Amerika in aanmerking komt voor verlaging van de financiële status, omdat de regering het maar niet eens kan worden over het verhogen van het maximale bedrag dat het land aan schuld mag hebben uitstaan. Als president Obama en de Republikeinen niet nader tot elkaar komen, kan Amerika niet alleen z’n ambtenaren niet betalen, maar komt ook de afbetaling van schulden in gevaar. Dat Moody’s daar conclusies aan verbindt, is terecht.


Deze week zal duidelijk worden of de Republikeinen een verhoging van het schuldenplafond accepteren. Maar zelfs als dat lukt, zijn de problemen niet opgelost. Er zijn slechts elf landen in de wereld met een kleinere staatsschuld (in procenten van het bruto binnenlands product) dan Amerika. De Amerikaanse private economie zal die schuldenberg de komende jaren moeten wegwerken, maar is daar nog niet overtuigend mee begonnen. De economie draaide de afgelopen jaren op extra uitgaven van de overheid. Het land leeft bovendien al jaren op de pof door meer te kopen dan te verkopen (de import is hoger dan de export) en die overconsumptie met schulden te financieren.

Tot slot China. Peking besloot dat er meer geïnvesteerd moet worden in het achterland, in wegen bijvoorbeeld. Maar in plaats van die investeringen gewoon met belastinggeld te financieren, en zo zichtbaar te maken op de balans, dwong het land z’n banken om de regio’s te financieren. Zo bouwen de Chinezen aan hun eigen schuldencrisis, want de kans is groot dat veel van die overheden de schuldenlast niet aankunnen en over een paar jaar alsnog aankloppen bij de Chinese belastingbetaler. De Chinese economie is inmiddels zo groot, dat als deze Chinese schuldenluchtbel uiteenspat, de gevolgen ook hier voelbaar zullen zijn.

Ik wil optimist zijn. Ik wil erin geloven dat Europa over z’n eigen schaduw heen kan springen, dat Amerika van zijn schuldverslaving afkomt, en dat de Chinezen hun eigen luchtbel langzaam kunnen laten leeglopen. Of dat lukt, is meer een kwestie van politiek dan van economie, en dat verklaart waarschijnlijk ook waarom ik me er zo’n zorgen over maak. Politici hadden er jarenlang baat bij om toe te staan dat we met z’n allen rijker werden door op onverantwoorde manier te lenen. De vraag is nu of politici ook de rol van afkickbegeleider kunnen spelen, en of het de Chinezen lukt om niet verslaafd te raken.

Esther van Rijswijk